Over de Nederlandse ballingenregering, Drees en het verraad.

Na de bevrijding van zuidelijk Nederland was de latere PVDA-premier Willem Drees eind 1944 lid van het College van Vertrouwensmannen dat door de Nederlandse ballingenregering vanuit Londen was ingesteld, en tot taak had om tot de terugkeer van de regering als haar vertegenwoordiger in Nederland op te treden en te voorkomen dat er na de Duitse capitulatie een gezagsvacuüm zou ontstaan. Hierbij werd er intensief onderhandeld met Seyss-Inquart, de Reichskommissaris für die besetzten niederländischen Gebiete. Met name ook wat betreft het uitschakelen van het goed georganiseerde communistische verzet. De Nederlandse regering in ballingschap was namelijk bevreesd voor een ‘coup van het Rode gevaar’. De macht moest na een Duitse nederlaag namelijk weer in “vertrouwde” handen komen. Om dat te bereiken ging men letterlijk over lijken en was men er zelfs niet vies van om met de Duitse vijand samen te werken. Door de Vertrouwensmannen en Seyss-Inquart werd in april 1945 dan ook besloten dat de Britten voor Amersfoort en de Canadezen bij de Grebbeberg halt zouden houden en dus niet verder zouden oprukken naar het westen. Hierdoor konden de Duitsers nog wat communistische verzetsstrijders uit de weg te ruimen, waarvan hun namen met medewerking van de Haarlemse BS-commandant mr. Nico Sikkel (zwager van de minister-president in ballingschap Pieter Gerbrandy) aan de Duitse Sicherheitsdienst (SD) waren doorgegeven. Zo zijn er tussen 14 en 18 april 1945 alsnog 35 ‘gevaarlijke’ communistische verzetsstrijders, waaronder Hannie Schaft (op 17 april 1945), door de Duitsers gefusilleerd.
Zie ook mijn vorige artikel.

Hieronder een uittreksel van het in mei 1951 verschenen 5e rapport van de Parlementaire Enquêtecommissie Regeringsbeleid 1940-1945 over Drees c.s. en Seyss-Inquart.

DreesSeyss

Saillant detail is dat in april 1945 – toen het Russische Rode Leger voor de poorten van Berlijn stond – Drees het moment vond aangebroken dat de geallieerden schouder aan schouder met de Nazi’s de Russen tot staan gingen brengen. Volgens Van Heuven Goedhart (partijlid van Drees en ook een van de Vertrouwensmannen) had Drees in april 1945 tijdens een vergadering van het College in Voorburg toen letterlijk gezegd: “De Russen komen nu wel gevaarlijk dichtbij. Het wordt tijd dat de Duitsers met ons mee gaan doen”.

Drees1945knip

Gerard

Advertenties

Nederlandse ballingenregering was betrokken bij het uitschakelen van communistische verzetsstrijders.

De Nederlandse regering in ballingschap (ook wel ‘het Londense emigrantencomité’ genoemd) blijkt aan het einde van de Tweede Wereldoorlog betrokken te zijn geweest bij het uitschakelen van de goed georganiseerde communistische verzetsstrijders omdat men na de bevrijding bevreesd was voor een ‘coup van het Rode gevaar’.
Oud-verzetsman Jan Brasser: “Bij toeval kreeg ik de richtlijnen voor de OD-top onder ogen. Hier stond het zwart op wit: Als de Duitsers verslagen zijn is het onze taak om een ieder die niet sympathiseert met het Huis van Oranje en toch bepaalde machtsposities wil bekleden, desnoods met wapengeweld te weren”.
Aldus zijn er heel wat van deze verzetsstrijders verraden aan de Duitse Sicherheitsdienst (SD) waardoor velen, waaronder Hannie Schaft, vlak voor het einde van de oorlog zijn gefusilleerd. Hier de feiten:

In september 1944 besloot de Nederlandse regering in Londen de verschillende takken van het verzet te bundelen. Deze bundeling, de Binnenlandse Strijdkrachten (de BS), stond onder commando van prins Bernhard. Het nog niet bevrijde gedeelte van Nederland werd ingedeeld in gewesten. Noord-Holland ten zuiden van het Noordzeekanaal was Gewest 12. Dit gewest was een belangrijk industrieel gebied met het grootste Nederlandse staalbedrijf (Hoogovens), veel andere industrie, de sluizen van IJmuiden en de visserij, maar tevens met een uitstekende, goed georganiseerde en bewapende communistische verzetsbeweging. En juist hier werd mr. Nico Sikkel (de zwager van de minister-president in ballingschap Gerbrandy) – in een dubbelrol van verzetsman en collaborateur – benoemd tot Gewestelijk commandant van Gewest 12.

