De massa-immigratie kwam van rechts.

De confessionele partijen KVP, ARP, CHU (in 1980 opgegaan in het CDA) en de VVD zijn in de vorige eeuw begonnen met het massaal werven van arbeidsmigranten uit met name Turkije en Marokko, en het naar Nederland halen van hun gezinnen.

1959-1963: Kabinet-De Quay (KVP, ARP, CHU en VVD):
– Begin van de grootschalige werving van arbeidsmigranten.

1963-1965: Kabinet-Marijnen (KVP, ARP, CHU en VVD):
– Wervingsovereenkomst met Turkije.

1967-1971: Kabinet-De Jong (KVP, ARP, CHU en VVD):
– Wervingsovereenkomst met Marokko.

1977-1981: Kabinet-Van Agt/Wiegel (CDA en VVD):
– Eerste ontwerp-minderhedennota van vicepremier en minister van Binnenlandse Zaken Hans Wiegel (VVD) waarin onder andere bepaald werd dat Nederland zich zou moeten ontwikkelen tot een multiculturele samenleving en dat de autochtone Nederlandse meerderheid zich zou moeten aanpassen aan de nieuwe situatie.

1982-1986: Kabinet-Lubbers (CDA en VVD):
– Definitieve presentatie van de minderhedennota door minister van Binnenlandse Zaken Koos Rietkerk (VVD). Tevens verscheen de nota van de staatssecretaris van Justitie Virginie Korte-Van Hemel (CDA) waarin het recht op gezinshereniging plus het recht op toelating van huwelijkspartners van arbeidsmigranten werd erkend.

WiegelMulticultureleSamenleving

Gerard

Over het Kalergi-plan en de EU.

De in 1923 door de Oostenrijkse graaf Richard Coudenhove-Kalergi opgerichte Paneuropese Unie streefde naar een verenigd Europa met open grenzen. Het was tevens zijn wens dat het nieuwe Europa bevolkt zou worden door een gemengd ‘toekomstras’ dat middels massa-immigratie gestalte zou moeten krijgen.

01

Sinds de oprichting van de EU zijn de bureaucraten in Brussel geleidelijk aan begonnen de agenda van Coudenhove-Kalergi uit te voeren. Zelfs de vlag van de EU lijkt verdacht veel op de vlag van Coudehove-Kalergi’s Paneuropese Unie.

01

Saillant detail is dat de vooroorlogse Nederlandse regering zeer ingenomen was met het gedachtegoed van Coudenhove Kalergi. Hij is dan ook in 1939 met alle egards ontvangen door minister-president Colijn en de minister van Buitenlandse zaken Patijn.

KalergiColijnPatijn

Gerard

Nog geen wettelijke scheiding tussen kerk en staat in Nederland.

De scheiding tussen kerk en staat is niet vastgelegd in onze Grondwet, noch in enige andere wettelijke bepaling. Vandaar dat Nederland altijd politieke partijen met een religieuze grondslag heeft gekend en dat op Prinsjesdag het staatshoofd de troonrede afsluit met de bede om Gods zegen. Ook heeft op de tafel van de voorzitter van de Tweede Kamer altijd de Bijbel gestaan en is in de zomer van 2005 door de toenmalige Tweede Kamervoorzitter Frans Weisglas (VVD) er ook nog eens de Koran nadrukkelijk naast gezet. Overigens zijn de twee heilige boeken in 2015 gedigitaliseerd en heeft de Kamervoorzitter ze in een e-reader op de voorzitterstafel.

KerkStaat

Gerard

Zij moesten plaatsmaken.

Plaatsmaken2020

Nadat koningin Juliana in april 1952 het Nederlandse volk had opgeroepen om te gaan emigreren, vertrokken er in de jaren daarna meer dan een half miljoen Nederlanders naar Zuid-Afrika, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland. De overheid maakte het hen dan ook vrij gemakkelijk door vaak de overtocht te betalen en enkele honderden guldens ‘oprotpremie’ mee te geven. Door de ontstane ruimte kon in 1960 worden begonnen met de massale import van goedkope arbeidsmigranten. Allereerst werd door de overheid en werkgevers begonnen met het werven van Zuid-Europeanen, met name uit Italië en Spanje, en later met het werven van Turken (1964) en Marokkanen (1969). In de Marokkaanse steden Rabat en Casablanca en de Turkse steden Ankara en Istanbul werden zelfs wervingskantoren geopend om de ‘gastarbeiders’, en later hun gezinnen, naar Nederland te halen. Voor meer informatie, zie: De massa-immigratie kwam van rechts.

