Tagarchief: Drees

‘Vadertje’ Drees: van overtuigd pacifist tot ‘atoombomgooier’.

Willem Drees (PVDA) was voor de oorlog een overtuigd pacifist en anti-militarist. Vol trots met het ‘gebroken geweertje’ op zijn revers hield hij in het hele land toespraken om het leger af te schaffen.

01Drees

Maar toen Nederland vlak na de Tweede Wereldoorlog als eerste land ter wereld ten strijde trok, had Drees zijn ‘gebroken geweertje’ weggegooid en werd hij de dirigent van de koloniale oorlog, dat uiteindelijk aan circa 150.000 Indonesische mannen, vrouwen en kinderen het leven zou kosten. Zie ook: “Erger dan Hitler”.

02Drees

En in 1957 vond Drees dat de NAVO-landen, dus ook Nederland, het recht hadden om als eerste atoomwapens in te zetten.

03Drees

Desondanks behoort deze salonsocialist, samen  met Willem van Oranje, nog steeds tot de grootste vaderlanders.

Gerard

De heksenjacht van ‘vadertje’ Drees.

Vier jaar na de bevrijding blies de toenmalige minister-president Willem Drees (PVDA) in 1949 de ‘Gestapo’ nieuw leven in. Iedereen die ‘linkser’ was dan de PVDA werd als staatsgevaarlijk beschouwd. Ook alle leden van de CPN en abonnees van De Waarheid werden in kaart gebracht. Bekend is het geval van een krantenbezorger die even zijn fiets in de steek had gelaten en de bezorglijst door een geheim agent uit zijn tas was gelicht. De lijst is later, na gekopieerd te zijn, als ‘gevonden voorwerp’ bij de politie afgeleverd.
De Nederlandse ‘Gestapo’ had ook een zwarte lijst aangelegd waarop de namen van circa 8000 communistische mannen en vrouwen vermeld stonden die ‘bij acuut dreigend oorlogsgevaar’ moesten worden opgepakt en geïnterneerd. Hieronder waren zelfs nogal wat  verzetsstrijders die tijdens de oorlog met inzet van hun leven de Nazi’s hadden bestreden.
Maar niet alleen communisten werden in de gaten gehouden; ook iedereen met enigszins afwijkende ideeën kwam in een aparte administratie terecht. Hieronder waren bezoekers van manifestaties tegen de regering, dienstweigeraars, vrijdenkers en zelfs Jehova’s Getuigen. Ook zij werden door ‘vadertje’ Drees als ‘potentieel staatsgevaarlijk’ beschouwd.

EVC1

EVC2

En 17 december 1951 vaardigde Drees een verbod uit dat ambtenaren geen lid meer mochten zijn van de CPN en de aan de partij gelieerde, en uit het verzet voortgekomen, vakbond EVC met 160.000 leden. Dit ondanks dat de CPN een legale partij was die op dat moment met 8 zetels in de Tweede Kamer zat. De maatregel van Drees was tevens in flagrante strijd was met Artikel 5 en 9 van de Grondwet en het bij internationale overeenkomsten erkende recht op vrijheid van aansluiting bij een vakvereniging.
In een felle brief aan Drees d.d. 18 december 1951 schreef het EVC-Verbondsbestuur dan ook dat ze zijn verbodsmaatregel zagen als  ‘een verder gaan op de weg naar het fascisme’ en een ‘uiting van de geest van Hitler en Seyss-Inquart’. Men eiste dan ook dat Drees zijn besluit onmiddellijk ongedaan zou maken.

EVC3

Het mocht niet baten. Op bevel van Drees werd een ware heksenjacht geopend op ‘verdachte’ ambtenaren, inclusief een systeem van verklikkers, het afluisteren van telefoongesprekken, etc..
Postbestellers, vuilnisophalers, politieagenten, medewerkers van het openbaar vervoer en nutsbedrijven, leraren, stratenmakers van Publieke Werken, etc. die desondanks toch nog lid waren gebleven van de CPN en/of EVC raakten brodeloos. En mocht men tegen het ontslag in beroep willen gaan dan was hij of zij niet vrij in de keuze van een advocaat. Die werd door de Nederlandse Staat aangewezen, waardoor de uitslag bij voorbaat al vaststond.
De CPN-fractievoorzitter Gerben Wagenaar noemde tijdens een interpellatie op 5 februari 1952 in de Tweede Kamer het ambtenarenverbod van Drees dan ook ‘een fascistische maatregel van het zuiverste water’ en dat hiermee de heksenjacht naar Amerikaans model geïntroduceerd werd. “Men moet al volkomen verblind achter  Amerika aanmarcheren, arm in arm met Christiansen en Guderian en met sir Oswald Mosley, om zich niet het weinig verheffende beeld te herinneren van de voorgangers der huidige fascisten, die met soortgelijke maatregelen de rechtszekerheid in hun landen ondermijnden en de bevolking overleverden aan Gestapo en Sicherheitsdienst”, brieste Wagenaar tegen Drees.

