De loze toezegging van de NAVO.

Na de hereniging van de beide Duitslanden hebben de Amerikaanse Secretary of State James Baker en de Duitse minister van Buitenlande zaken Hans-Dietrich Genscher in februari 1990 verklaard dat de NAVO zich niet naar het oosten zou gaan uitbreiden.

Video:

Door Baker en de Duitse bondskanselier Helmut Kohl werd dit in dezelfde maand in Moskou ook nog eens verzekerd aan Sovjet-president Michail Gorbatsjov, waarbij Baker letterlijk tegen hem heeft gezegd: “There will be no extension of NATO’s jurisdiction for military presence one inch to the East”. En in juli 1990 nogmaals benadrukt door Manfred Wörner, de secretaris-generaal van de NAVO.
Maar de latere secretaris-generaal Willy Claes was een geheel andere mening toegedaan. In zijn toespraak op 17 oktober 1994 op het NAVO-hoofdkwartier in Brussel verkondigde Claes dat de uitbreiding van de NAVO tot aan de Russische grens een ‘historische plicht’ was. Sindsdien is de NAVO met 10 nieuwe lidstaten uitgebreid. Volgens het Duitse tijdschrift Der Spiegel van november 2009 was Gorbatsjov bijna twintig jaar later nog steeds woedend over deze gebroken belofte.

Gerard

01

02

03

04

05

06

Obama loog over Auschwitz.

In mei 2008 beweerde de Amerikaanse president Obama dat zijn oom deel had uitgemaakt van de eerste Amerikaanse troepen die in Polen het concentratiekamp Auschwitz hadden bereikt. Iedereen die een beetje op de hoogte is van de geschiedenis weet dat Auschwitz op 27 januari 1945 door het Russische Rode Leger is bevrijd en dat het Amerikaanse leger op die dag nog niet eens de Rijn was overgestoken. Dat vond pas vele weken later plaats.

Gerard

Hoe de Molukkers in 1951 door de Nederlandse regering zijn bedrogen.

Bij de souvereiniteitsoverdracht aan Indonesië op 27 december 1949 bestond het KNIL uit 65.000 man waarvan 26.000 man – waaronder honderden Molukkers – zijn overgegaan naar de Indonesische strijdkrachten. Anderen kozen voor demobilisatie. Vlak voor de opheffing van het KNIL op 26 juli 1950 waren de op Java gestationeerde Molukse KNIL-militairen, die gekozen hadden voor demobilisatie, opgenomen in de Nederlandse Koninklijke Landmacht. Door deze ‘tijdelijke KL-status’ bleven de Molukse militairen onder politieke verantwoordelijkheid van Nederland en onderworpen aan de Nederlandse krijgstucht.
Op 20 januari 1951 werd aan de Molukse militairen (destijds nog ‘Ambonese militairen’ genoemd) – die niet op Java wensten te demobiliseren – toegezegd dat ze naar de Zuid-Molukken konden worden teruggebracht, zoals bij Militair Besluit van het Koninkrijk der Nederlanden uit 1835 al was vastgelegd.

01

Echter, op 12 februari 1951 is de Nederlandse regering om politieke redenen hierop teruggekomen en kregen de Molukse ex-KNIL-militairen een dienstbevel om tijdelijk naar Nederland te worden overgebracht.

02

03

04

Hieronder het dienstbevel d.d 24 februari 1951 voor de ongehuwde Molukse ex-KNIL-militairen van het Sub.Bat. ‘Ambon’ te Djakarta om zich in te schepen op het ms. Roma. Ook gehuwde Molukse ex-KNIL-militairen van andere afdelingen kregen een soortgelijk dienstbevel.

05

Tussen maart en juli 1951 kwamen circa 12.500 Molukse ex-KNIL-militairen met hun gezinnen in Nederland aan. De Molukkers werden eerst naar Amersfoort gebracht alwaar ze een woonplaats kregen toegewezen, waaronder de voormalige concentratiekampen Westerbork en Vugt. Ook kregen de mannen te horen dat ze ontslagen waren uit het leger. Wel hadden de Molukse militairen altijd geweten dat de status van militair bij de Koninklijke Landmacht hen slechts tijdelijk was toegekend, maar het was ze in Indonesië ook toegezegd dat ze pas op de plaats van hun keuze zouden worden gedemobiliseerd. En die plaats van keuze was in elk geval niet Nederland.

