Categorie archief: Tweede Wereldoorlog

Rotterdam werd meer dan 300 keer door de geallieerden gebombardeerd.

Na het verwoestende Duitse bombardement op Rotterdam op 14 mei 1940, waarbij honderden doden te betreuren waren, is die stad volgens de historici Lennart van Oudheusden en Jac. J. Baart in hun boek ‘Target Rotterdam’ in de jaren daarna door Amerikaanse en Britse bommenwerpers nog eens meer dan 300 keer gebombardeerd. Met veel meer slachtoffers onder de burgerbevolking dan het Duitse bombardement op 14 mei 1940. Overigens was de hevigste geallieerde luchtaanval op 31 maart 1943. Op die dag werden nogmaals hele Rotterdamse wijken weggevaagd en zijn honderden burgers om het leven gekomen.

Polygoonjournaal vlak na het bombardement op 31 maart 1943:

 

Volgens het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) werd Nederland in de jaren 1940-1945 ongeveer 600 keer door de geallieerden gebombardeerd met naar schatting 10.000 doden onder de burgerbevolking.

Aanklikken voor vergroting:

Blom2020

Gerard

Zwarte bevrijding voor veel onschuldige meisjes.

Na de bevrijding in mei 1945 zijn nogal wat onschuldige meisjes kaalgeschoren en zwaar mishandeld door buurtbewoners. In de meeste gevallen door toedoen van jonge mannen die het niet konden verkroppen dat hun geliefden de verkering hadden uitgemaakt en rondbazuinden dat het ‘moffenhoeren’ waren geweest.

01

02

Ook zijn er vlak na de bevrijding tientallen verzetsvrouwen, waaronder koeriersters, publiekelijk mishandeld en kaalgeschoren. Zij hadden tijdens de oorlog relaties aangeknoopt met Duitse officieren om inlichtingen los te krijgen die voor het verzet van groot belang waren (aanklikken voor vergroting).

03

Overigens is het een feit dat de ijver van de zogeheten ‘goede vaderlanders’ waarmee zij hun wraaklust en woede koelden op ‘moffenhoeren’ vaak te maken had met het overschreeuwen van hun eigen lafheid tijdens de bezetting en verdringing van schuldgevoel.

Gerard

7 mei 1945: De schietpartij op de Dam.

Op 7 mei 1945 vond er rond 15:00 uur op de Dam in Amsterdam een schietpartij plaats tussen matrozen van de Duitse Kriegsmarine, wier schip in een Amsterdams dok lag, en de Binnenlandse Strijdkrachten (BS), waarbij veel burgerslachtoffers zijn gevallen. De zaak is echter meteen daarna in de doofpot gestopt. De reden: het legertje van de Prins was in het geding. Hier de feiten:

