Categorie archief: Jodenvervolging

Penning met davidster en hakenkruis.

Onderstaande penning heeft de Nazi-propagandaminister Joseph Goebbels in 1934 laten slaan ter herdenking van het bezoek aan Palestina in datzelfde jaar van de SS’er baron Leopold von Mildenstein, de voorganger van Adolf Eichmann op de afdeling Joodse Zaken IVB4.
Aan de ene kant van de penning staat rond de davidster de tekst ‘Ein Nazi Fahrt Nach Palestina’ en aan de andere kant onder het hakenkruis ‘Und Erzahlt Davon Im Angriff’.

Milden1

Milden2

Het bezoek van Von Mildenstein resulteerde in een bemoedigend rapport over de joodse emigratie naar Palestina, dat hij van 26 september tot 9 oktober 1934 in Der Angriff, het NSDAP-blad van Goebbels, publiceerde. In zijn laatste artikel schreef Von Mildenstein dat een joodse staat in Palestina de oplossing was voor het ‘joodse probleem’ in Duitsland.

Milden3

Een aantal maanden na het verschijnen van zijn artikelen werd Von Mildenstein belast met het ondersteunen van joden die naar Palestina wilden emigreren. Zo zijn er volgens het Nieuw Israëlietisch Weekblad tot begin 1939 in totaal 65.000 Duitse joden naar Palestina geëmigreerd. Dit ondanks de regelmatige tegenwerking van Groot-Brittannië, dat bevreesd was voor problemen met de Palestijnen in het toen nog Britse mandaatgebied.

Milden4

Met de Duitse inval in Polen op 1 september 1939 en de daaropvolgende oorlogsverklaring van Engeland en Frankrijk was ook de joodse emigratie naar Palestina van de baan.
Saillant detail is dat in 1960 bekend werd dat Von Mildenstein in de jaren ’50 in Egypte voor de CIA had gewerkt, maar dat werd door die organisatie noch bevestigd noch ontkend.

Gerard

Nederlandse regering hield jodenjagende burgemeester de hand boven het hoofd.

Zonder daartoe opdracht te hebben gekregen heeft de Barneveldse burgemeester Westrik tijdens de Duitse bezetting op eigen initiatief razzia’s georganiseerd op onderduikers en verzetsmensen, waarbij door hem ook 27 joden aan de Sicherheitsdienst (SD) zijn overgedragen voor transport naar Westerbork.
Bij één van die razzia’s op 5 oktober 1942 werd bij de familie Dekkers op de Stroeërweg 17 te Voorthuizen – waar een aantal joden ondergedoken zat – een joods meisje dat zich daar gillend van angst verzette door burgemeester Westrik eigenhandig van de trappen naar beneden gesleurd (zie Tweede Kamerverslag Goedhart). Een paar achtergelaten koffers met kledingstukken en een bedrag van 1200 gulden moest mevrouw Dekkers op 8 oktober 1942 aan de burgemeester afstaan. Niemand van de door hem eigenhandig opgepakte joden is na de oorlog teruggekomen.
Na de bevrijding werd Westrik door de Politieke Opsporingsdienst gearresteerd, maar door ingrijpen van de minister van Binnenlandse Zaken Louis Beel duurde het arrest maar één dag. Volgens de minister waren er geen steekhoudende beschuldigingen tegen Westrik ingebracht. Wel was Beel van mening dat enige gedragingen van de heer Westrik sterke afkeuringen verdienden, en dat hij met zijn houding tegenover joden fouten had gemaakt, maar dat er geen reden was om aan zijn goede trouw te twijfelen. (zie Tweede Kamerverslag Beel). Westrik was namelijk geen lid geweest van de NSB…..
Na tot 17 december 1945 geschorst te zijn geweest, kon Westrik dus gewoon aanblijven als burgemeester van Barneveld.
Verontwaardigd schreef de voormalige verzetskrant De Waarheid op 13 april 1946: ‘Zij, die de burgemeester de hand boven het hoofd houden, doen dit zeker niet uit trouw jegens Westrik, maar omdat zij, zelf bijna stuk voor stuk niet zuiver op de graat, zeer best weten dat met de arrestatie van de burgemeester ook hun rol uitgespeeld is’.
In mei 1946 is Westrik op eigen verzoek eervol ontslagen.

Hieronder het Tweede Kamerlid Goedhart tijdens het debat over burgemeester Westrik.

Westrik1

De reactie van minister Beel.

Westrik2

In het onderstaande artikel uit De Waarheid wordt gesproken over 23 joden, maar dat moet 27 zijn (zie Tweede Kamerverslag Goedhart).

Westrik3

Westrik4

Gerard

De laffe moord op Rudolf Frühstück.

In mei 1940 meldde Berlijn dat in Nederlands-Indië een Duits staatsburger, genaamd Frühstück, zonder enige reden en zonder waarschuwing was doodgeschoten.

