Tagarchief: Oranjes

Aan het volk van Nederland.

In 1781 publiceerde Joan Derk van der Capellen tot den Pol het pamflet met de titel ‘Aan het volk van Nederland’. Het was gericht tegen de verkwistende Oranjes, de bestuurlijke elite en vóór de vrijheid van meningsuiting en democratische controle. Dit pamflet heeft uiteindelijk in 1795 in Nederland voor een omwenteling gezorgd (de Bataafsche Republiek). Overigens zijn de thema’s van het oude pamflet weer enorm actueel. We hebben inmiddels weer een Oranje die met geld smijt, een regerende elite die lak heeft aan het volk – en aan de leiband loopt van de Brusselse dictators – en wordt onze vrijheid van meningsuiting ernstig bedreigd door een verstikkende politieke correctheid.

volknederland

Gerard

Over het verbod van het noemen of gebruiken van de namen van de Oranjes.

In tegenstelling tot België en Denemarken, waar de vorsten wel op hun post waren gebleven, trad op 17 september 1941 in Nederland de verordening in werking dat het noemen of gebruiken van de namen van de op 13 mei 1940 gevluchte Oranjes voortaan verboden was.

01

Deze verordening werd op 3 januari 1942 gevolgd door een verbod van de betreffende namen voor straten, pleinen, parken, waterwegen, scholen, etc.

02

03

04

Overigens gold het in de eerste jaren van de Duitse bezetting als een ‘verzetsdaad’ om pasgeborenen te vernoemen naar de gevluchte Oranjes.

06

Sommige jongetjes kregen zelfs alle voornamen van prins Bernhard. En dat waren er nogal wat.

07

Maar na oktober 1942 konden de voornamen van de Oranjes niet meer bij de burgerlijke stand ingeschreven worden. Behalve dan als men een ouder of grootouder wilde vernoemen die één van dezelfde namen had.

08

09

Gerard

 

 

In naam van Oranje.

Medio jaren ’60 werd er hard opgetreden tegen een ieder die in woord en geschrift te nadrukkelijk blijk gaf van zijn republikeinse gezindheid. De politie stroopte zelfs de cabarets af om te luisteren of er geen anti-Oranje teksten werden gezongen. Zo kregen de medewerkers van het bekende Lurelei-cabaret, waaronder Gerard Cox, op donderdag 27 oktober 1966 een proces-verbaal vanwege het lied ‘Arme Ouwe’, waarin passages voorkwamen die beledigend zouden zijn voor de koningin.

01

En een dag later werden drie Provo’s aangehouden vanwege een artikel in hun blad ‘Lynx 2’, getiteld “Bernhard Bilderberg of de wolf in schaapskleren”. Want ook veel bladen werden door de politie nageplozen op anti-Oranje teksten en/of tekeningen.

02

In september 1966 was zo ook al de Nederlandse cartoonist Bernard Willem Holtrop (‘Willem’) in de cel beland vanwege een voor koningin Juliana beledigende tekening in een Provo-blad. Holtrop had de prent gemaakt naar aanleiding van de riante verhoging van Juliana’s uitkering terwijl iedereen loon moest inleveren. Na zijn vrijlating vertrok Holtrop naar Parijs, waar hij later voor Charlie Hebdo ging tekenen (de terroristische aanslag op 7 januari 2015 heeft hij overleefd omdat hij op het moment van het bloedbad nog onderweg was naar de redactie).

04

Indertijd was het ook streng verboden om in het openbaar “Leve de Republiek” te roepen. Degenen die dat toch deden konden rekenen op een boete van 50 gulden (destijds een behoorlijk bedrag) plus 6 dagen voorwaardelijke hechtenis met een proeftijd van 2 jaar. Zo stonden in november 1965 een viertal personen terecht wegens “dreigende verstoring van de openbare orde”. Twee van hen hadden een spandoek opgehangen met het woord “Republiek”, terwijl de andere twee “Leve de Republiek” hadden geroepen. In zijn requisitoir noemde de officier van Justitie mr. Van Renesse het een bijzonder gevaarlijke zaak: “Het gaat hier om een dreigende ordeverstoring dat niets te maken heeft met het principe van vrijheid van meningsuiting”, aldus Van Renesse.

