Kritiek op de vlucht van Wilhelmina in 1940 kostte uiteindelijk aan 56 Nederlandse mannen en vrouwen het leven.

Nadat in Nederlands-Indië bekend was geworden dat koningin Wilhelmina op 13 mei 1940 naar Engeland was gevlucht werd ieder vorm van kritiek keihard de kop ingedrukt. Zo zijn er destijds op last van het Nederlandse koloniale gezag 57 Nederlandse mannen en vrouwen zonder vorm van proces geïnterneerd omdat ze op de een of andere manier hun ongenoegen over de vlucht hadden laten blijken.
Nadat ze – nog steeds zonder proces – anderhalf jaar lang onder erbarmelijke omstandigheden gevangen hadden gezeten, werden ze na de Nederlands-Indische capitulatie op 9 maart 1942 (met uitzondering van de dienstplichtige soldaat Stulemeijer) door het Nederlandse gezag overgedragen aan het Japanse leger die de majesteitsschenners wederom interneerden in de beruchte Jappenkampen (de mannen zijn later als dwangarbeider tewerkgesteld aan de Pakan Baroe- en de Birma-spoorweg). Niemand van hen heeft de oorlog overleefd.

Opmerking: Tussen de Nederlandse oorlogsverklaring aan Japan op 8 december 1941 en de Japanse inval op Java op 1 maart 1942 heeft een grote groep Nederlandse burgers nog kunnen uitwijken naar het veilige Australië, maar vanwege hun internering door het Nederlandse koloniale gezag hebben de 56 majesteitssschenners daar geen kans voor gekregen. Het werd hun dood.

De ‘staatsgevaarlijke majesteitsschenner’ Stulemeijer.

Nadat de destijds in Soerabaja woonachtige 22-jarige dienstplichtige KNIL-soldaat Johannes Ernst Stulemeijer had vernomen dat koningin Wilhelmina de wijk had genomen naar Engeland had hij hevig teleurgesteld tegen zijn buurman H.W.B. Beekwilder uitgeroepen: “Nu komen die moffen binnen en neemt de koningin de benen!”. Vanwege deze “defaitistische” opmerking heeft de buurman hem aangegeven.
Stulemeijer: “Eensklaps stonden er 10 gewapende militairen, aangevoerd door kapitein Blecking, die mij gelastte met mijn handen omhoog mee te gaan. Daarna werd ik opgesloten in een snikhete cel van Fort Ngawi”.
Nadat de Nederlandse ballingenregering in Londen op 8 december 1942 Japan de oorlog had verklaard, biedt Stulemeijer – die inmiddels al anderhalf jaar zonder proces gevangen zit – zich aan om als militair Java te helpen verdedigen in geval van een Japanse invasie. Het verzoek wordt genegeerd en er gebeurt iets heel anders.
Op 21 januari 1942 wordt hij – samen met een grote groep leden van de Nederlands-Indische NSB – in Soerabaja ingescheept aan boord van het m.s. ‘Tjisadane’ die hem via Kaapstad naar Suriname zal brengen. “Vergeet de boten, de boeien en de reddingsvlotten”, krijgt hij aan boord van de ‘Tjisadane’ te horen van een marinier die hem moet bewaken. “Die zijn niet voor jou. Als er wat gebeurt, verzuip je als een rat, want jij verdient niet beter.” Stulemeijer, die tijdens de reis opgesloten zit in een grote stalen kooi in het voorschip, komt uiteindelijk op 1 maart 1942 in Paramaribo aan. Daar wordt hij geïnterneerd in het Nederlandse concentratiekamp ‘Jodensavanne’ (ook wel ‘De Groene Hel’ genoemd), waar hij jarenlang onder erbarmelijke omstandigheden geïnterneerd zal blijven.
Als op 5 mei 1945 Nederland is bevrijd moet Stulemeijer aanwezig zijn als in het kamp de Nederlandse driekleur wordt gehesen en het Wilhelmus ten gehore wordt gebracht. De verzwakte Stulemeijer krijgt van een Nederlandse marinier te horen dat als hij tijdens de hele ceremonie niet stram in de houding blijft staan er op hem geschoten zal worden. Ruim een jaar na de oorlog wordt Stulemeijer op 15 juli 1946 met het m.s. ‘Boissevan’ naar Nederland gevaren en, nadat het schip op 6 augustus 1946 in Amsterdam heeft afgemeerd, zonder verdere toelichting in vrijheid gesteld. Ruim 6 jaar na zijn arrestatie ziet hij ook zijn vrouw en dochtertje terug. Mevrouw Stulemeijer wist niet eens dat haar man nog leefde. Het Nederlandse Rode Kruis had hem namelijk als ‘verdronken’ opgegeven!………
Later heeft Stulemeijer nog getracht eerherstel te verkrijgen. Op zijn vraag waarom hij destijds geïnterneerd was geworden, kreeg hij ten antwoord: “U werd potentieel staatsgevaarlijk geacht en daarom vastgezet”.
Stulemeijer: “Ik heb geprobeerd recht te verkrijgen. Ik heb in zelfs een proces aangespannen tegen de Nederlandse staat. Het mocht niet baten.”

Gerard (informatie van J.E. Stulemeijer, 1977).

Stulemeyer

StulemTK

Zie ook mijn artikel:

De “plotselinge” vlucht van koningin Wilhelmina en haar regering in mei 1940 was al vanaf november 1939 voorbereid.

Advertisements