Categorie archief: Europese Unie

EU-lidmaatschap wordt toch niet in de Grondwet verankerd.

Om een Nederlandse uittreding van de EU bijna onmogelijk te maken hadden de D66-leden Rob Jetten en Kees Verhoeven een wetsvoorstel ingediend om het EU-lidmaatschap in de Grondwet vast te leggen. Het voorstel werd echter op donderdagavond 25 februari 2021 door een overgrote meerderheid van de Tweede Kamer verworpen. Alleen D66, GroenLinks en 50PLUS hadden voor het wetsvoorstel gestemd.

Gerard

Het verkwanselen van onze soevereiniteit aan Brussel is strafbaar.

Steeds meer worden onze nationale bevoegdheden overgedragen aan Brussel. Zelfs de Europese wetten gelden inmiddels boven onze eigen nationale wetten. Een verordening vanuit Brussel is na inwerkingtreding meteen ook een Nederlandse wet.

Het verkwanselen van onze soevereiniteit aan Brussel moet overigens gezien worden als een aanslag om het Rijk onder vreemde heerschappij te brengen. Dus strafbaar (Artikel 93 WvSR).

Desondanks is op 9 april 2019 een meerderheid van de Eerste Kamer akkoord gegaan om het overdragen van onze nationale bevoegdheden aan Brussel makkelijker te maken. Het wetsvoorstel van SGP-leider Kees van der Staaij om de Nederlandse belangen beter te beschermen met een hogere drempel voor machtsoverdracht aan Brussel werd verworpen.

Ook de minister van Ontwikkelingssamenwerking en D66-lijsttrekker Sigrid Kaag en de president van De Nederlandsche Bank Klaas Knot zijn voorstanders om de Nederlandse soevereiniteit aan Brussel op te offeren.

Saillant detail is dat de poging om om het Rijk onder vreemde heerschappij te brengen het voornaamste verwijt was om NSB-leider Anton Mussert in december 1945 ter dood te veroordelen. Op 7 mei 1946 is hij op de Waalsdorpervlakte gefusilleerd.

Zie ook het artikel van Kim Winkelaar in de Vrijspreker (2 maart 2005): ‘Mussert en de Grondwet‘.

Gerard

Over het verkwanselen van onze soevereiniteit.

Op dinsdag 9 april 2019 is een meerderheid van de Eerste Kamer akkoord gegaan om het overdragen van onze nationale bevoegdheden aan Brussel makkelijker te maken. Alleen de SGP, CU, PVV, SP, PvdD en 50PLUS stemden tegen (FvD zit nog niet in de Eerste Kamer). Onze eurofiele regering kan dus doorgaan met het stukje bij beetje verkwanselen van onze soevereiniteit, terwijl blijkens Artikel 93 WvSR het nog steeds strafbaar is om het Rijk geheel of gedeeltelijk onder vreemde heerschappij te brengen, of om een deel daarvan af te scheiden.

WP

Gerard

Het gedachtegoed van Coudenhove-Kalergi geldt als handboek voor de EU.

Coudenhove-Kalergi

De in Tokio  in 1894 geboren graaf Richard Coudenhove-Kalergi – in 1922 de oprichter van pan-Europa – ontwikkelde indertijd al het idee voor een Verenigde Staten van Europa met open grenzen. Daarnaast wilde hij Europa geheel omvolken.

KalergiWP2

1925CitaatFoto

Ook in zijn boek Praktischer Idealismus (Pan-Europa-Verlag, Wenen, 1925, p. 22-23) herhaalt  Coudenhove-Kalergi zijn bovenstaande uitspraak, zij het in een iets andere vorm.

De toekomstige mens zal van gemengd ras zijn. Hedendaagse rassen en klassen zullen geleidelijk verdwijnen als gevolg van ruimte, tijd en het verdwijnen van vooroordelen. Het Euraziatische-negro ras van de toekomst, dat zal lijken op de oude Egyptenaren, vervangt de verscheidenheid van volkeren met een verscheidenheid aan individuen.

a-Kalergi

b-Kalergi

Saillant detail is dat de vooroorlogse Nederlandse regering zeer ingenomen was met de pan-Europa gedachte van Coudenhove-Kalergi. Hij is dan ook in 1939 met alle egards ontvangen door minister-president Colijn en de minister van Buitenlandse zaken Patijn.

KalergiColijnPatijn

Coudenhove-Kalergi is in 1972 overleden.

clipboard01

Inmiddels geldt de visie van Coudenhove-Kalergi als handboek voor Brussel. Zo heeft Europa geen grenzen meer; streeft men naar een Verenigde Staten van Europa en is de omvolking in volle gang door het stapsgewijs vervangen van de oorspronkelijke Europeanen met honderdduizenden migranten per jaar.

timmermanskalergielsevier

 

Zie ook mijn artikel: De omvolking van Europa.

