Merkwaardig besluit over de Nederlandse nationaliteit door de regering-Drees.

In 1953 werd door de regering van PVDA-premier Willem Drees besloten om de circa 40.000 mannen met hun gezinsleden – waarvan de mannen tijdens de bezetting in vijandelijke staats-of krijgsdienst waren getreden – binnen twee jaar hun Nederlanderschap terug te geven dat hen na de bevrijding was ontnomen.

01

Maar deze regeling gold niet voor de Nederlandse oud-Spanjestrijders die voor de oorlog met de Internationale Brigades tegen de  nationalisten van generaal Franco hadden gevochten.  Dit ondanks het feit dat deze groep tijdens de Duitse bezetting vaak een toonaangevende rol in het verzet had gespeeld. Zij bleven statenloos.

02

In hetzelfde jaar werden ook Nederlanders die in dienst waren van buitenlandse consulaten van de ene op de andere dag ook statenloos omdat ze zonder goedkeuring ‘in vreemde staatsdienst’ waren getreden. En dat terwijl menigeen al jarenlang op deze consulaten werkzaam was en er aanvankelijk geen goedkeuring was geëist.
Zo moesten in september 1953 alleen al in Rotterdam alle Nederlandse receptionistes, telefonistes en typistes van de consulaten van Amerika, Frankrijk, Noorwegen en Spanje opnieuw een verzoek tot naturalisatie indienen. En aangezien dat nogal wat tijd vergde, konden deze statenloze vrouwen in de tussentijd dus geen beroep meer doen op de rechten die aan een nationaliteit verbonden waren, zoals stemmen, trouwen, reizen, etc.

03

Gerard

Advertenties