Categorie archief: Prins Bernhard

De prinselijke doofpot.

In de herfst van 1978 kreeg Nieuwe Revu-journalist Ton Kors gevoelige informatie in handen, waaruit bleek dat prins Bernhard in 1938 – op verzoek van de Duitse Sicherheitsdienst – inlichtingen over de Nederlandse defensie had verstrekt. Met name over de verdediging van de Hollandse Waterlinie. Voor deze gegevens zou Bernhard 100.000 Reichsmark hebben gekregen. Persoonlijk uitbetaald door Nazi-bankier Hjalmar Schacht met wie Bernhard datzelfde jaar ook naar Engeland was geweest.

01

In november 1978 heeft Ton Kors contact opgenomen met het Tweede Kamerlid Waltmans met het verzoek of hij daaromtrent vragen wilde stellen aan de regering. Na overleg met Kamervoorzitter Vondeling heeft Waltmans daarna een onderhoud gehad met premier Van Agt en hem gevraagd de zaak grondig te laten onderzoeken. Maar ondanks dat Waltmans het gevoel had dat Van Agt het ook een belangrijke zaak vond, was  de regering niet van plan om het gevraagde onderzoek in te gaan stellen.

02

03

04

Zie ook: Omgetoverd van een jong invloedrijk lid van Hitlers lijfwacht in een prins der Nederlanden.

Gerard

Over de mogelijke Amerikaanse betrokkenheid bij de ‘stadhoudersbrief’.

Tussen 1941 en 1943 heeft prins Bernhard een aantal malen de Verenigde Staten van Amerika bezocht. Volgens diverse bronnen, waaronder Jeanette Kamphorst, die in dienst is geweest bij de Britse Secret Intelligence Service (SIS), heeft Bernhard tijdens zijn tweede bezoek (van 20 tot en met 25 april 1942) op 24 april 1942 een brief aan Hitler geschreven, waarin hij zichzelf aanbood het ‘Stadhouderschap’ over Nederland op zich te nemen. De brief is later via Londen en Portugal naar Berlijn gestuurd. Na de oorlog zou het bestaan van deze brief tegenover de SIS bevestigd zijn door generaal Eberhart Schöngarth (Befelhshaber der Sicherheitspolizei und des SD). Vlak voor zijn executie is de bewuste brief in Berlijn teruggevonden. Gezien het onderstaande is het overigens niet zo verwonderlijk dat prins Bernhard zijn brief uitgerekend in Amerika heeft geschreven en niet in Londen. En dat de brief ook vanuit de VS verzonden is.
Al tijdens een eerder bezoek aan de VS  – op 8 juni 1941 – heeft de Prins kennis gemaakt met de latere CIA-chef Allen Dulles. Via Dulles kwam hij ook in contact met Bill Donovan (de oprichter van de OSS, de voorloper van de CIA) en McGeorge Bundy (Army Intelligence). Bill Donovan was op dat moment namens de Amerikaanse regering een inlichtingendienst aan het opzetten voor spionage in Europa. Tevens had Bernhard een ontmoeting met John McCloy, die belast was met de informatievoorziening voor de Amerikaanse regering. Aangezien Bernhard destijds ook verscheidene malen te gast is geweest op het Witte Huis, is het dus niet uitgesloten dat hij de ‘stadhoudersbrief’ op instigatie van president Roosevelt c.s. geschreven heeft.

Opmerking: Op 23 april 1942 heeft de Prins ’s avonds op het Witte Huis een onderhoud gehad met president Roosevelt en diens adviseurs. Dat was de dag voordat Bernhard op 24 april 1942 zijn brief aan Hitler schreef.

StadhRoosev

De geallieerden mochten dan wel gezamenlijk tegen Duitsland optrekken, ze hadden wel degelijk hun eigen agenda hoe Europa er na de oorlog moest uitzien. Feit is dat de Amerikanen de Britten niet meer de kans wilde geven hun vooroorlogse economische superioriteit in Europa te herstellen. Het was voor hen dus van belang de pro-Amerikaanse Bernhard als ‘Stadhouder’ (en bondgenoot!) in het strategisch gelegen Nederland te hebben. Daar kwam nog bij dat hij als rabiaat anti-communist voor Amerika van groot belang zou kunnen zijn met het oog op een eventuele communistische staatsgreep na de Duitse capitulatie. Het is namelijk een feit dat Bernhards vrienden, jhr. W.G. Röell en J. Schimmelpenninck, in mei 1940 in Nederland zijn achtergebleven met ‘fondsen’ van de Prins voor het formeren van een legertje bestaande uit achtergebleven adelborsten. Bij een eventuele terugtrekking van de Duitse troepen moest er een keurtroep klaar staan om de zaak over te nemen met het doel Nederland te behoeden voor een linkse staatsgreep.