Gerard

De omvolking van Europa.

In een toespraak tot het EU Fundamental Right Collogium in mei 2016 riep eurocommissaris Frans Timmermans op dat Brussel er alles aan moet doen om monoculturele staten uit te roeien en de multiculturele diversiteit in iedere afzonderlijk land te bespoedigen. De massa-immigratie naar Europa zou een middel tot dit doel zijn. Geen land mag ontkomen aan de onvermijdelijke vermenging en immigranten dienen ertoe worden aangespoord ook de ‘verst verwijderde plekken van de planeet te bereiken om te garanderen dat er nergens meer homogene samenlevingen blijven bestaan’. Mensen die vast willen houden aan hun identiteit als volk of land hebben volgens Timmermans geen enkele plaats in de toekomst.

Diversity

timmermanskalergielsevier

Het streven van Timmermans en de EU is dus geheel in lijn met de ideeën van Richard Nicolaus graaf Coudenhove-Kalergi (1894 – 1972), een in EU-kringen bewierookte pionier, die streefde naar een Europese eenheidsstaat van gemengd ras, zoals hij in 1925 schreef.

Kalergi1925Foto

Inmiddels gelden zijn ideeën als handboek voor de Europese Unie. Het is daarom ook niet verwonderlijk dat fervente aanhangers van Coudenhove-Kalergi inmiddels beloond zijn met de naar hem genoemde prijs, waaronder de Duitse bondskanselier Angela Merkel in 2010 en de voorzitter van de Europese Commissie Jean-Claude Juncker in 2014.

03

Zie ook mijn artikelen:

EU wil 60 miljoen migranten naar Europa halen.

De resolutie van Straatsburg (1975) – Olie voor moslim-immigratie.

Raad van Europa: resolutie 1743 over islam, islamisme en islamophobia in Europa.

Uitreksels

Gerard

Nooit eerder is zo duidelijk geworden dat Nederland een schijndemocratie is.

Op 1 juni 2005 mocht het Nederlandse volk zich middels een referendum uitspreken over een Europese Grondwet. Aangezien met deze wet de deur zou worden opengezet voor een zeer groot aantal overdrachten van Den Haag aan Brussel heeft de Nederlandse kiezer zeer negatief geoordeeld. Bij een opkomst van 62.8% stemden 61.6% tegen. Ondanks dit massale ‘NEE’ werd er in Lissabon in 2007 toch een verdrag getekend, waardoor de Europese grondwet – in een iets andere vorm en met een andere naam – alsnog gestalte kreeg. Aangezien dit Verdrag van Lissabon voor 96% identiek was aan de in 2005 weggestemde EU-Grondwet hebben de eurofiele politici duidelijk laten blijken een uitgesproken arrogante, fascistoïde minachting te hebben voor de democratische wil van de kiezer.
Opmerking: Namens Nederland tekende de toenmalige premier Jan Peter Balkenende en minister Maxime Verhagen van Buitenlandse Zaken.
Zie ook mijn artikel ‘Nederland is een schijndemocratie’.

Clipboard01

Clipboard03

Clipboard02

Gerard

Raad van Europa: Resolutie 1743 over Islam, Islamisme en Islamofobie in Europa.

In juni 2010 nam de Raad van Europa Resolutie 1743 aan, waarin moslims alle ruimte en middelen kregen om hun religie, cultuur en tradities in Europa te belijden en om kritiek op de islam te bestrijden. Deze resolutie is officieel bekrachtigd en nationale regeringen maken sindsdien daar beleid op.

Enkele punten uit resolutie 1743 zijn:

1743-1: Radicalisering en terrorisme zijn het gevolg van uitsluiting, stigmatisering en discriminatie van moslims.

1743-2: Islamofobie is het gevolg van een verkeerd begrip van de islam. Nationale regeringen pakken islamofobie onvoldoende aan, wat rechts in de kaart speelt.

1743-3: De islam hoort bij Europa, deelt haar culturele wortels, heeft veel bijgedragen aan de beschaving en erkent de universele rechten van de mens en de vrijheid van meningsuiting.

1743-9: Moslims moeten een speciale status krijgen en beschermd worden. Zij moeten daarvoor juridisch worden ondersteund om islamofobie te bestrijden.

1743-11: De islam is een religie van vrede.

1743-12: Haatzaaiende politieke partijen versterken de angst voor moslims door de islam te verbinden met geweld, waarmee een simplistische en negatieve voorstelling van zaken wordt gegeven. Deze politieke partijen moeten bestreden worden.

