Tagarchief: Artikel 21

Over een ongrondwettig besluit van koningin Wilhelmina en een showproces.

Op 8 augustus 1940 tekende de naar Londen gevluchte Wilhelmina een Koninklijk Besluit dat bepaalde dat  alle geëmigreerde Nederlandse mannen die geboren waren tussen 1904 en 1921 verplicht werden zich in te schrijven voor de dienstplicht.

Amand1

Maar met name in Engeland stuitte dit besluit op fel verzet van enkele daar wonende Nederlanders die in de jaren ’30 door de crisis en de massale werkeloosheid Nederland noodgedwongen hadden moeten verlaten, en na jarenlange arbeid een bestaan in hun nieuwe vaderland hadden opgebouwd. Ze voelden er daarom niets voor om hun moeizaam tot stand gekomen status op te geven om ingelijfd te worden in de pas opgerichte Prinses Irene Brigade, dat door menigeen in Engeland gezien werd als het ‘showlegertje van Willemien’.
Onder hen was de 34-jarige Jaques Amand die een bloeiende bloembollen- en bloemenzaak in Londen had. Ook hij zag er niets in om zijn leven te geven voor een land, waar hij alleen maar slechte herinneringen aan had. Daar kwam nog bij dat Amand van mening was dat het dienstplichtbesluit volgens de wet ongeldig was. Maar op vrijdagochtend 14 maart 1941, toen hij bij zijn zaak op Strand (West End) uit zijn auto stapte, werd hij gearresteerd. En na een proces op 13 oktober 1941 wegens desertie veroordeeld tot een celstraf van 27 maanden, waarvan hij een deel heeft uitgezeten om de rest van de oorlog als dienstplichtig militair bij de Prinses Irene Brigade te dienen.

Amand2

Amand3

Door Amand en andere in Engeland wonende Nederlanders werd de rechtszaak overigens als een showproces beschouwd. En daar hadden ze niet helemaal ongelijk in, aangezien Wilhelmina en haar regering helemaal niet bevoegd waren om de  dienstplicht in te voeren. De Nederlandse Grondwet bepaalde namelijk dat volgens Artikel 21 de regering zich nimmer buiten het koninkrijk mocht vestigen en dus ook geen koninklijke besluiten en wetten kon uitvaardigen. Het op 8 augustus 1940 getekende dienstplichtbesluit was daarom dan ook niet rechtsgeldig. Een en ander zou natuurlijk anders zijn geweest als Wilhelmina en haar regering in mei 1940 van de bestaande mogelijkheid gebruik hadden gemaakt de zetel van de regering te verplaatsen naar een niet door de vijand bezette stad binnen het (koloniale) Koninkrijk der Nederlanden. Dan zou er ook van ongrondwettelijkheid geen sprake zijn geweest.
Klik hier voor meer informatie over Artikel 21 van de Grondwet.

Amand4

Overigens kon men na de oorlog beter niet over de ongrondwettigheid van de zetelverplaatsing schrijven, zoals professor Pootjes in zijn tijdschrift ‘De Vredestichter’ had gedaan. Hij werd dan ook gestraft wegens het overtreden van artikel 111 (majesteitsschennis). Klik hier voor meer informatie over het proces-Pootjes.

Gerard

Over de ongrondwettige herinvoering van de doodstraf door koningin Wilhelmina.

Op 22 december 1943 tekende de in mei 1940 gevluchte koningin Wilhelmina in Londen het Koninklijk Besluit Bijzonder Strafrecht, waarin een aantal in het Wetboek van Strafrecht gestelde strafmaxima werden verhoogd, waaronder ook de herinvoering van de in 1870 afgeschafte doodstraf. Dit besluit werd een jaar later, op zondag 24 september 1944, door de toenmalige minister van Justitie Van Heuven Goedhart via Radio Oranje aan het Nederlandse volk bekendgemaakt.  Aldus werden na de oorlog in eerste instantie 190 mannen en vrouwen tot de doodstraf veroordeeld, waarvan daadwerkelijk 39 mannen en 1 vrouw, de 42-jarige Ans van Dijk, door een vuurpeloton zijn terechtgesteld.

D1

De eerste die op 16 maart 1946 voor het vuurpeloton stond was de journalist Max Blokzijl (61) die tijdens de Duitse bezetting voor Radio Hilversum pro-Duitse praatjes had gehouden.

D2

De laatste voltrokken doodvonnissen betroffen de in Nederlands-Indië geboren SS’er Andries Jan Pieters (35) en de Duitse SD-commandant in Friesland Wilhelm Artur Albrecht (48). Zij zijn op 21 maart 1952 op de Waalsdorpervlakte gefusilleerd.