Zie ook: Over de executie van Willem Röell en de zwijgende prins Bernhard.

Aangezien Hitler en Bernhard elkaar persoonlijk kenden, en de Prins ook nog eens van april 1933 tot januari 1937 lid was geweest van de NSDAP (Mitglieds-nr. 2583009), de SA en de SS, hoopten de Amerikanen dat Hitler op de ‘stadhoudersbrief’ zou ingaan.

Hitler

Lijfw2017

Over Jeanette Kamphorst (Secret Intelligence Service).

Cornelia Gijsberta (“Jeanette”) Kamphorst, alias de Zwarte Panter, speelde tijdens de Duitse bezetting een actieve rol in het verzet. Tevens was ze agente van de Britse Secret Intelligence Service (SIS). Jeanette was getrouwd met een hotelhouder en aangezien in het hotel veel hoge Duitse officieren kwamen, kreeg ze heel wat te horen. Alle belangrijke informatie gaf ze via een geheime zender door aan de SIS in Londen. Na de oorlog ging Jeanette, vanwege haar kennis van de Duitse taal, in 1945 voor de SIS naar Berlijn, waar ze uit hoofde van haar functie een brief in handen kreeg die prins Bernhard op 24 april 1942 aan Hitler had geschreven en waarin hij zijn diensten aanbood om het ‘Stadhouderschap’ over Nederland op zich te nemen. Over deze brief had Jeanette, die toen op Mallorca woonde, een interview met onderzoeksjournalist Jan Pijper. Het interview stond op 29 december 1978 uitgebreid in de Nieuwe Revu. Nu wil het geval dat de Nieuwe Revu werd uitgegeven door de VNU, waar Charles de Roy van Zuydewijn (de oom van Edwin) daar de topman was. Zodra prins Bernhard vernam dat Charles’ neef Edwin een huwelijkskandidaat van prinses Margarita was, zou hij alles op alles hebben gezet om hem buiten de koninklijke familie te houden en toen dat niet lukte om Edwin zwaar te beschadigen, maar dit terzijde.
Hieronder volgt een gedeelte van het vraaggesprek dat Jan Pijper in 1978 had met de toen 65-jarige Jeanette Kamphorst over de ‘stadhoudersbrief’:

Pijper: “Is die brief bij Hitler terechtgekomen?”
Kamphorst: “Hij is in Berlijn gekomen.”
Pijper: “Hoe is die brief weer in Nederland teruggekomen?”
Kamphorst: “Daar kan ik geen antwoord op geven.”
Pijper: “Kennelijk heeft u de brief van prins Bernhard uit 1942 in uw bezit gehad.”
Kamphorst: “Ja. Het is een aanbod van de Prins aan Hitler om namens hem Nederland te besturen.”
Pijper: “Zijn er kopieën van die brief?”
Kamphorst: “Er zijn kopieën bij verschillende vrienden van mij in Nederland.”
Pijper: “Is die brief met de hand geschreven?”
Kamphorst: “Ja.”
Pijper: “Ondertekend door prins Bernhard?”
Kamphorst: “Ja.”
Pijper: “Staan er nog meer handtekeningen onder die brief?”
Kamphorst: “Ja.”
Pijper: “Van wie?”
Kamphorst: “Dat zeg ik niet.”
Pijper: “U praat wel over die brief, maar u geeft hem niet om het te publiceren. Waarom?”
Kamphorst: “Ik heb orders uit Engeland om dat niet te doen.”
Pijper: “Van wie?”
Kamphorst: “Van de Secret Intelligence Service.”
Pijper: “Werkte u voor de Engelse geheime dienst?”
Kamphorst: “Ja, inderdaad.”
Pijper: “Heeft u nog contacten met hen?”
Kamphorst: “Ja.”

