Prins Bernhard, Pieter Menten en de verdwenen brief.

Nadat de Nederlandse SS’er en oorlogsmisdadiger Pieter Nicolaas Menten op 16 mei 1945 in Bloemendaal door de Binnenlandse Strijdkrachten was gearresteerd, en opgesloten in het Haarlemse huis van bewaring, heeft prins Bernhard een schriftelijk verzoek ingediend om hem vrij te laten. De brief was gericht aan kapitein mr. L. Erades, de Militair Commissaris voor Inbewaringstelling en Vrijlating in het District Haarlem.
Dit blijkt uit de verklaring van mevrouw C. Koning-Stroink (die daar in de jaren 1945-1946 chef de bureau was) tegenover de Commissie-Schöffer die in de jaren 1977-1978 onderzoek deed naar de oorlogsmisdaden van Menten in Polen.
Volgens mevrouw Koning was ze enorm geschrokken toen Bernhards brief binnenkwam: “Ik holde er ontzet mee naar mr. Erades en hij vertrouwde mij toe om zelf aan de Prins te schrijven, dat als de zaak van de heer P.N. Menten in behandeling was genomen wel zou worden meegedeeld of hij al dan niet in vrijheid zou worden gesteld”.
In ieder geval kwam Menten op 13 oktober 1945 alweer vrij. Maar toen mevrouw Koning in januari 1946 het dossier-Menten weer in handen kreeg, bleek dat zowel de prinselijke pleitbrief als de kopie van haar antwoord uit het dossier verdwenen te zijn.

Menten1

Menten2

Menten3

Menten4

Gerard

Advertisements