De door de Duitsers ingenomen fietsen werden niet teruggeven door de Nederlandse overheid.

In juli 1942 begon de Duitse bezetter met het vorderen van fietsen. Ondanks de mededeling dat het maar om een gering aantal zou gaan, moesten in de praktijk alle herenfietsen ingeleverd worden. Nadat de gegevens waren genoteerd kreeg de eigenaar 50 gulden schadeloosstelling. Dat was ongeveer 10 gulden meer dan de prijs van een doorsnee vooroorlogse fiets.

Fiets1

Fiets2

Fiets3

Wie zijn fiets niet had ingeleverd, en later alsnog werd betrapt, was zijn fiets kwijt en kreeg ook geen 50 gulden schadeloosstelling.

Na de bevrijding werden de door de Duitsers achtergelaten fietsen ter beschikking gesteld van de Nederlandse overheid, waarbij de rechten van de vroegere eigenaars vervielen. Volgens de mededeling in de dagbladen zou het, net als in 1942, weer om een gedeelte van de fietsen gaan, maar in werkelijkheid zijn alle door de Duitsers achtergelaten fietsen naar de Nederlandse overheid gegaan. Men ging van het standpunt uit dat er indertijd al voor betaald was.

Fiets4

Gerard

Advertisements