JEANAUSW

JEANETTE

Opmerking: Eind jaren ’90 heb ik zelf ook nog onderzoek gedaan naar Jeanette Kamphorst en de bewuste brief. Van een familielid van Jeanette heb ik toen vernomen dat de originele brief zich in het (geheime) dossier-Menzies bevindt. Wijlen Sir Stewart Menzies was tijdens de oorlog het hoofd van de Secret Intelligence Service (afdeling MI6). En een zekere Lientje T. uit Brabant – die tijdens de bezetting voor de Sicherheitsdienst had gewerkt – heeft over de beweringen van Jeanette verklaard: “Ik zou graag zeggen dat het niet waar is, omdat ik hier niets meer mee te maken wil hebben. Maar het is wèl waar. Ik heb Lages en Schöngarth of Lages óf Schöngarth dat inderdaad over prins Bernhard horen zeggen”. Dit klopt ook met het verhoor van generaal Eberhart Schöngarth (Befelhshaber der Sicherheitspolizei und des SD) door MI6 in 1945, waarin hij het bestaan van de bewuste brief heeft opgebiecht en dat deze in Berlijn te vinden was. Overigens heeft de vroegere Telegraafman en voormalig medewerker van de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD)  Jan Heitink in 1981 op La Caserne, het hoofdkwartier van de Franse inlichtingendienst in Parijs, een kopie van de ‘stadhoudersbrief’ in handen gehad. De brief was ondertekend door prins Bernhard èn prinses Juliana. Het hoofd van de Franse inlichtingendienst (sectie Benelux) verzekerde Heitink dat de brief echt was. Heitink heeft hierover na zijn pensionering op 2 juni 2003 een schriftelijke verklaring afgelegd.

Heitink

Gerard

Nederlandse ballingenregering stuurde koffie naar prins Bernhards moeder in Nazi-Duitsland.

Terwijl tijdens de Duitse bezetting niemand in Nederland meer wist hoe echte koffie smaakte, en massaal genoodzaakt was met surrogaat (eikeltjes-koffie) genoegen te nemen, werd prinses Armgard in Nazi-Duitsland – op nadrukkelijke instructie van haar zoon prins Bernhard – regelmatig voorzien van echte Braziliaanse koffie door onze ballingenregering in Londen. Hier de feiten:

Op 30 maart 1942 verzoekt de minister van Buitenlandse Zaken, Eelco van Kleffens, in brief aan zijn gezant in Rio de Janairo, Willem Daniëls, ‘te willen zorgdragen dat. zodra mogelijk beginnend, eens in de 14 dagen een zending van een pond koffie wordt ontvangen door Uw ambtgenoot te Bern. U gelieve de hiervoor te maken onkosten eens in de drie maanden bij Uw geregelde declaraties in rekening te brengen. De eerste zending zoude U per luchtpost kunnen doen, terwijl een gelijktijdige verzending op gezette tussenpozen per zeepost zoude kunnen plaats vinden. Op den duur zouden tegen de tijd dat aangenomen mag worden dat de gezant in Bern, jhr. J.J.B. Bosch Ridder van Rosenthal, geregeld in het bezit komt van zeepost zendingen, de luchtpost zendingen kunnen vervallen’. Dat was namelijk goedkoper. Ook bij de Londense ballingen werd op de kleintjes gelet.
De Braziliaanse gezant bevestigt het schrijven op 24 april 1942 en meldt dat hij er voor zal zorgdragen. In de kantlijn staat geschreven: ‘C koffiezending Prinses zur Lippe’. De zendingen komen op gang.
Op 28 augustus 1942 meldt gezant Rosenthal uit Bern dat hij ‘enige dagen geleden twee pakken koffie uit Lissabon had ontvangen bestemd voor de moeder van Z.K.H. Prins Bernhard der Nederlanden’. Hij vertelt verder dat hij zijn Zweedse collega bereid had gevonden ‘één dezer pakken, plusminus 2 kg., met een koerier naar Berlijn mee te geven’.
Maar dat mislukt. Op 2 oktober 1942 meldt Rosenthal dat zijn Zweedse collega ‘mij heden het pakket koffie terugzond met de mededeling dat de Zweedse legatie in Berlijn niet in staat was het pakket aan zijn bestemming te doen geworden’.
Maar de Nederlandse diplomatieke dienst is niet voor een gat te vangen. In de met Rijksmaarschalk Hermann Göring bevriende pro-Duitse Zwitser Carl Burckhardt van het Internationale Rode Kruis vindt men de ideale persoon om de koffie te doen vervoeren. Op 28 november 1942, acht maanden na het begin van de operatie, kan gezant Rosenthal vanuit Bern melden ‘dat enige paketten zijn doorgezonden en afgeleverd. Ik verwacht de rest geregeld te doen volgen. De moeder en de broeder van Z.K.H. verkeren in goede gezondheid en vroegen om foto’s van het Koninklijk gezin welke ik zal toezenden’. Grote vreugde alom bij Bernhard en de ballingenregering dat de zending gelukt is. Maar begin 1944, een paar maanden voor D-Day, beginnen de zendingen koffie blijkbaar wat te stagneren. Dat kan worden opgemaakt uit deze zin in een vertrouwelijk schrijven van 2 maart 1944 van de minister van Buitenlandse Zaken Van Kleffens aan Daniëls, de gezant in Rio de Janairo, waarin onder meer staat te lezen: ‘Hare Doorluchtige Hoogheid heeft deze koffie wegens gezondheidsredenen dringend nodig’.
Of prinses Armgard in verband met de oorlogssituatie daarna nog meer zendingen koffie heeft gekregen vermeldt de geschiedenis helaas niet.