01

Als Hoofdkwartier nam Sikkel de Oudkatholieke kerk aan de Haarlemse Kokstraat en zorgde persoonlijk voor een zendinstallatie. Marconist Dick de Lee werd belast met het contact met Londen van wie Sikkel zijn instructies kreeg. Eén van die instructies was een besluit van het Kabinet-Gerbrandy dat “alle middelen gebruikt mochten worden om het communistische verzet te breken”.

02

03

Als zijn adjudanten nam Sikkel de Velser rechercheurs Kuntkes en Haak aan die bijna de gehele oorlog gemene zaak met de Duitsers hadden gemaakt, waaronder het opsporen van onderduikers en joden, maar zich nu – in de nadagen van de Duitse bezetting – bij het verzet hadden aangesloten. Terwijl Sikkel zoveel mogelijk in de schaduw bleef, speelden Kuntkes en Haak een grote rol bij het actief uitleveren van communistische verzetsstrijders aan de Duitse SD, waarvan de meesten de oorlog niet hebben overleefd.

04

Op verzoek van een aantal voormalige verzetsstrijders heeft de officier van Justitie mr. Grasso in 1951 de zaak op zich genomen en werden Kuntkes en Haak na een gerechtelijk vooronderzoek geschorst. Tevens werd besloten deze twee politiemensen te vervolgen. Ook voor het verraad van Hannie Schaft! In de tenlastelegging staat namelijk: “Er is ook actief verraad in het spel geweest doordat Kuntkes haar naam zou hebben doorgespeeld aan de SD, met als doel deze intelligente en uiterst actieve communiste uit te schakelen”.

05

Om ‘procedurele redenen’ is het echter nooit tot een veroordeling gekomen. Op 17 januari 1955 meldde de commissaris van politie van het Hoofdbureau IJmuiden W.Sepp in een persbericht “dat aangezien de militaire auditie geen gronden had gevonden tot het treffen van enige maatregel tegen betrokkenen de beide politie-ambtenaren met ingang van heden weer in dienst zijn getreden”………… 

06

Zie ook mijn artikel: Over de Nederlandse ballingenregering, Drees en het verraad.

Gerard

Nederlandse ballingenregering stuurde koffie naar prins Bernhards moeder in Nazi-Duitsland.

Terwijl tijdens de Duitse bezetting niemand in Nederland meer wist hoe echte koffie smaakte, en massaal genoodzaakt was met surrogaat (eikeltjes-koffie) genoegen te nemen, werd prinses Armgard in Nazi-Duitsland – op nadrukkelijke instructie van haar zoon prins Bernhard – regelmatig voorzien van echte Braziliaanse koffie door onze ballingenregering in Londen. Hier de feiten:

Op 30 maart 1942 verzoekt de minister van Buitenlandse Zaken, Eelco van Kleffens, in brief aan zijn gezant in Rio de Janairo, Willem Daniëls, ‘te willen zorgdragen dat. zodra mogelijk beginnend, eens in de 14 dagen een zending van een pond koffie wordt ontvangen door Uw ambtgenoot te Bern. U gelieve de hiervoor te maken onkosten eens in de drie maanden bij Uw geregelde declaraties in rekening te brengen. De eerste zending zoude U per luchtpost kunnen doen, terwijl een gelijktijdige verzending op gezette tussenpozen per zeepost zoude kunnen plaats vinden. Op den duur zouden tegen de tijd dat aangenomen mag worden dat de gezant in Bern, jhr. J.J.B. Bosch Ridder van Rosenthal, geregeld in het bezit komt van zeepost zendingen, de luchtpost zendingen kunnen vervallen’. Dat was namelijk goedkoper. Ook bij de Londense ballingen werd op de kleintjes gelet.
De Braziliaanse gezant bevestigt het schrijven op 24 april 1942 en meldt dat hij er voor zal zorgdragen. In de kantlijn staat geschreven: ‘C koffiezending Prinses zur Lippe’. De zendingen komen op gang.
Op 28 augustus 1942 meldt gezant Rosenthal uit Bern dat hij ‘enige dagen geleden twee pakken koffie uit Lissabon had ontvangen bestemd voor de moeder van Z.K.H. Prins Bernhard der Nederlanden’. Hij vertelt verder dat hij zijn Zweedse collega bereid had gevonden ‘één dezer pakken, plusminus 2 kg., met een koerier naar Berlijn mee te geven’.
Maar dat mislukt. Op 2 oktober 1942 meldt Rosenthal dat zijn Zweedse collega ‘mij heden het pakket koffie terugzond met de mededeling dat de Zweedse legatie in Berlijn niet in staat was het pakket aan zijn bestemming te doen geworden’.
Maar de Nederlandse diplomatieke dienst is niet voor een gat te vangen. In de met Rijksmaarschalk Hermann Göring bevriende pro-Duitse Zwitser Carl Burckhardt van het Internationale Rode Kruis vindt men de ideale persoon om de koffie te doen vervoeren. Op 28 november 1942, acht maanden na het begin van de operatie, kan gezant Rosenthal vanuit Bern melden ‘dat enige paketten zijn doorgezonden en afgeleverd. Ik verwacht de rest geregeld te doen volgen. De moeder en de broeder van Z.K.H. verkeren in goede gezondheid en vroegen om foto’s van het Koninklijk gezin welke ik zal toezenden’. Grote vreugde alom bij Bernhard en de ballingenregering dat de zending gelukt is. Maar begin 1944, een paar maanden voor D-Day, beginnen de zendingen koffie blijkbaar wat te stagneren. Dat kan worden opgemaakt uit deze zin in een vertrouwelijk schrijven van 2 maart 1944 van de minister van Buitenlandse Zaken Van Kleffens aan Daniëls, de gezant in Rio de Janairo, waarin onder meer staat te lezen: ‘Hare Doorluchtige Hoogheid heeft deze koffie wegens gezondheidsredenen dringend nodig’.
Of prinses Armgard in verband met de oorlogssituatie daarna nog meer zendingen koffie heeft gekregen vermeldt de geschiedenis helaas niet.

Gerard (mede met dank aan wijlen Wim Klinkenberg).

Prinses Armgard met haar beide zoons Bernhard en  Aschwin, beroepsofficier in Hitlers elite-bataljon Brandenburg (oktober 1936).

Armgard2

Armgard1

Tevergeefse Nederlandse poging om prins Bernhard van de NSDAP-ledenlijst te schrappen.

Enkele maanden voor de troonsbestijging van prinses Juliana heeft de regering-Drees, door tussenkomst van topambtenaar drs. C. Adriaanse van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, bij Washington een poging gedaan om prins Bernhard van de NSDAP-ledenlijst te schrappen. De ledenlijst was in 1945 door de Amerikanen in Berlijn in beslag genomen en opgestuurd naar Washington.
Adriaanse heeft op 28 juni 1948 het verzoek overgebracht aan de Amerikaanse ambassadeur in Den Haag en er nadrukkelijk op gewezen dat eventuele publiciteit over Bernhards lidmaatschap van een Nazi-partij, zo vlak voor de troonsbestijging, voor de Nederlandse regering buitengewoon onaangenaam was. Het antwoord, gedateerd 10 augustus 1948, was negatief.  Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken wees erop dat de naam van Bernard niet alleen voorkwam op de lijst van NSDAP’ers in Nederland, maar ook op de zogenoemde wereldlijst. Omdat die grote lijst breed was verspreid, ook buiten de Verenigde Staten, “is het gevoelen dat het niet praktisch is de onderhavige lijst te veranderen door zijn naam te schrappen. Zou in de toekomst worden overwogen een nieuwe editie uit te brengen dan zou opnieuw kunnen worden overwogen de naam te schrappen”.
Voor zover bekend is dat nooit gebeurd.

Gerard

NSDAP2

Bernhard (NSDAP-Mitgliedsnummer 2583009), zijn broer Aschwin (beroepsofficier en NSDAP-Mitgliedsnummer 3854038) en prinses Juliana (oktober 1936).

NSDAP1

Het vergeten bombardement.

Na het Duitse bombardement op Rotterdam op 14 mei 1940 heeft die stad in de jaren daarna nog eens 268 luchtaanvallen te verduren gehad. Bij deze aanvallen – uitgevoerd door Amerikaanse en Britse bommenwerpers – zijn nog eens 6.300 brisantbommen en 39.000 brandbommen op Rotterdam afgeworpen, waarbij 884 mensen om het leven kwamen. Ongeveer evenveel als het Duitse bombardement in 1940. De hevigste geallieerde luchtaanval, dat ook wel  “het vergeten bombardement” wordt genoemd, vond plaats op 31 maart 1943. Op deze dag werden hele wijken weggevaagd en zijn ruim 400 Rotterdammers om het leven gekomen. Na de oorlog werden de geallieerde bombardementen weggemoffeld uit de publiciteit.