Op 4 mei 1945 kreeg Bernhard in Beekbergen, namens generaal Montgomery, van de Canadese generaal Foulkes strikte orders dat zijn BS geen wapens mocht dragen (zie Bernhards instructie aan de BS d.d. 6 mei 1945 onderaan dit artikel). Tevens mochten alléén de Canadezen de Duitse troepen ontwapenen. Ondanks dat de Amsterdamse BS onder leiding van Carel Frederik Overhoff hiervan meteen op de hoogte was gesteld, heeft men zich niets van deze instructie aangetrokken en ging de BS toch gewapend de straat op. Terwijl de Dam volstroomde met feestgangers om de komst van de Canadezen te vieren begonnen met stengun gewapende BS’ers Duitse soldaten te provoceren en hardhandig aan te houden en te ontwapenen. Over dat provoceren heeft de destijds 12-jarige Aart Bitter, die erbij stond, later tegenover ondergetekende verklaard dat een aantal jonge BS’ers, die indruk wilde maken op de meisjes, ‘voor de lol’ met hun stenguns geregeld op de Duitse matrozen op het balkon van de Grote Club (hoek Kalverstraat/Paleisstraat) hadden gericht. Toen er daarna achter het paleis ook nog eens een Duitse soldaat werd neergeschoten, die geweigerd had zijn wapen af te geven, brak er een vuurgevecht uit tussen de Duitsers en de BS. Achteraf is gebleken dat na het eerste schot van de BS door een tweetal andere BS’ers – die achter een draaiorgel stonden – direct in de richting van de Duitse matrozen op het balkon van de Grote Club werd geschoten. Dit werd ook nog eens bevestigd in een schriftelijke ooggetuigenverklaring van een Amsterdammer aan de rijksgeschiedschrijver Loe de Jong in 1968. Letterlijk schreef deze getuige: “De BS’ers achter het draaiorgel schoten naar het balkon, schuin boven hun hoofden. Het duurde niet lang of de partijen waren met elkaar in gevecht”. Vanaf de hoek Nieuwendijk-Dam en Rokin-Dam werd nu door de BS met stenguns op de Grote Club geschoten, waarop de Duitsers een machinegeweer in stelling brachten en hiermee terugschoten. In paniek vluchtte de menigte alle kanten op. Door rondvliegende kogels en mensen die onder de voet werden gelopen vielen er onder de feestvierders veel slachtoffers. Overigens wordt er nog steeds beweerd dat de Duitsers bewust op de feestvierders zouden hebben geschoten, maar dat is niet aannemelijk. Zoals gezegd, schoten ze ook met een machinegeweer op de BS. Dat was een MG34 die 800 à 900 schoten per minuut kon afgeven. Indien ze werkelijk bewust op de burgers zouden hebben geschoten dan waren er honderden in plaats van tientallen doden te betreuren geweest. Overigens heeft nooit iemand terecht gestaan omdat men van oordeel was dat het hele incident te wijten was aan een ‘misverstand’ tussen de BS en de Kriegsmarine. Maar indien de BS zich strikt aan de instructies zou hebben gehouden door geen wapens te dragen en de overgave en ontwapening van de Duitse militairen aan de Canadezen hebben overgelaten (en zeker geen Duitse soldaat neer te schieten) dan zou veel leed bespaard zijn gebleven. Nadat de Canadezen op 8 mei 1945 Amsterdam waren binnengetrokken gaven de Duitsers in de Grote Club zich, zoals was afgesproken, de volgende morgen om 07:00 uur met hun wapens aan hen over. Na te zijn afgevoerd in krijgsgevangenschap mochten ze later naar hun Heimat terugkeren. De Canadezen waren echter helemaal niet te spreken over het ‘misverstand’ op 7 mei. BS-commandant Overhoff werd te verstaan gegeven dat als men zag dat zijn mannen nogmaals gewapend over straat liepen er meteen op hen geschoten zou worden. In ieder geval is de oorzaak van de schietpartij spoedig daarna in de doofpot gestopt, niemand van de strijdende partijen ooit gestraft en zijn de nabestaanden van de slachtoffers door de overheid schandalig behandeld.

Hieronder de instructie van Bernhard aan de BS, foto’s en knipsels (klikken voor vergroting).

01

02

03

04

05

06

07

08

09

10

11

Update.

Ook het Bevrijdingsjournaal benadrukte op 6 mei 2020 nog eens dat de geallieerden de Binnenlandse Strijdkrachten expliciet hadden verboden dat ze geen Duitsers mochten ontwapenen en ook niet om gewapend de straat op te gaan. Hadden ze zich maar aan de instructies gehouden. Veel leed zou dan bespaard zijn gebleven.

 

Hieronder het Bevrijdingsjournaal van 7 mei 2020 over het neerschieten van een Duits soldaat achter het paleis op de Dam dat de aanleiding is geweest van de schietpartij.

 

Zie ook: Over het legertje van prins Bernhard

Gerard

15 mei 1940: Amsterdam liep uit om de Duitse bezetter te verwelkomen.

Terwijl ruim 2.200 gesneuvelde Nederlandse soldaten en circa 2.000 omgekomen burgers nog boven de aarde stonden, en mijn dienstplichtige vader na 5 dagen zware gevechten tegen een Duitse overmacht in een krijgsgevangenkamp zat opgesloten, hield het Duitse leger op 15 mei 1940 zijn intocht in Amsterdam. Na een mededeling van burgemeester De Vlugt in de ochtendkranten over de tijd van aankomst gingen duizenden Amsterdammers naar de binnenstad. Tijdens de intocht stond het Rokin, de Dam, het Damrak, de Reguliersbreestraat, etc. dan ook afgeladen met nieuwsgierigen. En de vijand werd niet vergeten. Overal deelden meisjes en vrouwen wat lekkers uit aan de vijandelijke soldaten, behulpzame Amsterdammers probeerden een defecte Duitse stafauto te repareren en de Amsterdamse politie wees de bezetter trouw de weg.