Gerard (mede met dank aan wijlen Wim Klinkenberg).

Prinses Armgard met haar beide zoons Bernhard en  Aschwin, beroepsofficier in Hitlers elite-bataljon Brandenburg (oktober 1936).

Armgard2

Armgard1

Tevergeefse Nederlandse poging om prins Bernhard van de NSDAP-ledenlijst te schrappen.

Enkele maanden voor de troonsbestijging van prinses Juliana heeft de regering-Drees, door tussenkomst van topambtenaar drs. C. Adriaanse van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, bij Washington een poging gedaan om prins Bernhard van de NSDAP-ledenlijst te schrappen. De ledenlijst was in 1945 door de Amerikanen in Berlijn in beslag genomen en opgestuurd naar Washington.
Adriaanse heeft op 28 juni 1948 het verzoek overgebracht aan de Amerikaanse ambassadeur in Den Haag en er nadrukkelijk op gewezen dat eventuele publiciteit over Bernhards lidmaatschap van een Nazi-partij, zo vlak voor de troonsbestijging, voor de Nederlandse regering buitengewoon onaangenaam was. Het antwoord, gedateerd 10 augustus 1948, was negatief.  Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken wees erop dat de naam van Bernard niet alleen voorkwam op de lijst van NSDAP’ers in Nederland, maar ook op de zogenoemde wereldlijst. Omdat die grote lijst breed was verspreid, ook buiten de Verenigde Staten, “is het gevoelen dat het niet praktisch is de onderhavige lijst te veranderen door zijn naam te schrappen. Zou in de toekomst worden overwogen een nieuwe editie uit te brengen dan zou opnieuw kunnen worden overwogen de naam te schrappen”.
Voor zover bekend is dat nooit gebeurd.

Gerard

NSDAP2

Bernhard (NSDAP-Mitgliedsnummer 2583009), zijn broer Aschwin (beroepsofficier en NSDAP-Mitgliedsnummer 3854038) en prinses Juliana (oktober 1936).

NSDAP1

Over het legertje van prins Bernhard.

“Met zijn plannetje om roverhoofdman te spelen voorzie ik nog vele moeilijkheden”. Met deze zin karakteriseerde de minister van Oorlog Lidth de Jeude in augustus 1944 in Londen de door koningin Wilhelmina doorgedreven benoeming van prins Bernhard tot bevelhebber van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten (de BS). En de minister zou later gelijk krijgen. Door onvoldoende selectie konden allerlei figuren zich bij Bernhards legertje aansluiten. Zijn BS had namelijk een enorme werfkracht en iedere ‘goede vaderlander’ (dus geen leden van de NSB) was welkom. Onder hen waren zelfs zwarthandelaren, collaborateurs en bekeerde leden van de NSB, maar die – nu de geallieerden aan de winnende hand waren –  zich geroepen voelden om ook ‘in het verzet’ te gaan. Het aanmelden bij de BS was totaal geen probleem. Je moest bijvoorbeeld voor twee tafeltjes verschijnen. Aan het ene werd gevraagd of je een goed Nederlander was. Na het ‘ja’ kwam je bij het tweede tafeltje, waar de oranje-armband werd uitgereikt, Voor de goede orde: in mei 1945 waren er in heel Nederland circa 200.000 BS’ers, terwijl het aantal werkelijke verzetsstrijders nooit meer dan circa 40.000 mannen en vrouwen had geteld. Voor veel echte verzetsmensen leek het of ineens iedereen in het verzet had gezeten. Daar hadden ze al die voorgaande jaren nooit iets van gemerkt………… En op 7 mei 1945 ging het op de Dam in Amsterdam goed mis met Bernhards ongedisciplineerde legertje (klik hier voor meer bijzonderheden).