EVC4

Pas op 15 augustus 1970 werd het ambtenarenverbod opgeheven.
Tot slot kan nog gemeld worden dat de CPN in 1989 is opgegaan in GroenLinks. Reden voor nogal wat CPN’ers om op de dag dat dit werd besloten de rode vlag halfstok te hangen en over te stappen naar de SP.

Zie ook mijn artikel: Over onze “vrijheid” na de bevrijding.

Gerard

Nederlandse regering was medeschuldig aan de vele slachtoffers van de Watersnoodramp in 1953.

Door de geallieerde bombardementen in de herfst van 1944 op Duitse Bunkers om de toegang naar Antwerpen veilig te stellen, hadden de toch al in slechte staat zijnde Zeeuwse dijken het nog eens extra zwaar te verduren gekregen. Na de bevrijding vonden talrijke deskundigen, waaronder dr. ir. Johan van Veen, dan ook dat de dijken met spoed hersteld moesten worden, want een ramp lag op de loer. Maar daar was op dat moment geen geld voor omdat de koloniale oorlog in Nederlands-Indië ruim 830 miljoen gulden per jaar kostte. In september 1948 werd er zelfs 2 miljard gulden voor uitgetrokken. Dus het herstel van de dijken moest nog maar even uitgesteld worden, vond de regering, want het wingewest Indië moest koste wat het kost behouden blijven.

Zeeland1

Na bijna vijf jaar vergeefse strijd werd Nederlands-Indië op 27 december 1949 officieel de Republiek Indonesië. Maar nu moesten de meer dan 125.000 Nederlandse soldaten nog naar Nederland worden vervoerd. En ook dat kostte een kapitaal. Pas medio 1951 was het troepentransport afgerond.

En waar de deskundigen al jaren voor gewaarschuwd hadden werd bewaarheid toen tijdens een hevige storm in de nacht van 31 januari op 1 februari 1953 de nog steeds niet herstelde dijken doorbraken. Een groot deel van Zeeland, West-Brabant en de Zuid-Hollandse eilanden liep onder water, waarbij meer dan 1800 mensen en duizenden dieren verdronken. 100.000 mensen verloren hun huis en bezittingen. Opgeofferd om Nederlands koloniale wingewest te behouden. Ook het dagblad De Waarheid was die mening toegedaan. Volgens die krant had de ramp niet hoeven te gebeuren wanneer de dijken waren verhoogd, maar het herstel van het koloniale gezag werd voor de ‘wederopbouw’ blijkbaar van groter belang geacht.

Zeeland2

Zeeland3

Zeeland4

Voor meer informatie over Drees en de koloniale oorlog, zie: “Erger dan Hitler in 1940”.

Gerard

Merkwaardig besluit over de Nederlandse nationaliteit door de regering-Drees.

In 1953 werd door de regering van PVDA-premier Willem Drees besloten om de circa 40.000 mannen met hun gezinsleden – waarvan de mannen tijdens de bezetting in vijandelijke staats-of krijgsdienst waren getreden – binnen twee jaar hun Nederlanderschap terug te geven dat hen na de bevrijding was ontnomen.

01

Maar deze regeling gold niet voor de Nederlandse oud-Spanjestrijders die voor de oorlog met de Internationale Brigades tegen de  nationalisten van generaal Franco hadden gevochten.  Dit ondanks het feit dat deze groep tijdens de Duitse bezetting vaak een toonaangevende rol in het verzet had gespeeld. Zij bleven statenloos.

02

In hetzelfde jaar werden ook Nederlanders die in dienst waren van buitenlandse consulaten van de ene op de andere dag ook statenloos omdat ze zonder goedkeuring ‘in vreemde staatsdienst’ waren getreden. En dat terwijl menigeen al jarenlang op deze consulaten werkzaam was en er aanvankelijk geen goedkeuring was geëist.
Zo moesten in september 1953 alleen al in Rotterdam alle Nederlandse receptionistes, telefonistes en typistes van de consulaten van Amerika, Frankrijk, Noorwegen en Spanje opnieuw een verzoek tot naturalisatie indienen. En aangezien dat nogal wat tijd vergde, konden deze statenloze vrouwen in de tussentijd dus geen beroep meer doen op de rechten die aan een nationaliteit verbonden waren, zoals stemmen, trouwen, reizen, etc.

03

Gerard

Waarom premier Rutte weigerde excuses te maken voor het veroorzaakte leed tijdens de koloniale oorlog.

