Volgens ex-officier van de Britse geheime dienst was ook koningin Wilhelmina betrokken bij de ondergang van de K-XVII.

Op vrijdag 21 maart 1980 werd de Nederland televisiekijker, en met name de nabestaanden, opgeschrikt door het verhaal van sir Christopher Creighton, een ex-officier van de Britse geheime dienst (sectie M), die volgens eigen zeggen in 1941 de Nederlandse onderzeeër K-XVII persoonlijk had opgeblazen op gezamenlijk bevel van Churchill en Roosevelt en met noodzakelijke, moeizaam verkregen toestemming van koningin Wilhelmina. Nadat de K-XVII was vernietigd, heeft Creighton de Koningin persoonlijk verslag uitgebracht. De enige zonde die de Nederlanders hadden begaan, was hun ontdekking dat de Japanse vloot onderweg was naar Pearl Harbor. Dit nieuws moest doelbewust achtergehouden worden, om er zeker van te zijn dat de Amerikanen bij de wereldoorlog betrokken werden. Men achtte het destijds van essentieel belang dat de hele Nederlandse bemanning dit geheim meenam in hun zeemansgraf.

01

02

03

04

Hieronder Creightons verklaring:

Het besluit om de Nederlandse onderzeeër K-XVII te vernietigen, werd om de volgende redenen genomen. Op 28 november 1941, toen luitenant-ter-zee Besançon de Japanse vloot in zicht kreeg, die zich kennelijk in de richting van Pearl Harbor begaf, seinde hij onmiddellijk een gecodeerd bericht naar het Britse marine-opperbevel in het Verre Oosten. Daaronder opereerden de Nederlanders. De boodschap werd onderschept door de afdeling cryptologie van de sectie M in Singapore. Binnen enkele uren arriveerden kopieën van het bericht in Washington, uitsluitend bestemd voor generaal Donovan persoonlijk, en in Londen, bij majoor Desmond Morton. Beiden lichtten hun respectieve chefs in, Roosevelt en Churchill. Deze vier personen wisten al dat Japan van plan was Pearl Harbor aan te vallen en hadden gebeden dat er niets tussen zou komen.
In die tijd nam tachtig procent van de Amerikaanse bevolking een bijzonder isolationistisch standpunt in en was ze sterk gekant tegen een oorlog met Japan of Duitsland.
Mocht Roosevelt Japan de oorlog verklaren zonder dat er Amerikaanse doelen waren aangevallen, dan was de kans groot dat hij zou moeten aftreden. Omgekeerd, wanneer Amerika zich afzijdig zou houden – zo concludeerden Morton en Donovan – zouden de Japanners vrij spel hebben en ongehinderd India, Australië, Nieuw-Zeeland en tal van andere landen in de Stille en Indische Oceaan kunnen bezetten. Het zou waarschijnlijk onmogelijk zijn om die landen in een later stadium te bevrijden. Bovendien hadden de Britten en hun bondgenoten de hulp van Amerika hard nodig in hun strijd tegen Duitsland. Wanneer de Japanners Pearl Harbor aanvielen, was het zeker dat Amerika zich in de oorlog zou mengen. Maar wanneer de Britse en Amerikaanse leiders van de komende aanval op de hoogte waren, waarom waren de Amerikaanse strijdkrachten in Pearl Harbor dan niet in paraatheid gebracht? En waarom kregen de Amerikaanse oorlogsschepen niet het bevel uit te varen? Op zee waren zij toch veel veiliger en konden zij terugvechten? Volgens deskundigen had de marinebasis toch met succes verdedigd kunnen worden? Het antwoord op de vraag waarom er dan niets gebeurde, is eenvoudig. Op Hawaii bevonden zich duizenden Japanse emigranten. De meesten stelden zich bijzonder loyaal op ten opzichte van hun nieuwe vaderland, maar sommigen hadden voor Japan gespioneerd. Bovendien bruiste het Japanse consulaat-generaal van de activiteiten. Wanneer de basis in paraatheid was gebracht, zou het Japanse oppercommando dit binnen een paar uur hebben geweten. De aanval zou zijn afgelast door keizer Hirohito, die erop stond dat het een complete verrassing zou zijn. Roosevelt zou geen aanleiding hebben gehad om Amerika bij de oorlog te betrekken, en dat zou rampzalig zijn voor de Geallieerden. Wat dit alles te maken had met de K-XVII, zal duidelijk zijn. Wanneer bekend was geworden dat Roosevelt en Churchill van de aanval op Pearl Harbor afwisten en niets hadden gedaan om die te voorkomen, zou niet alleen hun carrière ten einde zijn geweest, maar zou waarschijnlijk ook de hele alliantie uiteen zijn gevallen. Dan hadden de Japanners vrij spel en konden zij de halve wereld veroveren en plunderen. Zodra het bericht van de onderzeeër was ontvangen, werd de hele affaire omgeven met een muur van absolute geheimhouding. De K-XVII kreeg opdracht terug te keren naar de basis in Singapore om brandstof te bunkeren. De onderzeeër mocht niet de haven ingaan en in zijn verdere berichtgeving in geen geval toespelingen maken op de Japanse vloot. Onder de naam van luitenant-ter-zee Paul Hammond, een van mijn schuilnamen, die op de naam- en ranglijst van Britse marine-officieren voorkwam, reisde ik met een Berwick-vliegboot met speciale extra brandstoftanks via Nova Scotia, San Francisco en het eiland Wake naar de Noordelijke Marianen, waar ik mij de volgens afspraak op 6 december 1941 aan boord van de K-XVII begaf.
In dat stadium van de oorlog opereerden de Nederlandse onderzeeërs in het Verre Oosten onder het Britse marine-opperbevel, en ik was in het bezit van volmachten van het hoofd onderzeebootdienst, admiraal sir Max Horton, de opperbevelhebber van de vrije Nederlandse marine in Londen en van koningin Wilhelmina, die destijds resideerde in Reading Berkshire. Deze volmachten gaven mij de autoriteit om luitenant-ter-zee Besançon operationele opdrachten te geven in naam van de Britse admiraliteit, hoewel niemand van hen enig idee had waarvoor ik deze autoriteit wilde gebruiken. Dat gold ook voor luitenant-ter-zee Besançon. Bij een van de kleine Marianen, net ten zuiden van Pagan en ongeveer achthonderd zeemijl ten zuiden van Japan, werden er kratten uit de Berwick-vliegboot overgeladen in de onderzeeër. De bemanning kreeg te horen dat er kerstcadeautjes van de Koningin en hun collega’s in Engeland in zaten. De meeste kratten bevatten inderdaad jenever, whisky, bier, champagne en andere kerstmisspullen. Maar in één krat zat cyanidegas en in twee andere kratten explosieven en ontstekingsmechanismen met tijdschakelaars. Ik wachtte op een gecodeerd radiosignaal. Mocht de Japanse vloot haar aanval op Pearl Harbor afbreken, dan zou mijn operatie voorlopig overbodig zijn en afgelast worden. De volgende dag, op zondag 7 december 1941, kreeg ik bevel om de operatie voort te zetten. De Japanners hadden Pearl Harbor aangevallen. Die avond verliet ik de K-XVII en ging ik terug naar de Berwick. Een half uur later kwam het dodelijke cyanidegas vrij en was te zien hoe de bemanning trachtte uit de onderzeeër te ontsnappen. Even later explodeerde het vaartuig en zonk. Ik stelde vast dat er geen overlevenden waren.