Amsterdam1940

Gerard

 

Gevluchte koningin Wilhelmina en haar regering wilden het met Hitler op een akkoordje gooien.

De op 13 mei 1940 gevluchte Wilhelmina en haar regering zaten nog maar amper een dag in Engeland, ‘om van daaruit de strijd voort te zetten’, of ze waren alweer van plan om –  tegen de afspraken met Engeland en Frankrijk in – met Nazi-Duitsland te gaan onderhandelen. Dat blijkt onder andere ook uit een vrijgegeven, geheim document uit het Britse archief.
Op de morgen van de 14e mei 1940 werd de Engelse minister van Buitenlandse Zaken lord Halifax benaderd door een verontruste Charles Corbin, de Franse ambassadeur in Londen. Dit naar aanleiding van een brief die Wilhelmina naar de Franse president Lebrun had gestuurd, en waaruit het Nederlandse voornemen werd opgemaakt.
Dit was overigens nog voor het Duitse bombardement op Rotterdam dat pas die middag om 13:30 uur zou plaatsvinden.

Onder druk van Churchill en het Britse oorlogskabinet werd het Nederlandse plan afgeblazen en moest Wilhelmina haar minister-president De Geer ontslaan en vervangen door Gerbrandy.

WilhHitler

Zie ook mijn artikel: De ‘plotselinge’ vlucht van koningin Wilhelmina en haar regering in mei 1940 was al vanaf november 1939 voorbereid.

Gerard

“Van dat tuig is er nooit één ter verantwoording geroepen!”

Met instemming van de Nederlandse ballingenregering in Londen heeft de NS jarenlang meegewerkt aan de belangen van de Duitse bezetter met het vervoeren van joden naar Westerbork, het wegvoeren van Nederlandse arbeidskrachten en het vervoer van Duitse troepen en wapens door heel Nederland.
Zie ook: Deportaties naar Westerbork moesten doorgaan van de Nederlandse ballingenregering.

Pas in het vierde oorlogsjaar, op 17 september 1944, riep de ballingenregering via Radio Oranje, ‘in het volle besef van de moeilijkheden die daardoor ontstaan’ op tot een spoorwegstaking. Dat was overigens 4 dagen na het laatste grote transport met 279 joden, waaronder 77 ontdekte ondergedoken kinderen naar Westerbork op 13 september 1944.
De bedoeling achter de staking was het lamleggen van het Duitse troepentransport in verband met de geallieerde luchtlandingen bij Arnhem. Aan de oproep gaven 30.000 personeelsleden van de NS gehoor en legden het werk neer.

wp6Op donderdag 5 oktober 1944 erkende premier Gerbrandy voor Radio Oranje dat de spoorwegstaking voor een belangrijk deel oorzaak zal zijn van een te verwachten hongersnood.

02

Hij zou gelijk krijgen, want als gevolg van de staking konden uit Groningen het graan en de aardappelen niet meer naar het westen van Nederland worden vervoerd. Ook voor de scheepvaart was het onmogelijk om via het IJsselmeer het broodnodige voedsel uit het noorden te vervoeren, aangezien de schepen door geallieerde vliegtuigen werden beschoten. Tot overmaat van ramp begonnen eind november 1944 ook nog eens alle rivieren en kanalen dicht te vriezen.

Opmerking: Door jonge jongens van de Marine Jeugdstorm is ondanks de zware ijsgang nog geprobeerd om via het IJsselmeer de gaarkeukens in Amsterdam voor de hongerende bevolking te bevoorraden, maar tijdens hun reis naar Friesland werd het schip ‘Harlingen I’ op 22 december 1944 op het IJsselmeer door Engelse jachtvliegtuigen aangevallen, waarbij twee doden en een aantal gewonden te betreuren waren. Over die aanval werd door het illegale krantje ‘De Vrije Pers’ op 6 januari 1945 melding gemaakt (de datum op het krantje is overigens foutief). De rouwadvertenties stonden indertijd op 5 januari 1945 in Volk en Vaderland.

Jeugdstorm
JeugdstormVoVa

Aangezien de honger steeds meer aan de magen begon te knagen, verschenen er in de kranten tevergeefse oproepen aan de stakende spoorwegmannen om alsjeblieft weer te gaan rijden.