FruhWP

Nu is het een feit dat Frühstück, inderdaad op een laffe manier was doodgeschoten, maar ook dat hij voor de Nazi’s uit Duitsland was gevlucht. Dat was ook de reden dat hij in Nederlands-Indië terecht was gekomen. Maar daarover werd door Berlijn met geen woord gerept. Dat kwam ze natuurlijk niet zo goed uit………… Hierbij wat achtergrondinformatie:

Na de Duitse inval in Nederland op 10 mei 1940 werden op bevel van de Gouverneur-Generaal Tjarda van Starkenborgh Stachouwer in het voormalig Nederlands-Indië alle Duitse staatsburgers opgepakt. Hieronder bevonden zich Duitse  missionarissen, zeelui die met hun schepen in de havens lagen, maar ook alle Duitse joden. De gearresteerden werden geïnterneerd in uitgewoonde, van ongedierte wemelende, snikhete barakken op het eiland Onrust voor de kust van Batavia. En hier werd op 15 mei 1940 Rudolf Frühstück doodgeschoten.
Rudolf was een jonge Duitse jood die Duitsland was ontvlucht en via Singapore in september 1939 was doorgereisd naar Nederlands-Indië, in de veronderstelling dat hij daar veilig verder zou kunnen leven. Helaas! Ook hij werd op 10 mei 1940 door Nederlandse militairen opgepakt en samen met andere Duitse joden op het eiland ondergebracht in een aparte barak. De zogeheten ‘Jodenbarak’. Maar een paar dagen na zijn internering werd hij door een Nederlandse bewaker zonder enige waarschuwing van achteren met een welgemikt schot in de hartstreek doodgeschoten.
Wat was het geval: Rudolf stond namelijk met opgeheven hoofd naar een paar Indonesiërs te kijken die boven in een boom bezig waren met het afzagen van wat takken. Daarbij stond hij met één hand op een van de pijlers van de prikkeldraadversperring. En met deze hand was hij dus boven het verboden gebied gekomen, d.w.z. binnen de twee meter van de omheining……

Gerard

Harer Majesteits gezant adviseerde om na de oorlog geen joden op hoge regeringsposities te benoemen.

Hieronder een schrijven d.d. 2 september 1943 van de minister van Buitenlandse Zaken mr. E. van Kleffens aan de minister van Justitie mr. J.R.M. van Angeren. Dit naar aanleiding van een gecodeerd geheim telegram dat Harer Majesteits gezant te Bern mr. J.J.B. Bosch ridder van Rosenthal naar de ballingenregering in Londen had verzonden.

JodenLonden

Bosch ridder van Rosenthal was twee maanden voor de oorlog overigens benoemd tot gezant in Zwitserland.

JodenBosch

Zie ook: Deportaties naar Westerbork moesten doorgaan van de Nederlandse ballingenregering.

Gerard

Hare Majesteit wenste geen joodse vluchtelingen in de buurt van haar zomerverblijf.

Begin maart 1939 had de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken H. van Boeyen na veel overleg gekozen voor een centraal vluchtelingenkamp op de Veluwe voor de uit Duitsland afkomstige joodse vluchtelingen. Het kamp zou gebouwd gaan worden op het Elspeterveld (gemeente Ermelo).

01

Maar dat stuitte op onoverkomelijke bezwaren van koningin Wilhelmina. In de brief d.d. 14 maart 1939 aan minister Van Boeyen staat “dat Hoogst derzelve bepaald betreurt, dat de keus van een plaats voor het vluchtelingenkamp zó dicht bij het zomerverblijf van Hare Majesteit gelegen is en dat het Hoogst derzelve aangenamer ware geweest indien dat terrein, eenmaal de keus op de Veluwe gevallen zijnde, veel verder van Het Loo had gelegen”.
Voor een goed begrip: de plek op het Elspeterveld, waar het kamp zou komen, lag ruim 12 kilometer van Het Loo. En beide oorden waren ook nog eens van elkaar gescheiden door dichte bossen.

Daarna werd naarstig gezocht naar een nieuwe plaats. Gekozen werd toen voor het Drentse Westerbork. Op 22 maart schreef Van Boeyen een brief aan de Wilhelmina, waarin hij haar meedeelde “dat in verband met de wensen van Hoogst derzelve is afgezien van het aanvankelijke voornemen der Regering”. Tevens werd haar meegedeeld dat het kamp in Westerbork zou komen.

02

03

04

Op 9 oktober 1939 betrokken de eerste Duitse joden het kamp Westerbork, waarna het op 1 juli 1942 door de Duitse bezetter werd overgenomen om te functioneren als doorgangskamp voor alle in ons land aanwezige joden.

De Amsterdamse hoogleraar prof. mr. I Kisch zou later in het tijdschrift ‘Studia Rosenthaliana’ onder andere schrijven: “Van enig gevoel van medeleven van koningin Wilhelmina met de Joodse vluchtelingen, en van enige wens om hun leed te lenigen, is nimmer ook maar iets doorgedrongen. En zo moet ik dan spreken van de Hoge Afwezige. In de zaak der vluchtelingen heeft zij het hart niet op de rechte plaats gedragen”, aldus prof. Kisch in juli 1969.

05

06

Zie ook: Deportaties naar Westerbork moesten doorgaan van de Nederlandse ballingenregering.