06

Opmerking:

Het toenmalige kabinet-Drees had al op 19 februari 1951 besloten de Molukkers in Nederland te ontslaan. Dat betekende een afwijking van de bestaande regels. Tevens was besloten dit ontslag geheim te houden totdat de eerste Molukse KNIL-militairen in Nederland waren gearriveerd.

07

Achtergelaten kinderen

Bij een aantal transporten naar Nederland is het voorgekomen dat Molukse KNIL-militairen niet meer dan drie kinderen per gezin mochten meenemen. In een interview met  het veteranenblad Checkpoint  vertelt de Molukse mevrouw Wanda Kuway-Pical over de diepe wonden die zijn geslagen bij de evacuatie van de Molukse KNIL-militairen naar Nederland:

De ouders mochten per gezin niet meer dan drie kinderen meenemen naar Nederland. Ze hebben met de hier geboren kinderen nooit gesproken over de kinderen die zij in Indonesië moesten achterlaten. Daar bestond een soort taboe op. Ze hebben denk ik nooit over die kinderen gesproken, omdat ze het verdriet daarover wilde verdringen. Ze wilden die periode waarschijnlijk afsluiten, omdat het denken aan die kinderen een niet te dragen confrontatie met het verleden voor hen betekende. Mijn ouders verkeerden in de gelukkige omstandigheid dat zij hun kinderen allemaal konden meenemen. Ze hadden er niet meer dan drie. Ik moest nog komen. Maar ik ken gezinnen van bijvoorbeeld zes kinderen, die er drie bij hun ouders hebben moesten achterlaten. Die namen berustend de rol van vader en moeder over. Eén vader besloot zijn drie zonen mee te nemen en zijn drie dochters achter te laten. Die volwassen geworden dochters zijn tenslotte hier op vakantie geweest en vroegen natuurlijk waarom zij waren achtergelaten. Dat vroegen ze eerst aan hun hier opgegroeide broers en hun vrouwen en daarna aan hun moeder. Die begon te huilen. Ze kon er geen antwoord op geven. Het moet hartverscheurend voor haar zijn geweest om drie bloedeigen kinderen achter te moeten laten.
(Bron: Veteranenblad Checkpoint, januari-februari 2003, p.15.)

08

Mijn reactie op het bovenstaande artikel:

In 1955 ben ik van Bogor naar Bandung verhuisd en raakte daar bevriend met een Molukse jongen, genaamd Oety. Of dat zijn werkelijke naam was weet ik niet, maar hij werd in ieder geval zo genoemd. Oety kwam uit een groot gezin en toen zijn vader in 1951 op dienstbevel naar Nederland moest gaan, zijn Oety en zijn zusje ondergebracht bij een tante. Want hun ouders gingen toch maar voor een half jaar naar Nederland om daarna met het gehele gezin terug te keren naar Saparua, waar de ouders oorspronkelijk vandaan kwamen. Dat was ze beloofd door de Nederlandse regering, zo heeft Oety mij toen al talloze malen verteld. Maar in 1955 woonde Oety en zijn zusje dus nog steeds bij hun tante in Bandung. In februari 1956 moesten wij door de al slechtere politieke situatie zelf naar Nederland vertrekken en heb ik dus afscheid moeten nemen van Oety. Vaak moet ik nog aan hem en zijn zusje terugdenken. Wat zou er van ze terecht gekomen zijn? (Gerard de Boer)

09

Er heeft dus nooit gezinshereniging plaatsgevonden.

Gerard

Over het werven van Duitse Nazi’s bij de NAVO.

01

Tien jaar na de ondergang van Hitlers Derde Rijk en zes jaar na de oprichting van de NAVO vond men bij die organisatie dat in 1955 de tijd was aangebroken om voormalige Duitse Nazi-officieren in dienst te nemen. In de meeste gevallen waren het officieren die vanwege hun (mis)daden door Hitler onderscheiden waren met het Ridderkruis, maar zich aan het einde van de oorlog pas tegen hem keerden. Hieronder drie van hen, namelijk de oorlogsmisdadigers Hans Speidel, Adolf Heusinger en Johann Adolf Graf von Kielmansegg.

Hans Speidel.