03

Ondanks dat al na een paar weken was gebleken dat de spoorwegstaking totaal geen effect had op het verloop van de strijd van de geallieerden tegen nazi-Duitsland, en ondanks dat begin januari 1945 al talloze Nederlanders de hongerdood waren gestorven, weigerden koningin Wilhelmina en haar ballingenregering het stakingsparool in te trekken: “Het was aan het volk de plicht te gehoorzamen. Zulks in weerwil van de moeilijkheden in de voedselvoorziening”.
Radio Oranje: ‘De regering wenst nogmaals met nadruk te wijzen op de noodzaak van een onverzwakte voortzetting van de spoorwegstaking, die dient te geschieden in weerwil van de grote moeilijkheden van de voedselpositie’.

04

Uiteindelijk kwam er eind januari 1945 ruim 5000 man Duits spoorwegpersoneel – dat noodgedwongen was vrijgemaakt van het vervoer van manschappen en materieel naar het Oostfront – naar ons land om in ieder geval de gaarkeukens in het dichtbevolkte westen des lands te bevoorraden.

05

06

Op bevel van Wilhelmina en haar ballingenregering heeft de zinloze spoorwegstaking 8 maanden geduurd en zijn duizenden mannen, vrouwen en kinderen van de honger gestorven.
Alleen al in één Rotterdamse wijk (Crooswijk) waren het er 6.913.

De auteur Jan Cremer, die als kind tijdens de hongerwinter ook te lijden heeft gehad, zal in 1983 in zijn boek ‘De Hunnen’ schrijven:

De Nederlandse regering had ons vanuit Londen de grote spoorwegstaking bevolen. Dat was even makkelijk, om vanuit het veilige Engeland de lakens uit te delen aan de onderdrukte landgenoten overzee.
Even vertellen hoe het moet! Met de champagne in de koeler en een vette fazant op tafel. Vanuit de diepe fauteuil, een glas drank in de ene hand, een vette bolknak in de andere, bevelen snauwen voor de microfoon. Vanuit Londen werden we op het dagelijks luisterkwartiertje gecommandeerd. De bevolking werd opgeroepen om dit te doen, om dat te doen…… Dan kwam Hare Majesteit met haar dikke lijf vanachter de slagroomtaart vandaan en deed ook nog even een duit in het zakje, “Landgeneuten……..” Ze wenste ons veel kracht toe en moed te houden, we moesten ons niet laten vertrappen door de Duitse laars en verzet blijven plegen.
Heel wat mensen aan deze kant van de Noordzee baalde van deze opruiende taal. Behalve een paar halvegare oranjeklanten, maar die vonden alles prachtig, interessant, van enorm belang wat Hare Majesteit verkondigde. Die lieten zich ook opjutten en droegen oranje speldjes, die riepen zelfs nog “leve de koningin” voor het vuurpeloton. De regering in ballingschap, aan de overkant van de Noordzee en wij hier met de blote vuist tegen het Herrenvolk de kastanjes uit het vuur halen; die leefden daar totaal buiten de realiteit.
En opeens mocht er van die Londense kliek niet meer met de treinen worden gereden, wat resulteerde in een hongerwinter. Half Nederland crepeerde van de honger en vroor dood op straat. Er kwamen sowieso al geen kolentransporten meer uit de Limburgse mijnen door de bevrijding van het zuiden van Nederland, dus er was geen licht, geen gas, de fabrieken sloten de poorten, en de bevolking mocht thuis op ’n houtje gaan zitten bijten. Maar er was eten genoeg, maar geen vervoer. In Groningen lagen de aardappels te rotten, huizenhoge bergen goede aardappels, de hele aardappeloogst lag te rotten omdat de treinen niet meer mochten rijden op bevel van Hare Majesteit. De rogge lag te beschimmelen. De boeren kregen de aardappels niet meer naar de Amsterdamse gaarkeukens getransporteerd omdat de NS plat was gegaan. Ouden van dagen, vrouwen en kinderen, vooral de armen stierven door voedselgebrek, vroren dood in die strenge winter.
Door het bevel tot de spoorwegstaking door die Londense emigrantenkliek stierven duizenden onschuldige burgers de hongerdood. Van dat tuig is er nooit één ter verantwoording geroepen!

 

Zie ook mijn artikel: Amerikanen weigerden begin 1945 voedsel te droppen voor de hongerende Nederlandse bevolking.

En klik hier voor het verhaal van Bert van Vondel wiens zusje Sophia in de hongerwinter overleed.