02BennoBS

Zie ook: De Oranjegestapo van de Prins.

Gerard

Over prins Bernhard, diens tolkende SS’er Wim Sassen en de Nazi-vluchten van de KLM.

Op onderstaande archieffoto van het ANP staan onder andere Evita Peron, prins Bernhard en de gevluchte (in België bij verstek ter dood veroordeelde) Nederlandse SS’er Wim Sassen. De foto is begin jaren ’50 genomen tijdens een bezoek van de Prins aan Argentinië. Terwijl de Nederlandse en Belgische justitie al jaren jacht maakten op Sassen, en zijn naam regelmatig voluit in de kranten werd genoemd, was hij in Argentinië een zeer gewaardeerde tolk van Bernhard.

Pas 9 jaar later, in 1960, wist men Sassen uiteindelijk in Buenos Aires op te sporen. Niet door Bernhard, want die heeft altijd zijn mond gehouden, maar pas nadat Sassen de memoires van de eveneens naar Argentinië gevluchte oorlogsmisdadiger Adolf Eichmann in het Amerikaanse weekblad ‘Life’ had gepubliceerd. Sassen was indertijd namelijk ook zeer goed bevriend met Eichmann. Overigens heeft een foto van Bernhard met Sassen aan zijn zijde al in 1952 in de Nederlandse dagbladen gestaan, maar dat is justitie blijkbaar ontgaan……Wim Sassen is nooit door Argentinië uitgeleverd.

Overigens werd in mei 2007 bekend dat de KLM en diens commissaris prins Bernhard na de oorlog – met stilzwijgende goedkeuring van de regering-Drees! – betrokken zijn geweest bij het helpen ontsnappen van Nazi-oorlogsmisdadigers naar Argentinië. Na de bekendmaking was politiek Den Haag “geschokt en verbijsterd”. Met name de VVD riep het hardst dat de onderste steen boven moest komen, maar nadat van diverse kanten was aangedrongen om ook de rol van prins Bernhard in het onderzoek mee te nemen, verdween de zaak al spoedig in de grote doofpot. Saillant detail is dat het KLM-vliegtuig DC6 PH-TPB, dat regelmatig de Nazi’s naar Zuid-Amerika vervoerde, de “Prins Bernhard” heette………..

Gerard

(Aanklikken om te vergroten.)

01

02

03

04

05

Over Veteranendag, de witte anjer en de Biesterfelder deserteur.

Als eerbetoon aan prins Bernhard heeft het Kabinet in 2006 besloten om de Nederlandse Veteranendag jaarlijks in principe op de verjaardag van de Prins, te organiseren. De Commandant der Strijdkrachten heeft tevens het defensiepersoneel en veteranen opgeroepen om die dag een witte anjer op te spelden. Het handelsmerk van hun held Bernhard. Vergeten is dat tijdens de Duitse inval in Nederland – terwijl Nederlandse soldaten (waaronder wijlen mijn vader) als leeuwen vochten en er dagelijks honderden jonge jongens sneuvelden – deze toenmalige prinselijke ritmeester van het Nederlandse leger zich niet bij zijn onderdeel (het regiment Huzaren van Boreel) heeft gemeld, maar op 12 mei 1940 lafhartig naar Engeland is gevlucht. Nota bene op de dag dat de 22-jarige sergeant Chris Meijer wegens vermeende ‘desertie en lafheid’ voor een Nederlands vuurpeloton stierf. De ouders van Chris kregen een paar dagen later bericht dat hun zoon op de Grebbeberg was gesneuveld………. Pas 30 jaar later, op dinsdagavond 28 april 1970, zou moeder Meijer op de TV het ware verhaal over de dood van haar zoon horen, toen generaal Harberts erkende dat hij met de executie van Chris Meijer een voorbeeld had willen stellen omdat hij de soldaten op Grebbeberg laf vond. Maar de lafhartig gevluchte ritmeester Bernhard werd na de oorlog bij terugkeer in Nederland als een held ontvangen en kreeg door zijn schoonmoeder ook nog eens de Militaire Willems Orde opgespeld………..
Niet alleen is het dragen van Bernhards witte anjer op Veteranendag een misplaatst eerbetoon aan deze prinselijke deserteur, maar wordt hiermee ook nog eens op de graven van de in de meidagen gesneuvelde Nederlandse soldaten gespuwd!

