Tagarchief: Prins Bernhard

De prinselijke doofpot.

In de herfst van 1978 kreeg Nieuwe Revu-journalist Ton Kors gevoelige informatie in handen, waaruit bleek dat prins Bernhard in 1938 – op verzoek van de Duitse Sicherheitsdienst – inlichtingen over de Nederlandse defensie had verstrekt. Met name over de verdediging van de Hollandse Waterlinie. Voor deze gegevens zou Bernhard 100.000 Reichsmark hebben gekregen. Persoonlijk uitbetaald door Nazi-bankier Hjalmar Schacht met wie Bernhard datzelfde jaar ook naar Engeland was geweest.

01

In november 1978 heeft Ton Kors contact opgenomen met het Tweede Kamerlid Waltmans met het verzoek of hij daaromtrent vragen wilde stellen aan de regering. Na overleg met Kamervoorzitter Vondeling heeft Waltmans daarna een onderhoud gehad met premier Van Agt en hem gevraagd de zaak grondig te laten onderzoeken. Maar ondanks dat Waltmans het gevoel had dat Van Agt het ook een belangrijke zaak vond, was  de regering niet van plan om het gevraagde onderzoek in te gaan stellen.

02

03

04

Gerard

Over de mogelijke Amerikaanse betrokkenheid bij de ‘stadhoudersbrief’.

Tussen 1941 en 1943 heeft prins Bernhard een aantal malen de Verenigde Staten van Amerika bezocht. Volgens diverse bronnen, waaronder Jeanette Kamphorst, die in dienst is geweest bij de Britse Secret Intelligence Service (SIS), heeft Bernhard tijdens zijn tweede bezoek (van 20 tot en met 25 april 1942) op 24 april 1942 een brief aan Hitler geschreven, waarin hij zichzelf aanbood het ‘Stadhouderschap’ over Nederland op zich te nemen. De brief is later via Londen en Portugal naar Berlijn gestuurd. Na de oorlog zou het bestaan van deze brief tegenover de SIS bevestigd zijn door generaal Eberhart Schöngarth (Befelhshaber der Sicherheitspolizei und des SD). Vlak voor zijn executie is de bewuste brief in Berlijn teruggevonden. Gezien het onderstaande is het overigens niet zo verwonderlijk dat prins Bernhard zijn brief uitgerekend in Amerika heeft geschreven en niet in Londen. En dat de brief ook vanuit de VS verzonden is.
Al tijdens een eerder bezoek aan de VS  – op 8 juni 1941 – heeft de Prins kennis gemaakt met de latere CIA-chef Allen Dulles. Via Dulles kwam hij ook in contact met Bill Donovan (de oprichter van de OSS, de voorloper van de CIA) en McGeorge Bundy (Army Intelligence). Bill Donovan was op dat moment namens de Amerikaanse regering een inlichtingendienst aan het opzetten voor spionage in Europa. Tevens had Bernhard een ontmoeting met John McCloy, die belast was met de informatievoorziening voor de Amerikaanse regering. Aangezien Bernhard destijds ook verscheidene malen te gast is geweest op het Witte Huis, is het dus niet uitgesloten dat hij de ‘stadhoudersbrief’ op instigatie van president Roosevelt c.s. geschreven heeft.

Opmerking: Op 23 april 1942 heeft de Prins ’s avonds op het Witte Huis een onderhoud gehad met president Roosevelt en diens adviseurs. Dat was de dag voordat Bernhard op 24 april 1942 zijn brief aan Hitler schreef.