1743-13: Anti-islam partijen willen de vrijheid van godsdienst voor moslims inperken, wat onaanvaardbaar is. Zo heeft Zwitserland een minarettenverbod ingevoerd wat ongedaan gemaakt moet worden.

1743-14: Islamofobie moet uitgeroeid worden.

1743-16: Boerka’s mogen niet verboden worden.

1743-20: Stereotypen, misverstanden en angst m.b.t. de islam zijn typische symptomen van een wijdverbreid gebrek aan kennis van de islam onder niet-moslims, wat mensen vatbaar maakt voor islamofobie.

1743-21: Het onderwijs moet daarom meer én structurele aandacht geven aan de zegeningen van de islam en de gemeenschappelijke waarden die hij deelt met het judaïsme en het christendom. Universiteiten en hogescholen moeten islamitische studies aanbieden die onderschrijven dat de islam onze democratische waarden, mensenrechten en wetten respecteert.

1743-24: De EU moet meer samenwerken met islamitische organisaties uit moslimlanden om islamofobie te bestrijden en de islam te promoten.

Hieronder de gehele resolutie (de 7 delen aanklikken om te vergroten).

Gerard

Clipboard00-01Clipboard02Clipboard03Clipboard04Clipboard05Clipboard06Clipboard07

Zie ook: Olie voor moslim-immigratie (de ‘Resolutie van Straatsburg’).

De resolutie van Straatsburg (olie in ruil voor moslim-immigratie en islamisering).

Na de Arabisch-Israëlische oorlog in 1973 en de daaruit voortvloeiende olieboycot is destijds – uit angst dat de oliekraan opnieuw dicht zou gaan – op Europees niveau besloten om een “Euro-Arabische Dialoog” op gang te brengen met de OPEC-landen. In juni 1975 rolde daar een convenant uit waar de West-Europese landen nog steeds de vruchten van plukken: 200 zaakgelastigden namen toen met algemene stemmen, en uit naam van de hele Europese gemeenschap, de zogeheten ‘Resolutie van Straatsburg’ aan. In het document beloofde de EEG om voortaan de Arabische immigratie actief te bevorderen, en de nieuwkomers ruim baan te geven om hun cultuur naar Europa te exporteren. Degene die de stukken destijds nauwkeurig heeft bestudeerd en erover heeft geschreven is de in 2009 overleden ANP- en AD-journaliste Pamela Hemelrijk. Hieronder haar uittreksel (klikken voor vergroting), en daaronder de complete tekst van de Engelstalige resolutie.

1975

Hieronder de complete tekst van de Resolutie van Straatsburg (ook wel “Verdrag van Straatsburg”genoemd) d.d. 7 & 8 juni 1975.

THE STRASBOURG RESOLUTIONS

The Parliamentary Association for Euro-Arab Cooperation comprises more than 200 members of Western European Parliaments of widely different political tendencies. At its General Assembly in Strasbourg on June 7th at 8th the Parliamentary Association unanimously passed the following resolutions:

(1) Final Resolution of the Political Committee

The General assembly of the Parliamentary Association for Euro-Arab Co-operation calls upon European Governments to take initiatives forthwith that will help to secure the withdrawal of Israel from all territories occupied in 1967.

Such a withdrawal is implied by Resolution 242 abd required by Resolution 338 of the United Nations Security Council and also by the United Nations Charter and the principles of International Law which categorically forbid the acquisition or territory by force.

The Association emphasizes that there can be no just and lasting peace settlement without recognition of the national rights of the Palestinian people. There has already been almost unanimous acceptance by the International Community of this principle, which Israel must also come to accept.

The whole Arab world has agreed that the P.L.O. is the sole representative of the Palestinian nation and this decision has been endorsed by an overwhelming majority of the countries represented at the United Nations.

The Parliamentary Association urges European governments to recognise this fundamental point in the initiatives they should now take.

First, they should call on Israel to halt immediately the expropriation and confiscation of Arab property in Israel and the occupied territories.

In particular, Israel must end the process of the “Judaization” of Jerusalem which it has illegally annexed and the establishment of new Jewish settlements in the occupied territories.

Secondly, the European governments should try to get all interested parties including Israel and the P.L.O. to the conference table, if possible within the context of the Geneva Conference. Europe itself, either through its member states or through the E.E.C. could play a valuable part in such a conference if called upon to do so. It would be reasonable to expect all concerned not to resort to military action of any kind for the duration of the negotiations.

Third, they should urge both the Israelis and the P.L.O. to agree to leave in abeyance discussion of ultimate solutions and concentrate on the immediate abd practical task of trying to find a modus vivendi which will require the acceptance by Israel of the rights of the Palestinian nation and of the existence of a Palestinian state on the West Bank and in Gaza if the Palestinians decide to establish one, and reciprocally the acceptance of the existence of Israel within her 1967 frontiers.