Gerard

 

Vijf jaar na de oorlog gaven de laatste soldaten van de Duitse Wehrmacht zich over.

In 1944 landden Feldwebel Kulik met 11 Duitse marconisten op Koning Wilhelm Land in noordoost-Groenland bij Lombvik, teneinde daar voor een radioverbinding te zorgen voor een meteorologisch station van het Duitse opperbevel. Daarnaast hadden de soldaten tot taak in contact te blijven met de Duitse U-boten op de Atlantische Oceaan.
De marconisten vestigden zich met hun apparatuur 30 mijl landinwaarts en schenen het leven daar niet zo slecht te vinden. Er was genoeg te eten en ze werden goede maatjes met de Eskimo’s van het naburige dorp. De vier vrijgezellen van het Kommando-Kulik, zoals de naam van de groep luidde, traden later zelfs in het huwelijk met Eskimomeisjes.

Na de oorlog besloten de 12 Wehrmacht-soldaten op Groenland te blijven, aangezien ze niet graag opgesloten wilden worden in een geallieerd krijgsgevangenkamp. Via hun radiotoestellen volgden ze de gebeurtenissen en in 1949 slaagde Harry Gebert via zijn zender in contact te komen met een radioamateur in Essen, wie ze betrouwbaar genoeg achtten. De berichten die ze uit Duitsland kregen, deden hen absoluut niet terugverlangen naar hun vaderland. Temeer daar ze allemaal afkomstig waren uit gebieden ten oosten van de Oder-Neisse grens.
De contacten met de Heimat hadden nog jarenlang kunnen doorgaan, ware het niet dat in augustus 1950 een Russisch flotille aan het oefenen was in de wateren van Spitsbergen. De Russische telegrafist van een torpedobootjager ving tot zijn verbazing uit de buurt van noordoost Groenland een oproepsein van de Wehrmacht op, gevolgd werd door een uitgebreide uitwisseling van berichten tussen de radioamateur in Essen en de Duitsers op Groenland. De kwestie werd aan Moskou bericht, waarna de Russische torpedobootjager bevel kreeg de steven te wenden en een onderzoek in te stellen. Uiteindelijk eindigde dit met de overgave van het hele Kommando-Kulik. De Duitsers werden naar de Poolse haven Stettin gebracht en 8 maanden later, in april 1951, vrijgelaten. Saillant detail is nog dat oud-Feldwebel Kulik later in Essen kwam te wonen, waar hij goed bevriend raakte met de vroegere radioamateur.

Groenlnd1

Groenlnd2

Gerard

Amerikaanse atoombomaanval op Japan was bedoeld als machtsvertoon tegenover Stalin.

Na de oorlog hebben zowel de marine-inlichtingenofficier admiraal Ellis Zacharias als de voormalige Amerikaanse president Dwight D. Eisenhower geschreven dat de Amerikaanse atoombomaanvallen op Hiroshima en Nagasaki in augustus 1945 nooit nodig waren geweest.
Zo schreef Ellis Zacharias in juni 1950 dat ook zonder de atoombommen Japan op 15 september 1945 zou hebben gecapituleerd, en Eisenhower schreef in 1963 in zijn memoires dat het atoombombardement volstrekt onnodig was omdat Japan reeds was overwonnen.

01Zachar

02Eisenh

03Eisenh

En dr. A. Stam schrijft in zijn boek ‘100 jaar Wereldgeschiedenis 1870-1970’ (uitgeverij Oosthoek, 1971) dat in Japanse regeringskringen in juli 1945 de neiging bestond om te capituleren.
Citaat: ‘Door decodering van Japanse diplomatieke telegrammen was dit ook aan de Amerikaanse regering bekend. Toch was zij vast besloten de atoombom te lanceren, waarbij zich de overweging deed gelden dat deze machtsdemonstratie de weerbarstige USSR inschikkelijker zou maken’.
Na de Conferentie van Jalta in februari 1945 waren er tussen Roosevelt en Churchill enerzijds en Stalin anderzijds spanningen ontstaan over de verdeling van de macht in Europa. Met name wat betreft  Polen. Volgens Roosevelt was Stalin bezig de afspraken van Jalta op zìjn eigen manier te interpreteren. Twee weken voor zijn dood schreef hij op 12 april 1945: ‘Stalin heeft alle beloften gebroken die hij op Jalta heeft gedaan!’
Het was Roosevelts opvolger Truman die besloot om de atoombommen zo snel mogelijk in te zetten door Stalin te tonen dat de VS over een zeer krachtig massavernietigingswapen beschikte en dat het ook bereid was dit te gebruiken.