Gerard

(Klikken voor vergroting.)

BenMey1

BenMey2

BenMey3

BenMey4

Omgetoverd van een jong invloedrijk lid van Hitlers lijfwacht in een Prins der Nederlanden.

De eerste berichten dat prins Bernhard lid was geweest van Hitlers lijfwacht verschenen in twee gezagsgetrouwe kranten, namelijk op 3 januari 1937 in de katholieke De Tijd en op 4 januari 1937 in de gereformeerde De Banier. Dit naar aanleiding van het feit dat  vanwege een paar anti-Duitse incidenten in Nederland de paspoorten van drie Duitse prinsessen – die bij het prinselijk huwelijk op 7 januari als bruidsmeisjes zouden fungeren – door de Duitse autoriteiten waren ingetrokken. De Tijd schreef: “Prins Bernhard, die voor hij het Nederlandse staatsburgerschap verwierf lid was van Hitlers lijfwacht, heeft onmiddellijk per speciale zending aan Hitler gevraagd de nodige maatregelen te treffen”.
De invloed van de Prins heeft in ieder geval succes gehad want de paspoorten zijn daarna meteen aan de bruidsmeisjes teruggegeven zodat ze alsnog naar Nederland konden reizen.

01

02

De vroegere ‘functie’ van prins Bernhard werd op 28 januari 1937 wederom naar voren gebracht in een toespraak door professor Van Ginneken ter herdenking van het prinselijk huwelijk tijdens een publieke senaatsvergadering in de aula van de Universiteit Nijmegen, waarbij overigens ook jhr. mr. Smits van Oyen, de afgevaardigde van koningin Wilhelmina, aanwezig was. Hier een gedeelte uit de toespraak van professor Van Ginneken: “En prins Bernhard? Meent gij dat hij zo vanzelf maar is omgetoverd van een jong invloedrijk lid van Hitlers lijfwacht in een Prins der Nederlanden? Waar twee zulke jonge mensen de leiding nemen van ons volk kon dan ook heel veel gebeuren, dat vele ouderen reeds lang onmogelijke waanden Bij toverslag is Nederland uit zijn matte verdruktheid opgestaan. De economische crisis en de algemene werkloosheid hadden ons murw geslagen. Er was geen moed, geen hoop meer in ons volk. En nu is er een enthousiasme losgeslagen, dat niemand had meegemaakt” (verslag De Tijd, 28-01-1937).

Lijfw2017

Maar niet iedereen was zo enthousiast over deze omgetoverde lijfwacht. En zeker niet het dagblad De Tribune dat op 1 februari 1937 als volgt uithaalde: “We moeten zeggen, dat wij de vreugde van prof. van Ginneken, omdat een jong invloedrijk lid van Hitler’s lijfwacht is ‘omgetoverd’ in een Nederlandse prins en nu de leiding gaat nemen van ons volk, in het geheel niet delen….”.

LijfwFB2

En Het Volksdagblad vroeg zich op 1 juli 1938 af of het “hoogste wensen en begeren” van NSB-leider Mussert soms iets te maken had met de speciale (nationaal-socialistische) verlangens van de NSB: “Want Mussert weet natuurlijk ook wel dat Bernhard eens tot de lijfwacht van de heer Hitler behoorde” .

LijfwFB3

Zie ook:

De prinselijke doofpot.

Diplomatiek berichtenverkeer in 1944 over het SS-lidmaatschap van prins Bernhard.

Spontane Nederlandse jeugd verwelkomt prins Bernhard met de Hitlergroet.

Prinses Juliana bezocht in 1936 de Nazi-Olympiade.

Gerard