StadhRoosev

De geallieerden mochten dan wel gezamenlijk tegen Duitsland optrekken, ze hadden wel degelijk hun eigen agenda hoe Europa er na de oorlog moest uitzien. Feit is dat de Amerikanen de Britten niet meer de kans wilde geven hun vooroorlogse economische superioriteit in Europa te herstellen. Het was voor hen dus van belang de pro-Amerikaanse Bernhard als ‘Stadhouder’ (en bondgenoot!) in het strategisch gelegen Nederland te hebben. Daar kwam nog bij dat hij als rabiaat anti-communist voor Amerika van groot belang zou kunnen zijn met het oog op een eventuele communistische staatsgreep na de Duitse capitulatie. Het is namelijk een feit dat Bernhards vrienden, jhr. W.G. Röell en J. Schimmelpenninck, in mei 1940 in Nederland zijn achtergebleven met ‘fondsen’ van de Prins voor het formeren van een legertje bestaande uit achtergebleven adelborsten. Bij een eventuele terugtrekking van de Duitse troepen moest er een keurtroep klaar staan om de zaak over te nemen met het doel Nederland te behoeden voor een linkse staatsgreep.

Zie ook: Over de executie van Willem Röell en de zwijgende prins Bernhard.

Aangezien Hitler en Bernhard elkaar persoonlijk kenden, en de Prins ook nog eens van april 1933 tot januari 1937 lid was geweest van de NSDAP (Mitglieds-nr. 2583009), de SA en de SS, hoopten de Amerikanen dat Hitler op de ‘stadhoudersbrief’ zou ingaan.

Hitler

Lijfw2017

Over Jeanette Kamphorst (Secret Intelligence Service).

Cornelia Gijsberta (“Jeanette”) Kamphorst, alias de Zwarte Panter, speelde tijdens de Duitse bezetting een actieve rol in het verzet. Tevens was ze agente van de Britse Secret Intelligence Service (SIS). Jeanette was getrouwd met een hotelhouder en aangezien in het hotel veel hoge Duitse officieren kwamen, kreeg ze heel wat te horen. Alle belangrijke informatie gaf ze via een geheime zender door aan de SIS in Londen. Na de oorlog ging Jeanette, vanwege haar kennis van de Duitse taal, in 1945 voor de SIS naar Berlijn, waar ze uit hoofde van haar functie een brief in handen kreeg die prins Bernhard op 24 april 1942 aan Hitler had geschreven en waarin hij zijn diensten aanbood om het ‘Stadhouderschap’ over Nederland op zich te nemen. Over deze brief had Jeanette, die toen op Mallorca woonde, een interview met onderzoeksjournalist Jan Pijper. Het interview stond op 29 december 1978 uitgebreid in de Nieuwe Revu. Nu wil het geval dat de Nieuwe Revu werd uitgegeven door de VNU, waar Charles de Roy van Zuydewijn (de oom van Edwin) daar de topman was. Zodra prins Bernhard vernam dat Charles’ neef Edwin een huwelijkskandidaat van prinses Margarita was, zou hij alles op alles hebben gezet om hem buiten de koninklijke familie te houden en toen dat niet lukte om Edwin zwaar te beschadigen, maar dit terzijde.
Hieronder volgt een gedeelte van het vraaggesprek dat Jan Pijper in 1978 had met de toen 65-jarige Jeanette Kamphorst over de ‘stadhoudersbrief’:

Pijper: “Is die brief bij Hitler terechtgekomen?”
Kamphorst: “Hij is in Berlijn gekomen.”
Pijper: “Hoe is die brief weer in Nederland teruggekomen?”
Kamphorst: “Daar kan ik geen antwoord op geven.”
Pijper: “Kennelijk heeft u de brief van prins Bernhard uit 1942 in uw bezit gehad.”
Kamphorst: “Ja. Het is een aanbod van de Prins aan Hitler om namens hem Nederland te besturen.”
Pijper: “Zijn er kopieën van die brief?”
Kamphorst: “Er zijn kopieën bij verschillende vrienden van mij in Nederland.”
Pijper: “Is die brief met de hand geschreven?”
Kamphorst: “Ja.”
Pijper: “Ondertekend door prins Bernhard?”
Kamphorst: “Ja.”
Pijper: “Staan er nog meer handtekeningen onder die brief?”
Kamphorst: “Ja.”
Pijper: “Van wie?”
Kamphorst: “Dat zeg ik niet.”
Pijper: “U praat wel over die brief, maar u geeft hem niet om het te publiceren. Waarom?”
Kamphorst: “Ik heb orders uit Engeland om dat niet te doen.”
Pijper: “Van wie?”
Kamphorst: “Van de Secret Intelligence Service.”
Pijper: “Werkte u voor de Engelse geheime dienst?”
Kamphorst: “Ja, inderdaad.”
Pijper: “Heeft u nog contacten met hen?”
Kamphorst: “Ja.”