D3

Los van het feit of  collaborateurs en oorlogsmisdadigers destijds al dan niet  geëxecuteerd moesten worden, was het herinvoeren van de doodstraf in 1943 geheel ongrondwettelijk aangezien de Nederlandse Grondwet indertijd bepaalde dat volgens Artikel 21 de Nederlandse regering zich nimmer buiten het Rijk mocht vestigen en dus ook geen wetten en Koninklijke Besluiten kon uitvaardigen. Laat staan de herinvoering van de doodstraf.

D4

Een en ander zou natuurlijk anders zijn geweest als koningin Wilhelmina en haar regering zich na de Duitse inval in een van de voormalige koloniën hadden gevestigd. Deze landen lagen namelijk wel binnen het Rijk, of dat Wilhelmina met het tekenen van het desbetreffende Koninklijk Besluit gewacht had tot zij en haar regering na de bevrijding in mei 1945 weer op Nederlandse bodem waren teruggekeerd.

Drie maanden voor de eerste executie van Max Blokzijl had overigens ook de hoofdredacteur van de Leeuwarder Koerier zich in december 1945  afgevraagd of het Koninklijk Besluit van 1943 wel toegepast zou kunnen worden omdat het niet op de door de Grondwet voorgeschreven wijze, en zonder overleg met de Staten Generaal, tot stand was gekomen.

D5

Klik hier voor meer bijzonderheden over de ongrondwettige vlucht in mei 1940 en Artikel 21 van de Grondwet.

Gerard

De “plotselinge” vlucht van koningin Wilhelmina en haar regering in mei 1940 was al vanaf november 1939 voorbereid.

Na de oorlog schreef de door de Nederlandse Staat gecontroleerde geschiedschrijver Loe de Jong dat de vlucht volkomen onverwacht was. Dat men nooit van plan was geweest om het land te verlaten. Aangezien de archieven indertijd nog gesloten waren viel dit toch niet te controleren, maar na het vrijgeven van een aantal dossiers bleek de werkelijkheid toch heel anders in elkaar te steken dan de Nederlandse bevolking was wijsgemaakt. Blijkens een destijds geheim document uit het Britse archief waren er al vanaf november 1939 voorbereidingen getroffen voor de vlucht naar Engeland.
Dit ondanks dat Artikel 21 van de Grondwet dit verbood (zie onderaan).

Begin november 1939 kwam bij Neville Bland, de Britse ambassadeur in Den Haag, namelijk het verzoek binnen of hij bij zijn regering wilde polsen of de Nederlandse koninklijke familie, samen met de sinds 1918 in Nederland wonende voormalige Duitse keizer Wilhelm II (aan wie de Oranjes verwant zijn) en de Nederlandse regering, bij een eventuele Duitse inval asiel zouden kunnen krijgen in Engeland (uit mijn onderzoek is overigens gebleken dat het verzoek aan Neville Bland afkomstig was van de minister van Buitenlandse Zaken Van Kleffens. Op instructie van koningin Wilhelmina!).
Op 11 november 1939 telegrafeerde Neville Bland vanuit Den Haag het verzoek door naar de Britse regering in Londen, waarin hij zeer diplomatiek vermeldde “dat nog geen benadering had plaatsgevonden, maar dat hij graag onmiddellijk antwoord wilde geven als de vraag werd gesteld”………… (die dus inmiddels al was gesteld door Van Kleffens!).
Op 13 november 1939 kwam het Britse Oorlogskabinet bijeen om over Blands telegram te vergaderen (zie het onderstaande document). Het verzoek werd goedgekeurd en de Britse minister van Buitenlandse Zaken kreeg opdracht Neville Bland te antwoorden dat indien hij een officieel verzoek zou krijgen hij gemachtigd was om asiel te verlenen aan koningin Wilhelmina, haar familie en de Nederlandse regering. Wat de Duitse ex-Keizer Wilhelm II betrof (de oude vijand van Engeland uit de Eerste Wereldoorlog), zag men liever dat er geregeld werd dat hij in Zweden asiel zou krijgen, maar als het niet anders kon dan was men bereid ook hem en de leden van zijn familie in Engeland te ontvangen. Hierna begon men in Nederland met de voorbereidingen voor de vlucht, die een half jaar later op 13 mei 1940 zou plaatsvinden.

Pootjes2

Voor meer informatie, zie ook mijn onderstaande artikelen:

De smadelijke vlucht van de Oranjes en de Nederlandse regering in mei 1940.

Met de smadelijke vlucht naar Londen op 13 mei 1940 schonden koningin Wilhelmina en haar regering de Grondwet.

Over een krachtdadige Deense koning en een gevluchte Nederlandse koningin.