Finally, the European governments should urge on all concerned the crucial importance of effective peace-keeping machinery and should agree to take an active part themselves in such arrangements.

The Parliamentary Association recognises the problem that is posed by the fact that some of the media and publishing houses of Europe are dilatory in disseminating facts about the Arab world and intends to use its influence to overcome this problem.

The Parliamentary Association recognises the help done to the understanding of the Arab cause and growing sympathy for it in Western Europe by the liberalisation measures taken in various Arab countries and by the readier access to Arab countries by the news media, businessmen and other visitors from Europe.

The Association calls on European governments to improve legal regulations concerning the freedom of travel and the protection of the basic rights of immigrant workers in Europe which should be equivalent to those of citizens of the countries concerned.

The Association considers that the political settlement of the Israeli-Arab conflict is an absolute necessity for the establishment of a genuine Euro-Arab co-operation. Nevertheless, the Association considers that the political aspect of co-operation in not limited to this point alone, and has in mind for example the free circulation of ideas and people in the world as a factor for the maintenance of peace, for the support of freedom and in particular for a harmonious development of co-operation between Western Europe and the Arab nations.

The Association believes that the prospects of long-term Euro-Arab co-operation in all fields have never been so favourable but that they depend on a peace settlement based on justice in the MiddleEast.

(2) Final Resolution of the Cultural Committee

The General Assembly of the Parliamentary Association for Euro-Arab Co-operation, meeting in Strasbourg on June 7th 1975,

Having considered the cultural resolutions adopted by the preparatory conference for Euro-Arab parliamentary co-operation held in Damascus from November 12th to 17th, 1974, which reaffirms in the present resolution,

convinced that significant results are possible in the cultural field of the Euro-Arab dialogue,

recognising the historic contribution of Arab culture to European  development,emphasising the contribution which Arab culture can still give to European countries especially in the field of human values,

regretting that cultural relations between European and Arab countries are still infrequent and limited in scope,

regretting the relative neglect of the teaching of Arab culture and Arabic in Europe and looking forward to its development, hoping that European governments will help Arab countries to create the resources needed for the participation of immigrant workers and their families in Arab culture and religious life, asking the European press to show a sense of responsibility so that they may inform public opinion objectively and more fully about the problems of the Arab world,

recognising the important role which Friendship groups and Tourism can play in improving mutual understanding,

Calls on the governments of the Nine to approach the cultural aspect of the Euro-Arab dialogue in a constructive spirit and to give a higher priority to the popularisation of Arab culture in Europe.

Calls on Arab governments to recognize the political effects of active co-operation with Europe.

Invites national groups of the association to increase the efforts necessary in every country to bring about the objective proposed at Damascus and today at Strasbourg and ask them to inform the Secretariat of the results achieved.

Considering the harmful effect of the political situation on Palestinian development,condemns – while recognising Israel’s right to existence – the Zionist intention of replacing Arab by Jewish culture on Palestinian soil, in order to deprive the Palestinian people of its national identity,  considering that in carrying out excavations within the holy places of Islam in occupied Jerusalem, Israel has committed a violation of international law despite the warnings of UNESCO, considering that these excavations can only bring about the inevitable destruction of evidence of Arab culture and history,regrets that UNESCO’s decision not to admit Israel into its European Regional Group has sometimes been exploited with great lack of objectivity.

(3) Final Resolution of the Economic Committee

The General Assembly of the Parliamentary Association for European Arab Co-operation reaffirms the usefulness and necessity of a close economic co-operation between Europe and the Arab World in the interest of their peoples.

The Assembly expresses its disquiet at the slow progress made in the Euro-Arab dialogue and is concerned with events based on political motives which in the course of recent months have armed Euro-Arab co-operation, i.e. the setting up of the International Energy Agency and the signature of an agreement between the E.E.C. and Israel, before negotiations have been completed between the E.E.C. and Arab countries. In this connection, it insists that economic co-operation between the E.E.C. and Israel must not apply to the occupied territories.

The Assembly considers that there is no conflict between the interests of Europe and the Arab countries, provided that the mercantilist stage is left behind and genuine economic partnership can be established.

This is the perspective within which can best be solved the problem of recycling petro-dollars. These petro-dollars should above all be used for needs of Arab development.

The Assembly calls attention to the role and status of multi-national companies and the potential danger arising from certain of their activities. It expresses the hope that steps may be taken to avoid these dangers.

The Assembly reaffirms the right of every nation to dispose of its own national resources, including the right of nationalisation.

The Association expresses its will to do all in its power to promote Euro-Arab co-operation at national level, within the E.E.C. and through international organisations.

Zie ook:

Raad van Europa: Resolutie 1743 over islam, islamisme en islamofobie in Europa

Gerard