Tagarchief: Juliana

Majesteitsschennis.

Op 14 december 1972 zond de VPRO een satirisch programma uit dat tot veel opschudding heeft geleid. Hoofdpersoon was de musicus IJf Blokker die, als de journalist Barend Servet, koningin Juliana interviewde. De rol van de koningin werd vertolkt door een op Juliana lijkende vrouw die spruitjes gereed maakte voor het avondmaal. De scène werd besloten met het zingen van enkele strofen van het Wilhelmus, waarin de koningin voorging.

Prompt werden er in de Tweede Kamer vragen gesteld aan de minister van Cultuur Piet Engels, die de VPRO en berisping gaf. Volgens de minister was de bewuste scène een “gevaar voor de openbare orde en goede zeden en een onwaardige ridiculisering van de regerende Vorstin, en als zodanig een miskenning van de koninklijke waardigheid”.

01

02

Kamervragen en de berisping aan de VPRO (klikken om te vergroten).

03

04

Gerard

Nederland was te vol.

Toen eind 1949 de Nederlandse bevolkingsomvang de ‘gevaarlijke grens’ van bijna 10 miljoen inwoners had bereikt vond de regering, onder leiding van PVDA-premier Willem Drees, dat de tijd was aangebroken dat men beter kon gaan emigreren want “Nederland werd te vol”. In zijn nieuwjaarstoespraak van 1950 zei Drees: “Een deel van ons volk moet het aandurven zijn toekomst te zoeken in grotere gebieden dan eigen land”. Ook koningin Juliana wees er in 1950 in de troonrede op: “De sterke bevolkingsgroei en de beperktheid van de beschikbare grond blijven een krachtdadige bevordering der emigratie eisen”.

01

De overheid maakte het dan ook gemakkelijk door voor de emigranten vaak de overtocht te betalen plus enkele honderden guldens zakgeld mee te geven. Met deze ‘oprotpremie’ emigreerden alleen al in de jaren ’50 meer dan een half miljoen Nederlanders naar Zuid-Afrika, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland. Toen tijdens het bezoek van koningin Juliana aan Prescott (Canada) in april 1952 een journalist haar vroeg of de emigratie naar Canada zou worden voortgezet, werd dit door haar beaamd “omdat dit noodzakelijk was om het hoofd te bieden aan de overbevolking”.

02

03

Maar  vanwege de agressieve politiek van de regering-Drees in verband met de kwestie Nieuw-Guinea kreeg het ‘overbevolkte Nederland’ vanaf 1954 er nog eens ruim 300.000 mensen uit Indonesië bij toen iedereen met de Nederlandse nationaliteit (waaronder ondergetekende) het land moest verlaten. Aangezien de Nederlandse regering, met de PVDA voorop, deze repatrianten liever zag gaan dan komen, werd er besloten om ze te laten emigreren naar Brazilië. De bedoeling was om ze daar ergens onder te brengen in een gebied langs de Amazone. “Want daar is een klimaat dat deze mensen eigen is”, jubelde de toenmalige regeringscommissaris B.W. Haveman (PVDA) in de media.

05

Uiteindelijk is van dit onzalige plan niets terechtgekomen en werd er daarna ook niet meer aan bevolkingspolitiek gedaan.

06

Mede doordat de werkgevers in de jaren ’60 en ’70 behoefte hadden aan goedkope arbeidskrachten uit voornamelijk Marokko en Turkije begon de bevolking nogmaals sterk te groeien. Er werden in genoemde landen zelfs wervingskantoren geopend om de mensen, en later hun gezinnen, naar Nederland te halen. Toen Nederland in 1979 uiteindelijk circa 14 miljoen inwoners telde, herhaalde de koningin in haar troonrede nogmaals dat Nederland vol was. Ja, zelfs ten dele overvol, maar er werd niet meer opgeroepen om te gaan emigreren.

07

Inmiddels telt Nederland sinds 21 maart 2016 om 11:40 uur 17 miljoen geregistreerde (!) inwoners en is daarmee het dichtstbevolkte land van Europa met ruim 500 inwoners per vierkante kilometer, waarvan de Randstad ruim 1270 inwoners per vierkante kilometer telt.  Koplopers zijn hier Amsterdam en Den Haag. Daar wonen respectievelijk ruim 5000  en 6300 inwoners per vierkante kilometer.

08

 

Gerard

De smadelijke vlucht van de Oranjes en de Nederlandse regering in mei 1940.

Vlak voor de Duitse inval in Nederland schreef prinses Juliana aan de destijds bekende auteur Hendrik Willem van Loon: “Onze plaats is hier in Nederland, of er gevaar dreigt of niet. Wij zullen nooit onze post verlaten”. En dat terwijl de vlucht naar Engeland al vanaf november 1939 was geregeld (klik hier voor meer informatie). Volgens Juliana was het Huis van Oranje in de vijf eeuwen van haar bestaan voor geen enkel gevaar op de vlucht geslagen. Blijkbaar was ze ‘vergeten’ dat haar voorvader stadhouder Willem V in 1795 met zijn gezin naar Engeland was gevlucht toen de Franse troepen door de Hollandse Waterlinie waren gestoten. Saillant detail is dat  ten tijde van Juliana’s schrijven aan Van Loon,  haar echtgenoot prins Bernhard – slechts vergezeld van één ondergeschikte – al de vluchtroute had geïnspecteerd (bron: historicus J.G. Kikkert in zijn boek ‘De Prins in Londen’, p.10). Drie dagen na de Duitse inval, toen er nog dagelijks honderden Nederlandse soldaten sneuvelden, namen de Oranjes de benen. Met de Nederlandse regering in hun kielzog. Nadat het gezelschap in Engeland was aangekomen verwoordde dr. H. Colijn, de politiek hoofdredacteur van het christelijke dagblad De Standaard, op 15 mei 1940 in een fel redactioneel artikel de woede van het overgrote deel van de bevolking over deze smadelijke vlucht. Colijn besloot zijn artikel met: “We zullen nu maar niet gewagen van de ongrondwettige daad om de zetel van de Regering buiten het Rijk te vestigen, hoewel er gelegenheid bestond om hem te verplaatsen naar veiliger gebied binnen het Rijk. Omtrent dit alles zullen t.z.t. de verantwoordelijkheden vastgesteld moeten worden. Maar voorlopig blijven we zitten met een in het gevestigd buitenland Kabinet dat – zo we ons niet sterk vergissen – het vertrouwen van waarschijnlijk 95 procent van het Nederlandse volk mist”. Tijdens de bezetting beweerde Radio Oranje dat ze wel hadden moeten vluchten omdat de Duitsers van plan waren de koninklijke familie en de regering gevangen te nemen om ze daarna per transportvliegtuig af te voeren naar Berlijn. Dat was gebleken uit een op 10 mei 1940 onderschept document, beweerde men (de zogeheten ‘Von Sponeck-papieren’). Een hardnekkig verhaal dat nog steeds de ronde doet om de lafhartige vlucht goed te praten. Maar in de archieven zal men tevergeefs naar dit document zoeken. Op de ‘Fahndungsliste’, waar men altijd naar verwijst, staan wel de namen van personen die bij aankomst van de Duitsers gearresteerd moesten worden, doch hieronder bevinden zich niet de namen van de koninklijke familie en regeringspersonen.

Gerard

JulaVlucht1

JulaVlucht2

JulaVlucht3