Op vrijdag 14 augustus 2015 heeft premier Rutte verklaard dat hij de volgende dag bij de Indië-herdenking in Den Haag geen excuses zou gaan maken voor het leed dat Nederlandse militairen in de jaren 1946-1949 in Indonesië hebben veroorzaakt.

R1

Overigens is dat niet zo verwonderlijk, aangezien hij daarmee officieel zou erkennen dat de militairen indertijd – met instemming van de toenmalige Nederlandse regering! – orders van de legerleiding hebben uitgevoerd. Inclusief het standrecht, waarbij Indonesiërs zonder vorm van proces konden worden geëxecuteerd. Vandaar dat kapitein Westerling voor zijn massale standrechtelijke executies op Zuid-Celebes ook altijd de hand boven het hoofd is gehouden.
Zie ook mijn artikel: Nederlandse regering betaalde kapitein Westerling ‘zang-zwijggeld’.

Met name de voormalige verzetskrant De Waarheid, die fel tegen de koloniale oorlog gekant was, stelde de PVDA-ministers, waaronder premier Willem Drees, verantwoordelijk voor de door de Nederlandse militairen begane excessen: “Wanneer een dorp in Indonesië platgebrand wordt, of ergens een bloedbad wordt aangericht dan zijn de PVDA-ministers daarvoor verantwoordelijk”, aldus De Waarheid op 26 oktober 1948.
Zie ook mijn artikel: “Erger dan Hitler in 1940.”

R2

R3

Feit is dat Nederlandse soldaten die destijds in Indië weigerden excessen te begaan, zoals het standrechtelijk executeren van Indonesische guerrillastrijders, het in brand steken van kampongs, etc., – met instemming van minister-president Willem Drees (PVDA) – konden rekenen op een jarenlange gevangenisstraf, zoals de  Nederlandse mariniers Smit, De Hoog en Stokking die geweigerd hadden de kampong Soetodjajan, bij Pakisadji, in brand te steken.

R4

R5

R6

R7

R8

Tot slot nog wat over de Amnestie Ordonnantie.

Aangezien tijdens de koloniale oorlog aan beide zijden ernstige misdaden zijn gepleegd, is er in augustus 1949 tussen Nederland en Indonesië afgesproken dat “zij die worden vervolgd of die reeds zijn veroordeeld voor misdaden, die duidelijk een uitvloeisel zijn van het politieke conflict tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek van verdere strafvervolging zullen worden ontslagen of ontheven van hun straf, overeenkomstig zo spoedig mogelijk uit te vaardigen wettelijke of andere regelingen” (proclamatie, paragraaf 3 d.d. 3 augustus 1949).
De strekking van deze bepaling was derhalve dat ieder van beide regeringen zou afzien van verdere vervolging en bestraffing van hen die aan de zijde van de andere partij aan het ‘conflict’ tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Indonesië hadden deelgenomen en daarbij delicten hadden gepleegd, die als een duidelijk uitvloeisel van dat ‘conflict’ konden gelden.
Een en ander is in november 1949 vastgelegd in de Amnestie Ordonnantie (Indisch Staatsblad, 1949 nr.326) en ondertekend door zowel Nederland als Indonesië, waaronder de Indonesische president Soekarno.
Hieronder Artikel I en II van de Amnestie Ordonnantie, plus de volledige ordonnantie (klikken om te vergroten).

R9

R9a

R9b

Gerard

De verboden Hannie Schaft-herdenking. Regering-Drees zette het leger in tegen ex-verzetsstrijders.

Hannie

Ieder jaar in november vindt er de Hannie Schaft-herdenking plaats, maar in 1951 was het door de regering-Drees nog streng verboden om deze communistische verzetsstrijdster te herdenken.

01

Desondanks kwamen er op 25 november 1951 ruim 5000 mensen naar de herdenking, waarvan het  overgroot merendeel uit voormalige verzetsstrijders bestond. Toen de stoet op weg was naar Hannie’s graf op de erebegraafplaats in Bloemendaal werden ze echter tegengehouden door pantserwagens en met stenguns gewapende marechaussees.

02

03

04

Een van de bedreigde deelneemsters aan de herdenking in 1951 was de voormalige verzetsvrouw Truus Menger:

“Ik was heel erg opgewonden die dag. Overal om ons heen liepen agenten, maar toen ik achterom keek zag ik dat de rij steeds dikker werd. Op de Zeeweg in Bloemendaal werden we opgewacht door een macht aan politie, gewapende marechaussee en soldaten met stenguns. Maar het ergste vond ik dat er vier pantserwagens stonden. Als je ziet hoe die geschutskoepel langzaam naar je toedraait, en er een machinepistool op je wordt gericht, dan voel je toch wel een hele nare dreigende, stemming, hoor. De tranen liepen mij over de wangen en ik ben naar een van die pantserwagens gehold waar een blonde jongen met een heel bleek smoeltje op zat. Ik schreeuwde hem toe: ‘Had je echt op mij willen schieten? Ik had mijn leven voor je willen geven! Voor jullie, voor de jeugd! Hannie heeft haar leven voor jullie gegeven. Die jongen draaide zijn hoofd om van schaamte. Het was het gezicht van een jongen die niet wilde schieten, maar als hij opdracht had gekregen wel had geschoten. Ik heb in de oorlog vreselijke dingen gezien maar dit heeft mij persoonlijk het meest geraakt. Het gevoel dat je niemand meer bent. Er werd getwijfeld aan onze integriteit, het enige wapen in onze strijd tegen het nazisme. Ik was erg in de war die dag en de dagen daarna. Ik bleef maar huilen.”

05

Enkele dienstplichtige soldaten, die ook in de stoet meeliepen, werden ter plekke door de Militaire Politie gearresteerd en gevangen gezet.

06

Bloemen en kransen die ’s middags op de Haarlemse Grote Markt waren gelegd, werden later die dag door de politie afgevoerd naar de vuilnisbelt.

07

Een paar dagen later stuurde het Verenigd Verzet 1940-1945 een fel telegram naar de regering-Drees, waarin zij protesteerde “tegen de schandelijke gebeurtenissen voor en tijdens de herdenking en tegen het vertrappen en op de mesthoop gooien van de bloemen bestemd voor één der beste strijdsters voor Vrijheid en onafhankelijkheid van ons land”.

08

Het telegram werd echter voor kennisneming aangenomen.

09

Zeven voormalige verzetsstrijders stonden in januari 1952 terecht wegens het overtreden van Artikel 461. Ze waren namelijk op 25 november 1951 – de avond van de herdenking – door de politie gearresteerd toen ze over het hek van de begraafplaats waren geklommen en alsnog bloemen op Hannie’s graf hadden gelegd.

10

Zie ook mijn artikelen:
1) Nederlandse ballingenregering was betrokken bij het uitschakelen van communistische verzetsstrijders.
2)  Over de Nederlandse ballingenregering, Drees en het verraad.

Gerard

Censuur in Nederland: kritische film kostte de Nederlandse cineast Joris Ivens zijn paspoort.

Nadat de Nederlandse cineast Joris Ivens in 1945 een film had gemaakt over de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd kreeg hij grote problemen met de Nederlandse regering, geleid door Willem Drees (PVDA). Niet alleen werd de vertoning van de film In Nederland verboden, maar werd Ivens ook nog eens tot persona non grata verklaard. Want toen Ivens in 1947 in het buitenland vertoefde en hij bij de Nederlandse ambassade zijn paspoort ging verlengen nam de man achter de balie het paspoort mee naar achteren om even later te melden: “Het spijt me verschrikkelijk, ik mag u uw paspoort niet teruggeven, we hebben orders uit Den Haag gekregen”. “Maar ik ben toch Nederlander. Ik heb recht op een paspoort”, protesteerde Ivens. “Meneer Ivens, volgens onze grondwet is een paspoort geen recht, maar een gunst die het ministerie van Buitenlandse Zaken u al dan niet bewijst”, kreeg Ivens ten antwoord (informatie van Joris Ivens, september 1985). Overigens hadden alle Nederlandse ambassades opdracht van Den Haag gekregen om zijn paspoort in te nemen.
Ivens kon dus niet meer terug naar zijn geboorteland. Pas in 1948 kreeg hij een voorlopig document dat hij iedere drie maanden moest laten verlengen. Dat pesterige spelletje van de regering-Drees heeft bijna 10 jaar geduurd. Dus tot eind 1957. Daarna kreeg Ivens pas zijn paspoort terug, maar de regering bleef hem op allerlei manieren dwarszitten, onder andere door hem in 1963 te verhinderen een film over de Deltawerken te maken. Pas in 1985 – 4 jaar voor Ivens’ dood in 1989 – heeft de Nederlandse Staat haar verontschuldigingen aangeboden.

Ivens1

Ivens2

Na de dood van Ivens op 28 juni 1989 schreef Job Velzen in het Vrije Volk: ‘Joris Ivens. Veel kabinetten hebben hem verguisd. Vergeef het hen, de hypocrieten van de PVDA. Van Drees tot en met Den Uyl. Joris Ivens: rust in vrede’.

Ivens3

Saillant detail is dat toen Ivans’ 18-jaar oude, verboden film tijdens de Nederlandse filmdagen in juli 1963 in het Duitse Münster werd vertoond dit nog tot een fel protest heeft geleid van de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken Joseph Luns, maar daar heeft men zich in Münster niets van aangetrokken.

Ivens4

Gerard