Hitler werd in 1939 voorgedragen voor de Nobelprijs voor de vrede.

In januari 1939 heeft de Zweedse sociaal-democratische senator Erik Brandt in een brief aan het Nobel-comité Adolf Hitler aanbevolen voor de Nobelprijs voor de vrede. Dit tot grote schrik van Brandts partij, de Socialdemokraterna, dat zich haastte te verklaren dat het een “ironische mop” was. Volgens de partij wilde Brandt een statement maken omdat hij de kandidatuur van de  Britse premier Neville Chamberlain ongepast vond vanwege diens slappe optreden tegen Nazi-Duitsland. Deze verklaring – die ook nog eens in het partijblad Social-Demokraten werd afgedrukt – wordt tot op de dag van vandaag nog steeds graag geciteerd. Maar het was geen ‘ironische mop’ en ook geen statement. Senator Brandt was begin 1939 – “na alles goed doordacht te hebben”, zoals hij zelf verklaarde – er wel degelijk heilig van overtuigd “dat het aan Hitler te danken was dat het nog steeds vrede was”. Onder grote druk van zijn partij moest Brandt uiteindelijk zijn aanbevelingsbrief intrekken.

HitlNobelTot

Gerard

Advertisements