Ridderkruisdrager en jodenvervolger Hans Speidel kreeg in 1957 het NAVO-bevel over de geallieerde landstrijdkrachten in Midden-Europa. Dit ondanks dat hij tijdens de Tweede Wereldoorlog in Frankrijk onder meer verantwoordelijk was geweest voor het uitroeien van Franse joden en verzetsstrijders en in Rusland voor het in brand steken van hele dorpen. Vaak nog met de bewoners in hun huizen, die levend verbrandden. Toen na de benoeming van Speidel een storm van kritiek losbarstte, werd men door de propaganda wijsgemaakt dat Speidel een “good guy” was geweest. Ja, dat hij zelfs tegen het einde van de oorlog (toen Duitsland al bijna verslagen was!) in het verzet ging……….. Verzwegen werden Speidels vele oorlogsmisdaden en diens kwalijke rol bij het verraden aan de Gestapo van veldmaarschalk Rommel. Overigens heeft Manfred Rommel, de zoon van de veldmaarschalk, op 8 september 1945 Speidel nog aangeklaagd voor diens verraad, maar de Amerikaanse bezettingsautoriteiten weigerden Manfreds aanklacht in behandeling te nemen.

02

03

Het onderstaande treffende stukje schreef het toenmalige Tweede Kamerlid en oud-verzetsman Marcus Bakker in januari 1957 in De Waarheid. Dat was drie weken na Speidels benoeming bij de NAVO toen het nog de jaren van de dienstplicht waren, zodat veel kinderen van verzetsstrijders deze oud-Nazi als opperbevelhebber opgedrongen kregen.

04

Adolf Heusinger.

Op dinsdag 13 december 1960 werd Heusinger, de voormalige stafchef van Hitler, benoemd tot voorzitter van het Militair Comité van de NAVO. Dit tot groot enthousiasme van de toenmalige Nederlandse regering die deze oorlogsmisdadiger blijkbaar had vergeven dat hij de man was geweest die in 1940 als chef van de afdeling operaties van de Duits generale staf het gehele aanvalsplan op Nederland had uitgewerkt.
Dat Heusinger een oorlogsmisdadiger was, bewijzen de circa 145 getuigenverklaringen tegen hem. Op de Krim heeft hij namelijk een gruwelijke terreur uitgeoefend en was verantwoordelijk voor de dood van duizenden mannen, vrouwen en kinderen. Op Heusingers bevel zijn in de plaats Stary Krym circa 600 inwoners vermoord, waaronder de hele Severnajastraat. En in Kertsj zijn honderden partizanen en burgers in een steengroeve met gas om het leven gebracht. Voor al deze gruwelijke misdaden heeft Heusinger nooit terecht gestaan. De reden: Heusinger had als stafchef van Hitler een groot aandeel gehad in de praktische voorbereiding van de aanval op de Sovjet-Unie op 22 juni 1941. En dat is dan ook de reden geweest  dat de NAVO-regeringen, waaronder Nederland, hem later zo graag op zo’n vooraanstaande plaats in de NAVO-structuur wilden hebben. Overigens heeft Moskou eind 1961 aan de VS nog om zijn uitlevering gevraagd, maar daar werd niet op ingegaan.

05

06

Johann Adolf Graf von Kielmansegg.

Deze voormalige ‘major im Generalstab’ van Hitlers 1ste Pantserdivisie was tijdens de Duitse inval in Polen (1 september 1939) verantwoordelijk voor een groot aantal oorlogsmisdaden, zoals het doodschieten van burgers en het ophangen van partizanen. In een door hem getekende brief heeft hij bevolen om opgehangen partizanen “als afschrikwekkend voorbeeld” te laten hangen. Over zijn wapenfeiten in Polen schreef Von Kielmansegg ook nog een boek, getiteld “Panzer zwischen Warschau und Atlantik”, dat  in 1941 bij de Berlijnse uitgeverij ‘Die Wehrmacht’ werd uitgegeven. In dit onfrisse geschrift – dat vol staat met antisemitische uitlatingen en Hitleraanbidding – garandeert Kielmansegg dat hij bereid is om op precies dezelfde wijze als in Polen Hitlers opdracht te vervullen, namelijk de vernietiging van Engeland. Wat betreft de ‘Endlösung der Judenfrage’ schrijft Von Kielmansegg in hetzelfde boek dat hij volkomen achter Hitlers zienswijze staat………..In Rusland zou Von Kielmansegg bevelen hebben gegeven aan Einsatzgruppen van de SS. Deze lieden waren verantwoordelijk voor de moord op 1.4 miljoen joden in Rusland en op miljoenen Slaven en andere burgers. Desondanks werd Von Kielmansegg op 1 juli 1966 benoemd tot opperbevelhebber van de Navo-strijdkrachten in Midden-Europa. Na Hans Speidel en Adolf Heusinger was Von Kielmansegg de derde Duitse oorlogsmidadiger die een hoge post bij de NAVO kreeg.