JEANAUSW

JEANETTE

Opmerking: Eind jaren ’90 heb ik zelf ook nog onderzoek gedaan naar Jeanette Kamphorst en de bewuste brief. Van een familielid van Jeanette heb ik toen vernomen dat de originele brief zich in het (geheime) dossier-Menzies bevindt. Wijlen Sir Stewart Menzies was tijdens de oorlog het hoofd van de Secret Intelligence Service (afdeling MI6). En een zekere Lientje T. uit Brabant – die tijdens de bezetting voor de Sicherheitsdienst had gewerkt – heeft over de beweringen van Jeanette verklaard: “Ik zou graag zeggen dat het niet waar is, omdat ik hier niets meer mee te maken wil hebben. Maar het is wèl waar. Ik heb Lages en Schöngarth of Lages óf Schöngarth dat inderdaad over prins Bernhard horen zeggen”. Dit klopt ook met het verhoor van generaal Eberhart Schöngarth (Befelhshaber der Sicherheitspolizei und des SD) door MI6 in 1945, waarin hij het bestaan van de bewuste brief heeft opgebiecht en dat deze in Berlijn te vinden was. Overigens heeft de vroegere Telegraafman en voormalig medewerker van de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD)  Jan Heitink in 1981 op La Caserne, het hoofdkwartier van de Franse inlichtingendienst in Parijs, een kopie van de ‘stadhoudersbrief’ in handen gehad. De brief was ondertekend door prins Bernhard èn prinses Juliana. Het hoofd van de Franse inlichtingendienst (sectie Benelux) verzekerde Heitink dat de brief echt was. Heitink heeft hierover na zijn pensionering op 2 juni 2003 een schriftelijke verklaring afgelegd.

Heitink

Gerard

Nederlandse ballingenregering stuurde koffie naar prins Bernhards moeder in Nazi-Duitsland.

Terwijl tijdens de Duitse bezetting niemand in Nederland meer wist hoe echte koffie smaakte, en massaal genoodzaakt was met surrogaat (eikeltjes-koffie) genoegen te nemen, werd prinses Armgard in Nazi-Duitsland – op nadrukkelijke instructie van haar zoon prins Bernhard – regelmatig voorzien van echte Braziliaanse koffie door onze ballingenregering in Londen. Hier de feiten:

Op 30 maart 1942 verzoekt de minister van Buitenlandse Zaken, Eelco van Kleffens, in brief aan zijn gezant in Rio de Janairo, Willem Daniëls, ‘te willen zorgdragen dat. zodra mogelijk beginnend, eens in de 14 dagen een zending van een pond koffie wordt ontvangen door Uw ambtgenoot te Bern. U gelieve de hiervoor te maken onkosten eens in de drie maanden bij Uw geregelde declaraties in rekening te brengen. De eerste zending zoude U per luchtpost kunnen doen, terwijl een gelijktijdige verzending op gezette tussenpozen per zeepost zoude kunnen plaats vinden. Op den duur zouden tegen de tijd dat aangenomen mag worden dat de gezant in Bern, jhr. J.J.B. Bosch Ridder van Rosenthal, geregeld in het bezit komt van zeepost zendingen, de luchtpost zendingen kunnen vervallen’. Dat was namelijk goedkoper. Ook bij de Londense ballingen werd op de kleintjes gelet.
De Braziliaanse gezant bevestigt het schrijven op 24 april 1942 en meldt dat hij er voor zal zorgdragen. In de kantlijn staat geschreven: ‘C koffiezending Prinses zur Lippe’. De zendingen komen op gang.
Op 28 augustus 1942 meldt gezant Rosenthal uit Bern dat hij ‘enige dagen geleden twee pakken koffie uit Lissabon had ontvangen bestemd voor de moeder van Z.K.H. Prins Bernhard der Nederlanden’. Hij vertelt verder dat hij zijn Zweedse collega bereid had gevonden ‘één dezer pakken, plusminus 2 kg., met een koerier naar Berlijn mee te geven’.
Maar dat mislukt. Op 2 oktober 1942 meldt Rosenthal dat zijn Zweedse collega ‘mij heden het pakket koffie terugzond met de mededeling dat de Zweedse legatie in Berlijn niet in staat was het pakket aan zijn bestemming te doen geworden’.
Maar de Nederlandse diplomatieke dienst is niet voor een gat te vangen. In de met Rijksmaarschalk Hermann Göring bevriende pro-Duitse Zwitser Carl Burckhardt van het Internationale Rode Kruis vindt men de ideale persoon om de koffie te doen vervoeren. Op 28 november 1942, acht maanden na het begin van de operatie, kan gezant Rosenthal vanuit Bern melden ‘dat enige paketten zijn doorgezonden en afgeleverd. Ik verwacht de rest geregeld te doen volgen. De moeder en de broeder van Z.K.H. verkeren in goede gezondheid en vroegen om foto’s van het Koninklijk gezin welke ik zal toezenden’. Grote vreugde alom bij Bernhard en de ballingenregering dat de zending gelukt is. Maar begin 1944, een paar maanden voor D-Day, beginnen de zendingen koffie blijkbaar wat te stagneren. Dat kan worden opgemaakt uit deze zin in een vertrouwelijk schrijven van 2 maart 1944 van de minister van Buitenlandse Zaken Van Kleffens aan Daniëls, de gezant in Rio de Janairo, waarin onder meer staat te lezen: ‘Hare Doorluchtige Hoogheid heeft deze koffie wegens gezondheidsredenen dringend nodig’.
Of prinses Armgard in verband met de oorlogssituatie daarna nog meer zendingen koffie heeft gekregen vermeldt de geschiedenis helaas niet.

Gerard (mede met dank aan wijlen Wim Klinkenberg).

Prinses Armgard met haar beide zoons Bernhard en  Aschwin, beroepsofficier in Hitlers elite-bataljon Brandenburg (oktober 1936).

Armgard2

Armgard1

Tevergeefse Nederlandse poging om prins Bernhard van de NSDAP-ledenlijst te schrappen.

Enkele maanden voor de troonsbestijging van prinses Juliana heeft de regering-Drees, door tussenkomst van topambtenaar drs. C. Adriaanse van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, bij Washington een poging gedaan om prins Bernhard van de NSDAP-ledenlijst te schrappen. De ledenlijst was in 1945 door de Amerikanen in Berlijn in beslag genomen en opgestuurd naar Washington.
Adriaanse heeft op 28 juni 1948 het verzoek overgebracht aan de Amerikaanse ambassadeur in Den Haag en er nadrukkelijk op gewezen dat eventuele publiciteit over Bernhards lidmaatschap van een Nazi-partij, zo vlak voor de troonsbestijging, voor de Nederlandse regering buitengewoon onaangenaam was. Het antwoord, gedateerd 10 augustus 1948, was negatief.  Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken wees erop dat de naam van Bernard niet alleen voorkwam op de lijst van NSDAP’ers in Nederland, maar ook op de zogenoemde wereldlijst. Omdat die grote lijst breed was verspreid, ook buiten de Verenigde Staten, “is het gevoelen dat het niet praktisch is de onderhavige lijst te veranderen door zijn naam te schrappen. Zou in de toekomst worden overwogen een nieuwe editie uit te brengen dan zou opnieuw kunnen worden overwogen de naam te schrappen”.
Voor zover bekend is dat nooit gebeurd.

