Nederlandse regering hield jodenjagende burgemeester de hand boven het hoofd.

Zonder daartoe opdracht te hebben gekregen heeft de Barneveldse burgemeester Westrik tijdens de Duitse bezetting op eigen initiatief razzia’s georganiseerd op onderduikers en verzetsmensen, waarbij door hem ook 27 joden aan de Sicherheitsdienst (SD) zijn overgedragen voor transport naar Westerbork.
Bij één van die razzia’s op 5 oktober 1942 werd bij de familie Dekkers op de Stroeërweg 17 te Voorthuizen – waar een aantal joden ondergedoken zat – een joods meisje dat zich daar gillend van angst verzette door burgemeester Westrik eigenhandig van de trappen naar beneden gesleurd (zie Tweede Kamerverslag Goedhart). Een paar achtergelaten koffers met kledingstukken en een bedrag van 1200 gulden moest mevrouw Dekkers op 8 oktober 1942 aan de burgemeester afstaan. Niemand van de door hem eigenhandig opgepakte joden is na de oorlog teruggekomen.
Na de bevrijding werd Westrik door de Politieke Opsporingsdienst gearresteerd, maar door ingrijpen van de minister van Binnenlandse Zaken Louis Beel duurde het arrest maar één dag. Volgens de minister waren er geen steekhoudende beschuldigingen tegen Westrik ingebracht. Wel was Beel van mening dat enige gedragingen van de heer Westrik sterke afkeuringen verdienden, en dat hij met zijn houding tegenover joden fouten had gemaakt, maar dat er geen reden was om aan zijn goede trouw te twijfelen. (zie Tweede Kamerverslag Beel). Westrik was namelijk geen lid geweest van de NSB…..
Na tot 17 december 1945 geschorst te zijn geweest, kon Westrik dus gewoon aanblijven als burgemeester van Barneveld.
Verontwaardigd schreef de voormalige verzetskrant De Waarheid op 13 april 1946: ‘Zij, die de burgemeester de hand boven het hoofd houden, doen dit zeker niet uit trouw jegens Westrik, maar omdat zij, zelf bijna stuk voor stuk niet zuiver op de graat, zeer best weten dat met de arrestatie van de burgemeester ook hun rol uitgespeeld is’.
In mei 1946 is Westrik op eigen verzoek eervol ontslagen.

Hieronder het Tweede Kamerlid Goedhart tijdens het debat over burgemeester Westrik.

Westrik1

De reactie van minister Beel.

Westrik2

In het onderstaande artikel uit De Waarheid wordt gesproken over 23 joden, maar dat moet 27 zijn (zie Tweede Kamerverslag Goedhart).

Westrik3

Westrik4

Gerard

Advertenties