Ondanks dat Japan dus op het punt stond te capituleren verwoestten de twee bommen op 6 en 9 augustus 1945 op een afgrijselijke manier de steden Hiroshima en Nagasaki, met als gevolg dat ruim 250.000 mannen, vrouwen en kinderen om het leven kwamen dat in jaren daarna nog enige honderdduizenden aan stralingsziekte en kanker zouden overlijden.
Opgeofferd om Stalin inschikkelijker te maken aan de wensen van Amerika en Engeland.

Overigens was ‘atoombomgooier’ Truman ook de man die vlak na de Duitse inval in Rusland in juni 1941 tegen The New York Times had gezegd: “If we see that Germany is winning we ought to help Russia and if Russia is winning we ought to help Germany and that way let them kill as many as possible”.

04Truman

Gerard

Een wereldvreemde historica.

In 2005 beweerde de Indonesische historica Imelda K. Salim tegenover de Jakarta Post dat de meeste Nederlanders en Indische Nederlanders tijdens de Japanse bezetting (1942-1945) naar Nederland zijn gegaan.
Dus circa 300.000 mannen, vrouwen en kinderen naar het door Nazi-Duitsland bezette Nederland? Blijkbaar heeft deze mevrouw nog nooit van de Jappenkampen, de Birma-spoorlijn, etc. gehoord.

JakPost

Gerard

Amerikanen weigerden begin 1945 voedsel te droppen voor de hongerende Nederlandse bevolking.

Ondanks dat er duizenden Nederlandse mannen, vrouwen en kinderen stierven van de honger, hebben de Amerikaanse militaire chefs van staven begin 1945 geweigerd om voedsel te droppen boven Nederlands bezet gebied. Dat is gebleken uit documenten die door het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken in januari 1968 zijn vrijgegeven.
‘Voedselhulp is niet in het belang van de oorlogvoering. Daarom zijn, van militair standpunt uit, voedselzendingen ongewenst’, schreven de chefs van staven in februari 1945.
Van diverse kanten, waaronder zelfs het Vaticaan, werd er bij Washington op aangedrongen om maatregelen te nemen, maar de militairen bleven hardnekkig weigeren.

01

Het waren dus alleen de vliegtuigen van de Britse RAF die op 29 april 1945 voor het eerst begonnen met de voedseldroppings, bestaande uit blikken margarine hamspek, kaas, eierpoeder en repen chocolade.
Een paar dagen later gaven de Amerikaanse chefs van staven, zij het met tegenzin, hun verzet op zodat op 1 mei 1945 ook de Amerikanen met het droppen van voedsel begonnen.
Later kwam men met de verklaring dat de Amerikaanse vliegtuigen ‘door het slechte weer’ niet eerder hadden kunnen opstijgen. Daar hadden de Britse vliegtuigen dus blijkbaar geen last van gehad.

Overigens doet nog steeds het verhaal de ronde over het Zweedse wittebrood dat in het voorjaar van 1945 ook uit vliegtuigen zou zijn gedropt. Niets is minder waar. Hierbij dus wat feiten:
Onder het motto ‘En stormflod av hjälp kan rädda Holland’ zamelde het Zweedse Rode Kruis eind 1944 geld in om voedselhulp te bieden aan Nederland.
Met het geld werd onder meer meel, margarine en grutterswaren aangeschaft, dat vervolgens eind januari 1945 met kustvaarders naar Delfzijl werd gebracht.

02

03

Door allerlei moeilijkheden, zoals de spoorwegstaking en het dichtvriezen van de waterwegen, konden de levensmiddelen pas vanaf eind februari 1945 worden getransporteerd naar het westelijk deel van Nederland.
De Zweedse etenswaren werden dus niet uit vliegtuigen gedropt, maar na bereiding gedistribueerd door bakkers en kruidenierswinkels. Tegen inlevering van een aantal voedselbonnen kon de bevolking gratis 400 gram brood, 125 gram margarine en 250 gram grutterswaren afhalen.

04

Zoals gezegd bestond het voedsel dat uit de vliegtuigen werd gedropt dus voornamelijk uit blikken margarine, hamspek, kaas, eierpoeder en repen chocolade.

05

06

Gerard