03

Ook werd er meer dan eens door agenten – die blijkbaar nog tijdens de bezetting onder Duits toezicht in Schalkhaar waren opgeleid – met grof geweld opgetreden. Zo werd de latere journalist Herman Hoeneveld op 10 maart 1966 (de huwelijksdag van Beatrix en Claus) in elkaar geslagen omdat hij tijdens het passeren van de gouden koets “Leve de Republiek” had geroepen. Na door een zestal agenten en Marechaussees op de grond te zijn geworpen, bleef een agent met zijn gummiknuppel maar op hem inslaan. Alleen omdat hij iets had geroepen dat onwelgevallig was……….

05

06

En zo zijn er destijds legio meer gevallen geweest van mensen die vanwege hun anti-monarchistische uitlatingen een proces-verbaal hebben gekregen of, al dan niet met geweld, zijn gearresteerd.

Gerard

Over de verdwenen Oranje-documenten en de BVD.

Op woensdag 12 maart 1980 werden uit het huis van onderzoeksjournalist Wim Klinkenberg alle documenten gestolen die nogal compromitterend waren voor de toenmalige koningin Emma,  koningin Wilhelmina en prins Hendrik. De inbreker werd op heterdaad betrapt door de werkster (Klinkenberg zelf was op reis naar Vietnam en zou in de loop van de dag terugkeren). Op het moment dat zij rond 9 uur binnenkwam was de inbreker bezig dozen vol documenten door te snuffelen. De man bedreigde de vrouw, die daarna onmiddellijk naar de benedenbuurvrouw op de eerste etage ging om de politie te bellen, maar de inbreker had intussen wat hij hebben wilde en verdween met twee tassen gevuld met documenten. Toen Klinkenberg later thuis kwam kon de werkster hem een goed signalement van de inbreker geven, waaruit hij opmaakte dat het om een hem bekende medewerker van de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) ging. De man moet uren in Klinkenbergs huis gebivakkeerd hebben en zeer selectief de documenten hebben zitten doorlezen.
De documenten – meer dan 800 stuks – waren afkomstig uit de nalatenschap van baron Wittert van Hoogland (1875-1959), die in de jaren ’20 lid was van de Eerste Kamer. Hij was ook zeer goed bevriend met prins Hendrik van wie hij heel wat informatie had gekregen. Klinkenberg had kort voordat hij op reis ging het historisch hoogst belangwekkende materiaal ontvangen uit handen van een vriend van de eveneens overleden echtgenote van de baron. Deze was op Klinkenberg attent gemaakt door diens kort daarvoor verschenen biografie over prins Bernhard. Over de overdracht van de documenten waren verschillende telefoongesprekken gevoerd. Klinkenberg had genoeg redenen om aan te nemen dat de BVD zijn telefoon had afgeluisterd en aldus op de hoogte moet zijn gekomen dat hij in het bezit was van de zeer gevoelige documenten. Aangezien er geen braaksporen waren moet de inbreker de beschikking hebben gehad over een valse sleutel en moet hij precies hebben geweten wat hij zocht, aangezien hij minder belangrijke stukken uit de nalatenschap van de baron in het huis van de journalist had achtergelaten.
Ondanks dat Klinkenberg – op grond van de door zijn werkster gegeven signalement – zeker wist dat de inbreker een hem bekende BVD’er moet zijn geweest, was de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken, en hoofd van de BVD, Hans Wiegel niet bereid de zaak te laten onderzoeken (zie het Tweede Kamerverslag). In ieder geval is de dader nooit gepakt en zijn de documenten tot op de dag van vandaag nog steeds spoorloos. Volgens Klinkenberg is met de diefstal zeer belangrijk bewijsmateriaal voor de Nederlandse geschiedschrijving verloren gegaan.

Opmerking: Aangezien Klinkenberg de 800 documenten vlak voor zijn reis had ontvangen, had hij nog geen tijd gehad om alles te kopiëren.

Gerard

KlinkBVD1

KlinkBVD2