Gerard

NSDAP2

Bernhard (NSDAP-Mitgliedsnummer 2583009), zijn broer Aschwin (beroepsofficier en NSDAP-Mitgliedsnummer 3854038) en prinses Juliana (oktober 1936).

NSDAP1

Over het legertje van Bernhard en de schietpartij op de Dam.

Inleiding.

“Met zijn plannetje om roverhoofdman te spelen voorzie ik nog vele moeilijkheden”. Met deze zin karakteriseerde de minister van Oorlog Lidth de Jeude in augustus 1944 in Londen de door koningin Wilhelmina doorgedreven benoeming van prins Bernhard tot bevelhebber van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten (de BS). En de minister zou later gelijk krijgen. Door onvoldoende selectie konden allerlei figuren zich bij Bernhards legertje aansluiten. Zijn BS had namelijk een enorme werfkracht en iedere ‘goede vaderlander’ (dus geen leden van de NSB) was welkom. Onder hen waren zelfs zwarthandelaren, collaborateurs en bekeerde leden van de NSB, maar die – nu de geallieerden aan de winnende hand waren –  zich geroepen voelden om ook ‘in het verzet’ te gaan. Het aanmelden bij de BS was totaal geen probleem. Je moest bijvoorbeeld voor twee tafeltjes verschijnen. Aan het ene werd gevraagd of je een goed Nederlander was. Na het ‘ja’ kwam je bij het tweede tafeltje, waar de oranje-armband werd uitgereikt, Voor de goede orde: in mei 1945 waren er in heel Nederland circa 200.000 BS’ers, terwijl het aantal werkelijke verzetsstrijders nooit meer dan circa 40.000 mannen en vrouwen had geteld. Voor veel echte verzetsmensen leek het of ineens iedereen in het verzet had gezeten. Daar hadden ze al die voorgaande jaren nooit iets van gemerkt………… En op 7 mei 1945 ging het goed mis met Bernhards ongedisciplineerde legertje.

Historicus Jan Kikkert over Bernhards BS.

02BennoBS

De schietpartij op de Dam.

Op 7 mei 1945 vond er rond 15:00 uur op de Dam in Amsterdam een schietpartij plaats tussen matrozen van de Duitse Kriegsmarine, wier schip in een Amsterdams dok lag, en de BS, waarbij veel burgerslachtoffers zijn gevallen. De zaak is echter meteen daarna in de doofpot gestopt. De reden: het legertje van de Prins was in het geding. Hier de feiten:

Op 4 mei 1945 kreeg Bernhard in Beekbergen, namens generaal Montgomery, van de Canadese generaal Foulkes strikte orders dat zijn BS geen wapens mocht dragen (zie Bernhards instructie aan de BS d.d. 6 mei 1945 onderaan dit artikel). Tevens mochten alléén de Canadezen de Duitse troepen ontwapenen. Ondanks dat de Amsterdamse BS onder leiding van Carel Frederik Overhoff hiervan meteen op de hoogte was gesteld, heeft men zich niets van deze instructie aangetrokken en ging de BS toch gewapend de straat op. Terwijl de Dam volstroomde met feestgangers om de komst van de Canadezen te vieren begonnen met stengun gewapende BS’ers Duitse soldaten te provoceren en hardhandig aan te houden en te ontwapenen. Over dat provoceren heeft de destijds 12-jarige Aart Bitter, die erbij stond, later tegenover ondergetekende verklaard dat een aantal jonge BS’ers, die indruk wilde maken op de meisjes, ‘voor de lol’ met hun stenguns geregeld op de Duitse matrozen op het balkon van de Grote Club (hoek Kalverstraat/Paleisstraat) hadden gericht. Toen er later ook nog eens een Duitse soldaat werd neergeschoten, die had geweigerd zijn wapen af te geven, brak er een vuurgevecht uit tussen de Duitsers en de BS. Achteraf is gebleken dat na het eerste schot door de BS in de Paleisstraat door een tweetal BS’ers – die achter een draaiorgel stonden – direct in de richting van de Duitse matrozen op het balkon van de Grote Club werd geschoten. Dit werd ook nog eens bevestigd in een schriftelijke ooggetuigenverklaring van een Amsterdammer aan de rijksgeschiedschrijver Loe de Jong in 1968. Letterlijk schreef deze getuige: “De BS’ers achter het draaiorgel schoten naar het balkon, schuin boven hun hoofden. Het duurde niet lang of de partijen waren met elkaar in gevecht”. Vanaf de hoek Nieuwendijk-Dam en Rokin-Dam werd nu door de BS met stenguns op de Grote Club geschoten, waarop de Duitsers een machinegeweer in stelling brachten en hiermee terugschoten. In paniek vluchtte de menigte alle kanten op. Door rondvliegende kogels en mensen die onder de voet werden gelopen vielen er onder de feestvierders veel slachtoffers. Overigens wordt er nog steeds beweerd dat de Duitsers bewust op de feestvierders zouden hebben geschoten, maar dat is niet aannemelijk. Zoals gezegd, schoten ze ook met een machinegeweer op de BS. Dat was een MG34 die 800 à 900 schoten per minuut kon afgeven. Indien ze werkelijk bewust op de burgers zouden hebben geschoten dan waren er honderden in plaats van tientallen doden te betreuren geweest. Overigens heeft nooit iemand terecht gestaan omdat men van oordeel was dat het hele incident te wijten was aan een ‘misverstand’ tussen de BS en de Kriegsmarine. Maar indien de BS zich strikt aan de instructies zou hebben gehouden door geen wapens te dragen en de overgave en ontwapening van de Duitse militairen aan de Canadezen hebben overgelaten (en zeker geen Duitse soldaat neer te schieten) dan zou veel leed bespaard zijn gebleven.  Nadat de Canadezen op 8 mei 1945 Amsterdam waren binnengetrokken gaven de Duitsers in de Grote Club zich, zoals was afgesproken, de volgende morgen om 07:00 uur met hun wapens aan hen over. Na te zijn afgevoerd in krijgsgevangenschap mochten ze later naar hun Heimat terugkeren. De Canadezen waren echter helemaal niet te spreken over het ‘misverstand’ op 7 mei. BS-commandant Overhoff werd te verstaan gegeven dat als men zag dat zijn mannen nogmaals gewapend over straat liepen er meteen op hen geschoten zou worden. In ieder geval is de oorzaak van de schietpartij spoedig daarna in de doofpot gestopt, de daders nooit gestraft en zijn de nabestaanden van de slachtoffers door de overheid schandalig behandeld.

Hieronder de instructie van Bernhard aan de BS, foto’s en knipsels (klikken voor vergroting).

Gerard

01

02

03

04

05

06

07

DUITSER

08

09

10

11

Zie ook: De Oranjegestapo van de Prins.

EU-Oeralbestormer Hallstein.

Na de Tweede Wereldoorlog stond een grote groep voormalige Duitse Nazi’s aan de wieg van de EU. De meest beruchte onder hen was Walter Hallstein (1901-1982), een jurist die onder Hitler furore had gemaakt. In 1942 ging hij het leger in en diende als reserveofficier in Noord-Frankrijk bij de 709ste Infanterie-Division. Na D-Day werd Hallstein tijdens de Slag om Cherbourg in juli 1944 door een Amerikaanse legereenheid gevangen genomen en verbleef tot november 1945 in het krijgsgevangenkamp Camp Cosmo in de Amerikaanse staat Mississippi.
Na zijn terugkeer in Duitsland kreeg Hallstein in 1950 een diplomatieke functie op het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken, waar inmiddels alweer 80% van de ambtenaren uit voormalige leidende Nazi’s bestond. In de tijd dat Hallstein op dit ministerie werkzaam was, heeft hij zich ingezet voor de vrijlating van alle door het Neurenbergse tribunaal veroordeelde oorlogsmisdadigers en het ‘bevrijden’ van Europa tot aan de Russische Oeral.