Gerard

Over de foute politie.

Tijdens de Duitse bezetting was de Nederlandse politie de vijand uiterst behulpzaam bij de jacht op onderduikers en het ophalen van joden. Na de oorlog bleven de dienders,  ongestraft dienstdoen en  maakten nog promotie ook. Mits ze natuurlijk geen lid waren geweest van de NSB.

Clipboard01

Zo heb ik medio jaren ’90, toen ik voor een artikel een onderzoekje deed, een oud-Griffier van het Bijzonder Gerechtshof geïnterviewd die mij een paar interessante stukken heeft laten zien, waaronder een rapport over circa 300 Nederlandse politiemannen, onder wie maar 14 NSB’ers, die hulp verleenden aan de Duitsers bij de arrestatie van joden in Den Haag. De arrestanten werden naar de Paviljoensgracht 27 gebracht, vanwaar hun transport naar het doorgangskamp Westerbork werd geregeld. Door de Duitsers zijn in Den Haag in totaal circa 2.000 Haagse joden opgepakt; door de Nederlandse politie circa 15.000,  waaronder ruim 2100 kinderen. Slechts een klein aantal Haagse Joden overleefde de concentratiekampen. De Nederlandse politiemannen deden dit werk graag op vrije dagen en op de zondag, want dan kon men extra declareren. Na de bevrijding werden de politiemannen niets verweten, alleen de 14 die lid waren geweest van de NSB moesten terecht staan en kregen zware straffen.

Hier een voorbeeld over de naoorlogse rechtspraak.

Eind 1946 moest een NSB-politieman terechtstaan voor het ophalen van 2 joden. Normaliter zat de betreffende politieman altijd achter zijn bureau, maar door ziekte van een collega moest hij een keer invallen om de twee joden op te halen. Voor de rechter erkende hij dit ook. “Maar,” zo vroeg hij aan de president, “Edelachtbare, hoe zit dat nu? Ik ben inderdaad een keer ingevallen om twee joden op te halen, maar de anderen van ons bureau hebben er honderden opgehaald en zij doen momenteel nog steeds dienst.” “Dat zit zo,” antwoordde de president, “de anderen deden het met tegenzin, maar omdat u lid van de NSB was deed u het met plezier.”
De politieman kreeg 5 jaar gevangenisstraf, oneervol ontslag en ontzetting uit de kiesrechten voor het leven. Zijn jodenjagende collega’s die – omdat ze geen lid waren geweest van de NSB – als ‘goede vaderlanders’ werden beschouwd hebben tot aan hun pensioen bij de politie dienst gedaan.

Clipboard02

Gerard

Deportaties naar Westerbork moesten doorgaan van de Nederlandse ballingenregering.

In 1955 werd in de dagbladen bekend gemaakt dat tijdens de bezetting de Nederlandse ballingenregering in Londen vond dat de Nederlandse Spoorwegen de Duitse bezetter behulpzaam moest zijn met het deporteren van joden naar het doorgangskamp Westerbork. Dit was overigens al op 18 september 1953 naar voren gekomen uit het verhoor onder ede van de oud-verzetsman G.F.H. Giesberger door de Parlementaire Enquêtecommissie Regeringsbeleid 1940-1945, maar stond dus pas twee jaar later in de krant. Overigens zonder dat dit tot veel ophef heeft geleid…….
Giesberger, die als hoofdinspecteur verantwoordelijk was voor de dienstregeling bij de Nederlandse Spoorwegen (en algemeen directeur van 1 maart 1946 tot 1 juli 1950), stond tijdens de bezetting – samen met de op 28 oktober 1944 gefusilleerde verzetsman Cootje van den Bosch – via een geheime zender in contact met de Nederlandse ballingenregering in Londen. Al vanaf het begin van de transporten van Amsterdam naar Westerbork op 15 juli 1942 hadden ze herhaaldelijk aan Londen gevraagd wat er in verband met de deportaties gedaan moest worden, maar telkens kregen ze weer te horen dat die moesten doorgaan.

wp1

wp2

De verklaring van Giesberger bevestigde hetgeen de toenmalige minister van Verkeer Van Schaik jaren daarvoor, op 17 september 1945, al had gezegd, namelijk dat het treinvervoer naar de concentratiekampen de plicht was die de Nederlandse regering van het spoorwegpersoneel eiste omdat het goed was voor de Nederlandse economie. Vandaar dat het goed georganiseerde verzet in Drenthe ook nooit de spoorlijn naar Westerbork heeft gesaboteerd!

wp3

wp4

wp5

Op 13 september 1944 vertrok het laatste grote transport met 279 Joden, waaronder 77 ontdekte ondergedoken kinderen naar Westerbork. Vier dagen later, op 17 september 1944, ging de NS op bevel van de Nederlandse ballingenregering pas in staking.

wp6

Zie ook mijn artikelen:

Harer Majesteits gezant adviseerde om na de oorlog geen joden op hoge regeringsposities te benoemen.

“Van dat tuig is er nooit één ter verantwoording geroepen!”

Gerard