07

08

Gerard

In naam van Oranje.

Medio jaren ’60 werd er hard opgetreden tegen een ieder die in woord en geschrift te nadrukkelijk blijk gaf van zijn republikeinse gezindheid. De politie stroopte zelfs de cabarets af om te luisteren of er geen anti-Oranje teksten werden gezongen. Zo kregen de medewerkers van het bekende Lurelei-cabaret, waaronder Gerard Cox, op donderdag 27 oktober 1966 een proces-verbaal vanwege het lied ‘Arme Ouwe’, waarin passages voorkwamen die beledigend zouden zijn voor de koningin.

01

En een dag later werden drie Provo’s aangehouden vanwege een artikel in hun blad ‘Lynx 2’, getiteld “Bernhard Bilderberg of de wolf in schaapskleren”. Want ook veel bladen werden door de politie nageplozen op anti-Oranje teksten en/of tekeningen.

02

In september 1966 was zo ook al de Nederlandse cartoonist Bernard Willem Holtrop (‘Willem’) in de cel beland vanwege een voor koningin Juliana beledigende tekening in een Provo-blad. Holtrop had de prent gemaakt naar aanleiding van de riante verhoging van Juliana’s uitkering terwijl iedereen loon moest inleveren. Na zijn vrijlating vertrok Holtrop naar Parijs, waar hij later voor Charlie Hebdo ging tekenen (de terroristische aanslag op 7 januari 2015 heeft hij overleefd omdat hij op het moment van het bloedbad nog onderweg was naar de redactie).

04

Indertijd was het ook streng verboden om in het openbaar “Leve de Republiek” te roepen. Degenen die dat toch deden konden rekenen op een boete van 50 gulden (destijds een behoorlijk bedrag) plus 6 dagen voorwaardelijke hechtenis met een proeftijd van 2 jaar. Zo stonden in november 1965 een viertal personen terecht wegens “dreigende verstoring van de openbare orde”. Twee van hen hadden een spandoek opgehangen met het woord “Republiek”, terwijl de andere twee “Leve de Republiek” hadden geroepen. In zijn requisitoir noemde de officier van Justitie mr. Van Renesse het een bijzonder gevaarlijke zaak: “Het gaat hier om een dreigende ordeverstoring dat niets te maken heeft met het principe van vrijheid van meningsuiting”, aldus Van Renesse.

03

Ook werd er meer dan eens door agenten – die blijkbaar nog tijdens de bezetting onder Duits toezicht in Schalkhaar waren opgeleid – met grof geweld opgetreden. Zo werd de latere journalist Herman Hoeneveld op 10 maart 1966 (de huwelijksdag van Beatrix en Claus) in elkaar geslagen omdat hij tijdens het passeren van de gouden koets “Leve de Republiek” had geroepen. Na door een zestal agenten en Marechaussees op de grond te zijn geworpen, bleef een agent met zijn gummiknuppel maar op hem inslaan. Alleen omdat hij iets had geroepen dat onwelgevallig was……….

05

06

En zo zijn er destijds legio meer gevallen geweest van mensen die vanwege hun anti-monarchistische uitlatingen een proces-verbaal hebben gekregen of, al dan niet met geweld, zijn gearresteerd.

Gerard

Kritiek op de vlucht van Wilhelmina in 1940 kostte uiteindelijk aan 56 Nederlandse mannen en vrouwen het leven.

Nadat in Nederlands-Indië bekend was geworden dat koningin Wilhelmina op 13 mei 1940 naar Engeland was gevlucht werd ieder vorm van kritiek keihard de kop ingedrukt. Zo zijn er destijds op last van het Nederlandse koloniale gezag 57 Nederlandse mannen en vrouwen zonder vorm van proces geïnterneerd omdat ze op de een of andere manier hun ongenoegen over de vlucht hadden laten blijken.
Nadat ze – nog steeds zonder proces – anderhalf jaar lang onder erbarmelijke omstandigheden gevangen hadden gezeten, werden ze na de Nederlands-Indische capitulatie op 9 maart 1942 (met uitzondering van de dienstplichtige soldaat Stulemeijer) door het Nederlandse gezag overgedragen aan het Japanse leger die de majesteitsschenners wederom interneerden in de beruchte Jappenkampen (de mannen zijn later als dwangarbeider tewerkgesteld aan de Pakan Baroe- en de Birma-spoorweg). Niemand van hen heeft de oorlog overleefd.