Gerard

Met de smadelijke vlucht naar Londen op 13 mei 1940 schonden koningin Wilhelmina en haar regering de Grondwet.

Nadat het Duitse leger op 10 mei 1940 Nederland was binnengevallen namen koningin Wilhelmina en haar regering op 13 mei de benen naar Engeland. Dit ondanks dat volgens Artikel 21 van de Grondwet de zetel van de regering in geen geval buiten het Rijk (dus Nederland en de koloniën) verplaatst mocht worden. Maar in Londen ging men, zonder parlement, gewoon door met het uitvaardigen van wetten en koninklijke besluiten, terwijl ze vanwege het schenden van de Grondwet daartoe absoluut niet meer gerechtigd waren. Laat staan om op 8 december 1941 Japan de oorlog te verklaren (zie mijn artikel) en op 22 december 1943 de doodstraf weer in te voeren (zie hier).

Artikel21

Artikel21Wilhel

Artikel21Reger

Opmerking van oud-premier Colijn over de ongrondwettige vlucht.

Artikel21Colijn

Opmerking:

Als gevolg van de toenemende spanningen in Europa achtte de Nederlandse regering het in 1937 gewenst een wet te laten voorbereiden waarop zij zich kon verlaten als er een noodtoestand zou ontstaan. Het begon dat jaar met de publicatie van zogeheten ‘Aanwijzingen’ waarin suggesties werden gedaan over de bevoegdheden van verschillende bestuursorganen van het Rijk in het geval van een vijandelijke inval en bezetting en de centrale regering geïsoleerd zou raken. De opdracht om die wet voor te bereiden werd verstrekt aan prof. mr. dr. G. van den Bergh, hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam. Hij diende een wetsontwerp te maken voor een staatsnoodwet, of oorlogswet. Geen moment werd overwogen dat tijdens zo’n noodtoestand de regering het Rijk zou moeten verlaten. Zelfs als de oorlogswet die Van den Bergh had ontworpen nog wel vóór de capitulatie door de Staten generaal was aanvaard en in werking was gesteld, dan had deze niet voorzien in een stevige grondwettelijke basis die voor de Nederlandse regering noodzakelijk was om legaal te kunnen regeren vanuit een plaats buiten het Rijk. Die wet voorzag immers niet in het buitenwerking stellen van Artikel 21 van de Grondwet. Dus als men na de Duitse inval legaal buiten Nederland had willen regeren dan had men moeten uitwijken naar Suriname, de Nederlandse Antillen of Nederlands-Indië, maar niet naar Engeland. Overigens is het bewuste artikel bij de grondwetswijziging in 1983 geschrapt.

Zie ook mijn artikel: De “plotselinge” vlucht van koningin Wilhelmina en haar regering in mei 1940 was al vanaf november 1939 voorbereid.

Art21-1898

Gerard

Kritiek op de vlucht van koningin Wilhelmina en haar regering werd na de oorlog bestraft.

Nadat het Duitse leger op 10 mei 1940 Nederland was binnengevallen namen koningin Wilhelmina en haar regering op 13 mei de benen naar Engeland. Dit ondanks dat volgens artikel 21 van de Grondwet de zetel van de regering in geen geval buiten het Rijk (dus Nederland en de koloniën) verplaatst mocht worden.

01

Maar in Londen ging men gewoon door met het uitvaardigen van wetten en koninklijke besluiten, tewijl ze daar niet meer toe bevoegd waren. Laat staan om op 8 december 1941 Japan de oorlog te verklaren (klik hier voor meer bijzonderheden). Na de bevrijding in mei 1945 werd ieder vorm van kritiek op de ongrondwettige vlucht keihard de kop ingedrukt. Degene die hier toch wat over schreef kreeg een proces aan zijn broek wegens majesteitsschennis. Dat overkwam ook oud-verzetsman professor Johan Willem Pootjes. Begin januari 1950 stelde hij in zijn blad ‘De Vredestichter’ dat Wilhelmina’s regering de Grondwet had geschonden door uit te wijken naar Londen. Prompt werd hij gedagvaard wegens overtreding van artikel 111 (majesteitsschennis). Tevens moest Pootjes een verplicht psychiatrisch onderzoek ondergaan in de Amsterdamse Valeriuskliniek, Want iemand die zoiets durfde te schrijven moest wel ontoerekeningsvatbaar zijn, oordeelde de rechter……….. Toen medio januari 1950 de directeur van de Valeriuskliniek rapporteerde dat Pootjes volledig toerekeningsvatbaar was, werd dit door de rechter niet geloofd. Twee maanden later werd opnieuw een onderzoek ingesteld, maar ook nu bleek Pootjes volledig toerekeningsvatbaar te zijn. Na een langdurig proces werd hij in oktober 1950 alsnog tot 1 jaar gevangenisstraf veroordeeld (mede ook omdat hij zich in 1947 al had verzet tegen de verplichte uitzending van Nederlandse dienstplichtigen naar Indië dat ook in strijd was met de Grondwet. Klik hier voor meer bijzonderheden.). Aangezien Pootjes al geruime tijd gevangen had gezeten werd hij wel meteen vrijgelaten.

