De radiorede van een prinselijke deserteur.

Terwijl in Nederlands-Indië de gevechten met het Japanse leger nog in volle gang waren, hield prins Bernhard op vrijdagavond 6 maart 1942  voor Radio Oranje in zijn beste Nederlands een toespraak tot de rijksgenoten in het verre Indië. Alsof ze daar 12.000 km verderop, midden in een felle oorlog, rustig naar de zeer slecht te ontvangen oranjezender zaten te luisteren.
Bernhard, die in 1936 naast zijn officiersrang in Nederland tevens benoemd was tot officier van het Koninklijk Nederlands-Indische Leger (KNIL), vertelde dat hij gaarne hun strijd had willen meemaken, maar dat het van de regering niet mocht, en dat hij zich hierbij moest neerleggen.

01PBindie

Het is onbekend of Bernhards toespraak vanwege de chaos in Indië is ontvangen, maar in ieder geval wel in het bezette Nederland. Behalve de verstokte oranjeklanten werd Bernhards toespraak door veel Nederlanders zeer sceptisch ontvangen. Men was niet vergeten dat in de meidagen van 1940 – terwijl Nederlandse soldaten als leeuwen tegen de Duitsers vochten en er dagelijks honderden jonge jongens sneuvelden – deze ritmeester van het regiment Huzaren van Boreel lafhartig de benen had genomen. En nu zou hij samen met de KNIL-soldaten in Indië tegen de Jappen hebben willen vechten? Velen namen Bernhards woorden dan ook totaal niet serieus.
De deftige Haagse ‘De Residentiebode’ schreef daags na Bernhards toespraak op 7 maart 1942: ‘De Prins-Gemaal, die zich reeds eerder in 1940 tijdig in veiligheid stelde, schaamt zich niet thans voor de microfoon te treden en zijn afzijdigheid te vergoelijken met een beroep op de regering’.
En de Alkmaarsche Courant schreef twee dagen later: ‘Het is niet duidelijk waarom de Prins deze verklaring aflegde wanneer zijn voorgenomen plannen toch geen voortgang kunnen hebben. Velen, die tot het laatste moment aan de Grebbeberg en elders de strijd met de overmachtige vijand aanbonden, hadden het zeker gewaardeerd, als de Prins toen in Holland was gebleven en de gevaren van zijn soldaten te velde had gedeeld’.

Saillant detail is dat de rede van Bernhard daarna niet met het Wilhelmus werd besloten, maar met zang van een dameskoor. Alsof de leiding van Radio-Oranje als bij intuïtie voelde dat ons volkslied hier niet paste.

Zie ook: Over Veteranendag, de witte anjer en de Biesterfelder deserteur.

Gerard

Advertisements