Christopher Creighton
Londen, augustus 1980

Opmerking:

Volgens kapitein-luitenant ter zee F.C. van Oosten, in 1980 hoofd van de afdeling Maritieme Historie, lag de K-XVII op 6 december 1941 echter in Singapore en was er op 16 december 1941, dus 9 dagen na de aanslag van Creighton, nog radiocontact met de onderzeeër. En in mei 1982 vond het duikteam van Hatcher Diving Company in de buurt van het eiland Tioman, ten noordoosten van Singapore, een wrak van een onderzeeër. Het opgedoken stuurwiel met nummer 707 zou volgens de Koninklijke Marine van de K-XVII zijn geweest. De locatie van het wrak was een paar duizend mijl verwijderd van de positie waar, volgens Creighton, de K-XVII de Japanse vloot had ontdekt en door hem zou zijn opgeblazen.

Reactie van Creighton: “Waar we hiermee te maken hebben zijn mensen, historici, zowel in Londen als in Den Haag, die er in 1941 niet bij waren. Ik was  erbij, ik weet wat er gebeurd is. De K-XVII werd door mij opgeblazen op gezamenlijk bevel van Churchill en Roosevelt en met noodzakelijke, moeizaam verkregen toestemming van koningin Wilhelmina. Op haar verzoek heb ik persoonlijk aan de koningin in Reading verslag uitgebracht”.

1996: Interview met Creighton in de Britse pers:

The Dutch sub found near Tioman is a fake. A sistership (nominated for brake up) was dressed up like the K-XVII, they even altered the number on the steeringwheel (number was used to identify the wreck!). The boat was maneuvered to the minefield near Tioman, so the secret service must have known the location (that was changed at the last moment because the Japanese minelayer was disturbed by a Dutch plane) of the Japanese minefield without informing the Navy! Mines had to be moved or dismantled. Once in the minefield the boat was scuttled, using explosives in such a way that it would appear she was struck by a mine.

Gerard

Advertisements