02

03

04

05

Opmerking over artikel 21 van de Grondwet:
In 1937 achtte de Nederlandse regering het gewenst een wet te laten voorbereiden waarop zij zich kon verlaten als er een noodtoestand ontstond. Het begon dat jaar met de publicatie van zogeheten Aanwijzingen waarin suggesties werden gedaan over de bevoegdheden van verschillende bestuursorganen van het Rijk in het geval van een vijandelijke inval en bezetting en de centrale regering geïsoleerd zou raken. De opdracht om die wet voor te bereiden werd verstrekt aan prof. mr. dr. G. van den Bergh, hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam. Hij diende een wetsontwerp te maken voor een staatsnoodwet, of oorlogswet. Geen moment werd overwogen dat tijdens zo’n noodtoestand de regering het Rijk zou moeten verlaten. Zelfs als de oorlogswet die Van den Bergh had ontworpen nog wel vóór de capitulatie door de Staten generaal was aanvaard en in werking was gesteld, dan had deze niet voorzien in een stevige grondwettelijke basis die voor de Nederlandse regering noodzakelijk was om legaal te kunnen regeren vanuit een plaats buiten het Rijk. Die wet voorzag immers niet in het buitenwerking stellen van artikel 21 van de Grondwet. Dus als men na de Duitse inval legaal buiten Nederland had willen regeren dan had men moeten uitwijken naar Suriname, de Nederlandse Antillen of Nederlands-Indië, maar niet naar Engeland. Overigens is genoemd artikel bij de grondwetswijziging in 1983 geschrapt.

Opmerking over de vlucht van de Oranjes en de regering:
Na de oorlog schreef de (door de Nederlandse Staat gecontroleerde) geschiedschrijver Loe de Jong dat de vlucht volkomen onverwacht was. Dat men nooit van plan was geweest om het land te verlaten. Aangezien de archieven indertijd nog gesloten waren viel dit toch niet te controleren, maar na het vrijgeven van een aantal dossiers bleek de werkelijkheid toch heel anders in elkaar te steken dan de Nederlandse bevolking was wijsgemaakt. Blijkens het onderstaande destijds geheime document uit het Britse archief waren er al vanaf november 1939 voorbereidingen getroffen voor de vlucht naar Engeland. Dit ondanks dat artikel 21 van de Grondwet dit verbood.
Begin november 1939 kwam bij Neville Bland, de Britse ambassadeur in Den Haag, namelijk het verzoek binnen of hij bij zijn regering wilde polsen of de Nederlandse koninklijke familie, samen met de sinds 1918 in Nederland wonende voormalige Duitse keizer Wilhelm II (aan wie de Oranjes verwant zijn) en de Nederlandse regering, bij een eventuele Duitse inval asiel zouden kunnen krijgen in Engeland (uit mijn onderzoek is overigens gebleken dat het verzoek aan Neville Bland afkomstig was van de minister van Buitenlandse Zaken Van Kleffens. Op instructie van koningin Wilhelmina!). Op 11 november 1939 telegrafeerde Neville Bland vanuit Den Haag het verzoek door naar de Britse regering in Londen, waarin hij zeer diplomatiek vermeldde “dat nog geen benadering had plaatsgevonden, maar dat hij graag onmiddellijk antwoord wilde geven als de vraag werd gesteld”…………(die dus inmiddels al was gesteld door Van Kleffens!). Op 13 november 1939 kwam het Britse Oorlogskabinet bijeen om over Blands telegram te vergaderen (zie mijn document uit het Britse archief). Het verzoek werd goedgekeurd en de Britse staatssecretaris van Buitenlandse Zaken kreeg opdracht Neville Bland te antwoorden dat indien hij een officieel verzoek zou krijgen hij gemachtigd was om asiel te verlenen aan koningin Wilhelmina, haar familie en de Nederlandse regering. Wat de Duitse ex-Keizer Wilhelm II betrof (de oude vijand van Engeland uit de Eerste Wereldoorlog), zag men liever dat er geregeld werd dat hij in Zweden asiel zou krijgen, maar als het niet anders kon dan was men bereid ook hem en de leden van zijn familie in Engeland te ontvangen. Hierna begon men in Nederland met de voorbereidingen voor de vlucht, die een half jaar later op 13 mei 1940 zou plaatsvinden.

Pootjes2

Gerard