Opmerking: Tussen de Nederlandse oorlogsverklaring aan Japan op 8 december 1941 en de Japanse inval op Java op 1 maart 1942 heeft een grote groep Nederlandse burgers nog kunnen uitwijken naar het veilige Australië, maar vanwege hun internering door het Nederlandse koloniale gezag hebben de 56 majesteitssschenners daar geen kans voor gekregen. Het werd hun dood.

De ‘staatsgevaarlijke majesteitsschenner’ Stulemeijer.

Nadat de destijds in Soerabaja woonachtige 22-jarige dienstplichtige KNIL-soldaat Johannes Ernst Stulemeijer had vernomen dat koningin Wilhelmina de wijk had genomen naar Engeland had hij hevig teleurgesteld tegen zijn buurman H.W.B. Beekwilder uitgeroepen: “Nu komen die moffen binnen en neemt de koningin de benen!”. Vanwege deze “defaitistische” opmerking heeft de buurman hem aangegeven.
Stulemeijer: “Eensklaps stonden er 10 gewapende militairen, aangevoerd door kapitein Blecking, die mij gelastte met mijn handen omhoog mee te gaan. Daarna werd ik opgesloten in een snikhete cel van Fort Ngawi”.
Nadat de Nederlandse ballingenregering in Londen op 8 december 1942 Japan de oorlog had verklaard, biedt Stulemeijer – die inmiddels al anderhalf jaar zonder proces gevangen zit – zich aan om als militair Java te helpen verdedigen in geval van een Japanse invasie. Het verzoek wordt genegeerd en er gebeurt iets heel anders.
Op 21 januari 1942 wordt hij – samen met een grote groep leden van de Nederlands-Indische NSB – in Soerabaja ingescheept aan boord van het m.s. ‘Tjisadane’ die hem via Kaapstad naar Suriname zal brengen. “Vergeet de boten, de boeien en de reddingsvlotten”, krijgt hij aan boord van de ‘Tjisadane’ te horen van een marinier die hem moet bewaken. “Die zijn niet voor jou. Als er wat gebeurt, verzuip je als een rat, want jij verdient niet beter.” Stulemeijer, die tijdens de reis opgesloten zit in een grote stalen kooi in het voorschip, komt uiteindelijk op 1 maart 1942 in Paramaribo aan. Daar wordt hij geïnterneerd in het Nederlandse concentratiekamp ‘Jodensavanne’ (ook wel ‘De Groene Hel’ genoemd), waar hij jarenlang onder erbarmelijke omstandigheden geïnterneerd zal blijven.
Als op 5 mei 1945 Nederland is bevrijd moet Stulemeijer aanwezig zijn als in het kamp de Nederlandse driekleur wordt gehesen en het Wilhelmus ten gehore wordt gebracht. De verzwakte Stulemeijer krijgt van een Nederlandse marinier te horen dat als hij tijdens de hele ceremonie niet stram in de houding blijft staan er op hem geschoten zal worden. Ruim een jaar na de oorlog wordt Stulemeijer op 15 juli 1946 met het m.s. ‘Boissevan’ naar Nederland gevaren en, nadat het schip op 6 augustus 1946 in Amsterdam heeft afgemeerd, zonder verdere toelichting in vrijheid gesteld. Ruim 6 jaar na zijn arrestatie ziet hij ook zijn vrouw en dochtertje terug. Mevrouw Stulemeijer wist niet eens dat haar man nog leefde. Het Nederlandse Rode Kruis had hem namelijk als ‘verdronken’ opgegeven!………
Later heeft Stulemeijer nog getracht eerherstel te verkrijgen. Op zijn vraag waarom hij destijds geïnterneerd was geworden, kreeg hij ten antwoord: “U werd potentieel staatsgevaarlijk geacht en daarom vastgezet”.
Stulemeijer: “Ik heb geprobeerd recht te verkrijgen. Ik heb in zelfs een proces aangespannen tegen de Nederlandse staat. Het mocht niet baten.”

Gerard (informatie van J.E. Stulemeijer, 1977).

Stulemeyer

StulemTK

Zie ook mijn artikel:

De “plotselinge” vlucht van koningin Wilhelmina en haar regering in mei 1940 was al vanaf november 1939 voorbereid.