Gerard

Rotterdam werd meer dan 300 keer door de geallieerden gebombardeerd.

Na het verwoestende Duitse bombardement op Rotterdam op 14 mei 1940, waarbij honderden doden te betreuren waren, is die stad volgens de historici Lennart van Oudheusden en Jac. J. Baart in hun boek ‘Target Rotterdam’ in de jaren daarna door Amerikaanse en Britse bommenwerpers nog eens meer dan 300 keer gebombardeerd. Met veel meer slachtoffers onder de burgerbevolking dan het Duitse bombardement op 14 mei 1940. Overigens was de hevigste geallieerde luchtaanval op 31 maart 1943. Op die dag werden nogmaals hele Rotterdamse wijken weggevaagd en zijn honderden burgers om het leven gekomen.

Polygoonjournaal vlak na het bombardement op 31 maart 1943:

 

Volgens het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) werd Nederland in de jaren 1940-1945 ongeveer 600 keer door de geallieerden gebombardeerd met naar schatting 10.000 doden onder de burgerbevolking.

Aanklikken voor vergroting:

Blom2020

Gerard

Zwarte bevrijding voor veel onschuldige meisjes.

Na de bevrijding in mei 1945 zijn nogal wat onschuldige meisjes kaalgeschoren en zwaar mishandeld door buurtbewoners. In de meeste gevallen door toedoen van jonge mannen die het niet konden verkroppen dat hun geliefden de verkering hadden uitgemaakt en rondbazuinden dat het ‘moffenhoeren’ waren geweest.

01

02

Ook zijn er vlak na de bevrijding tientallen verzetsvrouwen, waaronder koeriersters, publiekelijk mishandeld en kaalgeschoren. Zij hadden tijdens de oorlog relaties aangeknoopt met Duitse officieren om inlichtingen los te krijgen die voor het verzet van groot belang waren (aanklikken voor vergroting).

03

Overigens is het een feit dat de ijver van de zogeheten ‘goede vaderlanders’ waarmee zij hun wraaklust en woede koelden op ‘moffenhoeren’ vaak te maken had met het overschreeuwen van hun eigen lafheid tijdens de bezetting en verdringing van schuldgevoel.

Gerard

2002: GL-fractievoorzitter Paul Rosenmöller zag Pim Fortuyn graag bloeden.

Begin 2002 liep de voormalige GroenLinks-fractievoorzitter Paul Rosenmöller voorop met het demoniseren van de LPF-voorman Pim Fortuyn. In april 2002 oreerde Rosenmöller dat hij hoopte dat Pim Fortuyn zich vanwege diens uitspraken dusdanig in zijn vingers had gesneden dat de wond zo diep was dat het bloeden zou aanhouden tot na de verkiezingen op 15 mei 2002. Het bloed zou overigens al veel eerder vloeien toen Pim een paar weken later, op 6 mei 2002, werd geliquideerd door milieuactivist Volkert van der Graaf.

PimTelegraafPolitiekMedia

In februari 2019 bleek de huidige GroenLinks-fractievoorzitter Jesse Klaver het gedemoniseer van zijn voorganger destijds “heel inspirerend” te vinden.

 

Klik hier voor mijn stukje over de kwalijke rol van een GroenLinks-wethouder vlak na de moord op Pim.

Gerard

7 mei 1945: De schietpartij op de Dam.

Op 7 mei 1945 vond er rond 15:00 uur op de Dam in Amsterdam een schietpartij plaats tussen matrozen van de Duitse Kriegsmarine, wier schip in een Amsterdams dok lag, en de Binnenlandse Strijdkrachten (BS), waarbij veel burgerslachtoffers zijn gevallen. De zaak is echter meteen daarna in de doofpot gestopt. De reden: het legertje van de Prins was in het geding. Hier de feiten:

Op 4 mei 1945 kreeg Bernhard in Beekbergen, namens generaal Montgomery, van de Canadese generaal Foulkes strikte orders dat zijn BS geen wapens mocht dragen (zie Bernhards instructie aan de BS d.d. 6 mei 1945 onderaan dit artikel). Tevens mochten alléén de Canadezen de Duitse troepen ontwapenen. Ondanks dat de Amsterdamse BS onder leiding van Carel Frederik Overhoff hiervan meteen op de hoogte was gesteld, heeft men zich niets van deze instructie aangetrokken en ging de BS toch gewapend de straat op. Terwijl de Dam volstroomde met feestgangers om de komst van de Canadezen te vieren begonnen met stengun gewapende BS’ers Duitse soldaten te provoceren en hardhandig aan te houden en te ontwapenen. Over dat provoceren heeft de destijds 12-jarige Aart Bitter, die erbij stond, later tegenover ondergetekende verklaard dat een aantal jonge BS’ers, die indruk wilde maken op de meisjes, ‘voor de lol’ met hun stenguns geregeld op de Duitse matrozen op het balkon van de Grote Club (hoek Kalverstraat/Paleisstraat) hadden gericht. Toen er daarna achter het paleis ook nog eens een Duitse soldaat werd neergeschoten, die geweigerd had zijn wapen af te geven, brak er een vuurgevecht uit tussen de Duitsers en de BS. Achteraf is gebleken dat na het eerste schot van de BS door een tweetal andere BS’ers – die achter een draaiorgel stonden – direct in de richting van de Duitse matrozen op het balkon van de Grote Club werd geschoten. Dit werd ook nog eens bevestigd in een schriftelijke ooggetuigenverklaring van een Amsterdammer aan de rijksgeschiedschrijver Loe de Jong in 1968. Letterlijk schreef deze getuige: “De BS’ers achter het draaiorgel schoten naar het balkon, schuin boven hun hoofden. Het duurde niet lang of de partijen waren met elkaar in gevecht”. Vanaf de hoek Nieuwendijk-Dam en Rokin-Dam werd nu door de BS met stenguns op de Grote Club geschoten, waarop de Duitsers een machinegeweer in stelling brachten en hiermee terugschoten. In paniek vluchtte de menigte alle kanten op. Door rondvliegende kogels en mensen die onder de voet werden gelopen vielen er onder de feestvierders veel slachtoffers. Overigens wordt er nog steeds beweerd dat de Duitsers bewust op de feestvierders zouden hebben geschoten, maar dat is niet aannemelijk. Zoals gezegd, schoten ze ook met een machinegeweer op de BS. Dat was een MG34 die 800 à 900 schoten per minuut kon afgeven. Indien ze werkelijk bewust op de burgers zouden hebben geschoten dan waren er honderden in plaats van tientallen doden te betreuren geweest. Overigens heeft nooit iemand terecht gestaan omdat men van oordeel was dat het hele incident te wijten was aan een ‘misverstand’ tussen de BS en de Kriegsmarine. Maar indien de BS zich strikt aan de instructies zou hebben gehouden door geen wapens te dragen en de overgave en ontwapening van de Duitse militairen aan de Canadezen hebben overgelaten (en zeker geen Duitse soldaat neer te schieten) dan zou veel leed bespaard zijn gebleven. Nadat de Canadezen op 8 mei 1945 Amsterdam waren binnengetrokken gaven de Duitsers in de Grote Club zich, zoals was afgesproken, de volgende morgen om 07:00 uur met hun wapens aan hen over. Na te zijn afgevoerd in krijgsgevangenschap mochten ze later naar hun Heimat terugkeren. De Canadezen waren echter helemaal niet te spreken over het ‘misverstand’ op 7 mei. BS-commandant Overhoff werd te verstaan gegeven dat als men zag dat zijn mannen nogmaals gewapend over straat liepen er meteen op hen geschoten zou worden. In ieder geval is de oorzaak van de schietpartij spoedig daarna in de doofpot gestopt, niemand van de strijdende partijen ooit gestraft en zijn de nabestaanden van de slachtoffers door de overheid schandalig behandeld.

Hieronder de instructie van Bernhard aan de BS, foto’s en knipsels (klikken voor vergroting).

01

02

03

04

05

06

07

08

09

10

11

Update.

Ook het Bevrijdingsjournaal benadrukte op 6 mei 2020 nog eens dat de geallieerden de Binnenlandse Strijdkrachten expliciet hadden verboden dat ze geen Duitsers mochten ontwapenen en ook niet om gewapend de straat op te gaan. Hadden ze zich maar aan de instructies gehouden. Veel leed zou dan bespaard zijn gebleven.

 

Hieronder het Bevrijdingsjournaal van 7 mei 2020 over het neerschieten van een Duits soldaat achter het paleis op de Dam dat de aanleiding is geweest van de schietpartij.

 

Zie ook: Over het legertje van prins Bernhard

Gerard