26 juli 1951: Oorlog met Duitsland beëindigd, maar nog steeds geen vredesverdrag.

Aangezien de staat van oorlog tussen Nederland en Duitsland op 26 juli 1951 om 12:00 uur werd beëindigd (dus niet op 5 mei 1945) is er tot op de dag van vandaag nog steeds geen vredesverdrag met Duitsland getekend. De capitulatie op 6 mei 1945 (gedateerd 5 mei 1945) die in Wageningen tussen de Duitse generaal Johannes Blaskowitz en de Canadese generaal Charles Foulkes werd getekend, betrof slechts een overeenkomst over de technische uitwerking voor de Duitse troepen in Nederland vanwege de capitulatie op 4 mei 1945 van de Duitse troepen in Noordwest-Europa. Dat er na de officiële beëindiging van de oorlog met Duitsland in 1951 geen vredesverdrag kon worden getekend had te maken met het feit dat Nederland aanvankelijk in oorlog was met het het Duitse Rijk en er in 1951 twee Duitse staten waren (West-Duitsland en de DDR). Maar sinds de hereniging in 1990 speelt dat geen rol meer. Desondanks nog steeds geen vredesverdrag.

Gerard

DuitsVrFB

Deportaties naar Westerbork moesten doorgaan van de Nederlandse ballingenregering.

In 1955 werd in de dagbladen bekend gemaakt dat tijdens de bezetting de Nederlandse ballingenregering in Londen vond dat de Nederlandse Spoorwegen de Duitse bezetter behulpzaam moest zijn met het deporteren van joden naar het doorgangskamp Westerbork. Dit was overigens al op 18 september 1953 naar voren gekomen uit het verhoor onder ede van de oud-verzetsman G.F.H. Giesberger door de Parlementaire Enquêtecommissie Regeringsbeleid 1940-1945, maar stond dus pas twee jaar later in de krant. Overigens zonder dat dit tot veel ophef heeft geleid…….
Giesberger, die als hoofdinspecteur verantwoordelijk was voor de dienstregeling bij de Nederlandse Spoorwegen (en algemeen directeur van 1 maart 1946 tot 1 juli 1950), stond tijdens de bezetting – samen met de op 28 oktober 1944 gefusilleerde verzetsman Cootje van den Bosch – via een geheime zender in contact met de Nederlandse ballingenregering in Londen. Al vanaf het begin van de transporten van Amsterdam naar Westerbork op 15 juli 1942 hadden ze herhaaldelijk aan Londen gevraagd wat er in verband met de deportaties gedaan moest worden, maar telkens kregen ze weer te horen dat die moesten doorgaan.

wp1

wp2

De verklaring van Giesberger bevestigde hetgeen de toenmalige minister van Verkeer Van Schaik jaren daarvoor, op 17 september 1945, al had gezegd, namelijk dat het treinvervoer naar de concentratiekampen de plicht was die de Nederlandse regering van het spoorwegpersoneel eiste omdat het goed was voor de Nederlandse economie. Vandaar dat het goed georganiseerde verzet in Drenthe ook nooit de spoorlijn naar Westerbork heeft gesaboteerd!

wp3

wp4

wp5

Op 13 september 1944 vertrok het laatste grote transport met 279 Joden, waaronder 77 ontdekte ondergedoken kinderen naar Westerbork. Vier dagen later, op 17 september 1944, ging de NS op bevel van de Nederlandse ballingenregering pas in staking.

wp6

Zie ook mijn artikelen:

Harer Majesteits gezant adviseerde om na de oorlog geen joden op hoge regeringsposities te benoemen.

“Van dat tuig is er nooit één ter verantwoording geroepen!”

Gerard

Omgetoverd van een jong invloedrijk lid van Hitlers lijfwacht in een Prins der Nederlanden.

De eerste berichten dat prins Bernhard lid was geweest van Hitlers lijfwacht verschenen in twee gezagsgetrouwe kranten, namelijk op 3 januari 1937 in de katholieke De Tijd en op 4 januari 1937 in de gereformeerde De Banier. Dit naar aanleiding van het feit dat  vanwege een paar anti-Duitse incidenten in Nederland de paspoorten van drie Duitse prinsessen – die bij het prinselijk huwelijk op 7 januari als bruidsmeisjes zouden fungeren – door de Duitse autoriteiten waren ingetrokken. De Tijd schreef: “Prins Bernhard, die voor hij het Nederlandse staatsburgerschap verwierf lid was van Hitlers lijfwacht, heeft onmiddellijk per speciale zending aan Hitler gevraagd de nodige maatregelen te treffen”.
De invloed van de Prins heeft in ieder geval succes gehad want de paspoorten zijn daarna meteen aan de bruidsmeisjes teruggegeven zodat ze alsnog naar Nederland konden reizen.

01

02

De vroegere ‘functie’ van prins Bernhard werd op 28 januari 1937 wederom naar voren gebracht in een toespraak door professor Van Ginneken ter herdenking van het prinselijk huwelijk tijdens een publieke senaatsvergadering in de aula van de Universiteit Nijmegen, waarbij overigens ook jhr. mr. Smits van Oyen, de afgevaardigde van koningin Wilhelmina, aanwezig was. Hier een gedeelte uit de toespraak van professor Van Ginneken: “En prins Bernhard? Meent gij dat hij zo vanzelf maar is omgetoverd van een jong invloedrijk lid van Hitlers lijfwacht in een Prins der Nederlanden? Waar twee zulke jonge mensen de leiding nemen van ons volk kon dan ook heel veel gebeuren, dat vele ouderen reeds lang onmogelijke waanden Bij toverslag is Nederland uit zijn matte verdruktheid opgestaan. De economische crisis en de algemene werkloosheid hadden ons murw geslagen. Er was geen moed, geen hoop meer in ons volk. En nu is er een enthousiasme losgeslagen, dat niemand had meegemaakt” (verslag De Tijd, 28-01-1937).

Maar niet iedereen was zo enthousiast over deze omgetoverde lijfwacht. En zeker niet het dagblad De Tribune dat op 1 februari 1937 als volgt uithaalde: “We moeten zeggen, dat wij de vreugde van prof. van Ginneken, omdat een jong invloedrijk lid van Hitler’s lijfwacht is ‘omgetoverd’ in een Nederlandse prins en nu de leiding gaat nemen van ons volk, in het geheel niet delen….”.

LijfwFB2

En Het Volksdagblad vroeg zich op 1 juli 1938 af of het “hoogste wensen en begeren” van NSB-leider Mussert soms iets te maken had met de speciale (nationaal-socialistische) verlangens van de NSB: “Want Mussert weet natuurlijk ook wel dat Bernhard eens tot de lijfwacht van de heer Hitler behoorde” .

LijfwFB3

Zie ook:

Diplomatiek berichtenverkeer in 1944 over het SS-lidmaatschap van prins Bernhard.

Spontane Nederlandse jeugd verwelkomt prins Bernhard met de Hitlergroet.

Prinses Juliana bezocht in 1936 de Nazi-Olympiade.

Gerard