(Aanklikken voor vergroting.)

hall1

In januari 1958 werd Hallstein door de Europese regeringsvertegenwoordigers van Frankrijk, West-Duitsland, Italië en de Benelux benoemd tot de eerste voorzitter van de Commissie van de EEG  (de voorloper van de EU), waar hij beschouwd werd als de minister-president van Europa. Zijn einddoel was nog steeds een verenigd Europa tot aan de Oeral, dat tot op de dag van vandaag door veel Brusselse expansionisten wordt aangehangen.

hall2

Uiteraard kon Hallstein indertijd ook rekenen op veel sympathie van prins Bernhard.

BennoHall

Een andere belangrijke grondlegger van de EU en het Europese Hof van Justitie was Carl-Friedrich Ophuels. Deze voormalige fanatieke nationaal-socialist was gedurende het gehele Nazi-regime (1933-1945) lid van de NSDAP onder lidmaatschapsnummer 2 399061. In onderstaande verklaring van de NSDAP d.d. 31 juli 1943 staat dat Carl-Friedrich Opheuls politiek betrouwbaar is (onderste regel: ‘Er is politisch zuverlässig’).

Ophuels

In april 1957 had Carl Friedrich Ophuels als leidende initiator de oprichtings-statuten van het Europees Gerechtshof – het hoogste gerechtshof en daarmee de belangrijkste juridische instantie van de Brusselse EU – ondertekend, De tekst van die statuten kwamen van de handen van Ophuels en Hallstein.

Oph3

Gerard

Over prins Bernhard, diens tolkende SS’er Wim Sassen en de Nazi-vluchten van de KLM.

Op onderstaande archieffoto van het ANP staan onder andere Evita Peron, prins Bernhard en de gevluchte (in België bij verstek ter dood veroordeelde) Nederlandse SS’er Wim Sassen. De foto is begin jaren ’50 genomen tijdens een bezoek van de Prins aan Argentinië. Terwijl de Nederlandse en Belgische justitie al jaren jacht maakten op Sassen, en zijn naam regelmatig voluit in de kranten werd genoemd, was hij in Argentinië een zeer gewaardeerde tolk van Bernhard.

Pas 9 jaar later, in 1960, wist men Sassen uiteindelijk in Buenos Aires op te sporen. Niet door Bernhard, want die heeft altijd zijn mond gehouden, maar pas nadat Sassen de memoires van de eveneens naar Argentinië gevluchte oorlogsmisdadiger Adolf Eichmann in het Amerikaanse weekblad ‘Life’ had gepubliceerd. Sassen was indertijd namelijk ook zeer goed bevriend met Eichmann. Overigens heeft een foto van Bernhard met Sassen aan zijn zijde al in 1952 in de Nederlandse dagbladen gestaan, maar dat is justitie blijkbaar ontgaan……Wim Sassen is nooit door Argentinië uitgeleverd.

Overigens werd in mei 2007 bekend dat de KLM en diens commissaris prins Bernhard na de oorlog – met stilzwijgende goedkeuring van de regering-Drees! – betrokken zijn geweest bij het helpen ontsnappen van Nazi-oorlogsmisdadigers naar Argentinië. Na de bekendmaking was politiek Den Haag “geschokt en verbijsterd”. Met name de VVD riep het hardst dat de onderste steen boven moest komen, maar nadat van diverse kanten was aangedrongen om ook de rol van prins Bernhard in het onderzoek mee te nemen, verdween de zaak al spoedig in de grote doofpot. Saillant detail is dat het KLM-vliegtuig DC6 PH-TPB, dat regelmatig de Nazi’s naar Zuid-Amerika vervoerde, de “Prins Bernhard” heette………..

Gerard

01

02

03

04

05