Hieronder het Polygoon bioscoopjournaal van dit vergeten bombardement.

01

02

03

Tot slot hieronder de toespraak van de voormalige directeur van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) Hans Blom op 12 december 2004 over het totaal aantal bombardementen op Nederlands grondgebied in de jaren 1940-1945.

“Als gevolg van 5 Duitse bombardementen vielen tussen de 1000 en 1200 dodelijke slachtoffers. Het aantal burgerslachtoffers als gevolg van de ongeveer 600 geallieerde luchtaanvallen op Nederlands gebied, is een veelvoud daarvan; naar schatting omstreeks de 10.000 doden naast een veelvoud aan gewonden – dikwijls levenslang verminkt – en enorme materiële schade. Omdat deze bombardementen van bondgenootschappelijk zijde kwamen, was de verontwaardiging erover veel minder groot en overwegend van een heel ander karakter dan over de Duitse acties. Voor het feit dat juist de geallieerden verreweg de meeste slachtoffers maakten, is een eenvoudige verklaring. Na de snelle Duitse overwinning in mei 1940 was Nederland voor de Duitse luchtmacht geen vijandelijk gebied meer. Voor de geallieerden lag dat andersom. Nederland behoorde juist tot het door de vijand beheerste gebied, waar strategische doelen in aanmerking kwamen om uit te schakelen. Bijkomende schade voor de burgerij kon daarbij niet steeds voorkomen worden. Zo gaat het in een oorlog.”

Gerard

Het ter discussie willen stellen van het NAVO-lidmaatschap kwam Aantjes duur te staan.

Terwijl het in hoge politieke kringen al jaren bekend was dat CDA-fractievoorzitter Willem Aantjes tijdens de oorlog lid was geweest van de SS heeft men het altijd onder de pet gehouden. Totdat hij met de NAVO dwars ging liggen. In september 1978 verklaarde Aantjes namelijk dat wanneer de NAVO een beslissing zou nemen tot aanvaarding van de Neutronenbom het CDA het Nederlandse lidmaatschap van de NAVO ter discussie zou gaan stellen. Een aantal weken later kwam “bij toeval” een document boven water waaruit bleek dat Aantjes zich in het najaar van 1944 vrijwillig had aangemeld bij de ‘Landsturm Niederland’, een onderdeel van de Waffen-SS. Einde politieke carrière van Willem Aantjes. En het CDA liep daarna weer keurig in de pas van de NAVO.

Gerard

Aantjes stelt de NAVO ter discussie:

01

Hieronder het document dat een paar weken later “bij toeval” boven water kwam. In de brief d.d. 26 oktober 1944 bevestigt de Duitse postdienst in bezet Nederland te Oldenzaal aan de PTT, dat de voormalige employee Willem Aantjes sedert 12 oktober 1944 in dienst was bij de ‘Landsturm Niederland’.  Aantjes was namelijk na het eindexamen gymnasium op 1 juli 1943 in dienst getreden bij de Dordrechtse PTT en op 20 juli 1943 vrijwillig als postbeambte uitgezonden naar Duitsland (Güstrow-Mecklenburg).

02

03

04

Hitler werd in 1939 voorgedragen voor de Nobelprijs voor de vrede.

In januari 1939 heeft de Zweedse sociaal-democratische senator Erik Brandt in een brief aan het Nobel-comité Adolf Hitler aanbevolen voor de Nobelprijs voor de vrede. Dit tot grote schrik van Brandts partij, de Socialdemokraterna, dat zich haastte te verklaren dat het een “ironische mop” was. Volgens de partij wilde Brandt een statement maken omdat hij de kandidatuur van de  Britse premier Neville Chamberlain ongepast vond vanwege diens slappe optreden tegen Nazi-Duitsland. Deze verklaring – die ook nog eens in het partijblad Social-Demokraten werd afgedrukt – wordt tot op de dag van vandaag nog steeds graag geciteerd. Maar het was geen ‘ironische mop’ en ook geen statement. Senator Brandt was begin 1939 – “na alles goed doordacht te hebben”, zoals hij zelf verklaarde – er wel degelijk heilig van overtuigd “dat het aan Hitler te danken was dat het nog steeds vrede was”. Onder grote druk van zijn partij moest Brandt uiteindelijk zijn aanbevelingsbrief intrekken.

HitlNobelTot

Gerard

VERBORGEN GESCHIEDENISSEN EN ANDERE FEITEN