Tagarchief: Seyss-Inquart

De opa van Rutte

Klaas Dilling, de grootvader van Mark Rutte van moederskant, is op 1 februari 1943 benoemd tot secretaris van het ‘Bosch- en Jachtwezen’, onderdeel van de nationaal-socialistische ‘Nederlandsche Landstand’. De Landstand was twee jaar daarvoor (oktober 1941) in het leven geroepen door Seyss-Inquart, de Rijkscommissaris voor de bezette Nederlandsche gebieden, met als doel om alle organisaties op het gebied van landbouw, visserij en bos- en jachtwezen onder nationaal-socialistische controle te brengen. Overigens was Klaas Dilling geen lid van de NSB.

01

02

03

Gerard

 

Van Nazi-handlanger tot Nederlands lid van de Navo-commissie.

Samen met Karel Frederiks en Jaap Schrieke was Hans Hirschfeld tijdens de bezetting één van de drie Nederlandse secretarissen-generaal van de door Hitler aangestelde Seyss-Inquart, de Reichskommissar für die besetzten niederländischen Gebiete. Dat de volgzame Hirschfeld een joodse vader had, was voor de notoire antisemiet Seyss-Inquart blijkbaar geen probleem.
Op 28 oktober 1941 was Hirschfeld medeondertekenaar van de onderstaande proclamatie met een ernstige waarschuwing richting het Nederlandse verzet. Dreigend lieten hij en de andere twee secretarissen-generaal, Frederiks en Schrieke, weten dat aanslagen op goederen van de Duitse Wehrmacht, de voedselvoorziening en het verborgen houden van neergeschoten geallieerde vliegers streng zouden worden bestraft. Onder de aanlagen op de voedselvoorziening werd overigens ook bedoeld de overvallen door het verzet op distributiekantoren om voedselbonnen te verkrijgen voor de vele onderduikers. Wat het verborgen houden van neergeschoten vliegers betreft, liet men waarschuwend weten dat dit reeds de terechtstelling van de schuldigen tot gevolg heeft gehad.
En onderaan de proclamatie werd door de directeur-generaal van politie aan iedere Nederlander een beloning van 1000 gulden uitgeloofd voor het geven van inlichtingen welke zouden kunnen leiden tot de arrestatie van ‘schadelijke elementen’ (de verzetsstrijders).

(Klikken om te vergroten.)

01

De proclamatie leidde uiteraard tot felle reacties in de illegale pers. Zo noemde de verzetskrant ‘Slaet op den trommele’ in november 1941 de secretarissen-generaal Hirschfeld, Frederiks en Schrieke eerloze landverraders die hun best deden zo veel mogelijke de Duitsers ter wille te zijn, ‘ondanks de wetsverkrachtingen, ondanks de afgrijselijke jodenmoordpartij, ondanks de gevangenneming en internering van vele onschuldigen’, etc.

02

Ondank dat Hirschfeld als gewillig werktuig van de Duitse bezetter ervoor gezorgd had dat het Nazi-regime Nederland kon inschakelen voor de oorlogseconomie, en leeg kon zuigen, werd deze lakei van Seyss-Inquart na de oorlog niet gestraft omdat hij geen lid van de NSB was geweest…….Op 14 december 1949 werd hij zelfs door de regering-Drees benoemd tot Hoge Commissaris in Indonesië.

03

Zoals te verwachten was, leidde dit tot felle protesten in de voormalige verzetskranten. Zo werd Hirschfeld na zijn benoeming in twee cartoons in De Waarheid afgebeeld als hakenkruis en dollarteken.

04

Maar van al die protesten trok minister-president Drees (PVDA) zich niets aan, want op 1 oktober 1951 werd Hirschfeld benoemd tot lid van de Navo-commissie.

05

De voormalige verzetskrant De Waarheid kon het echter niet nalaten om haar lezers nog even Hirschfelds oorlogsverleden in herinnering te brengen.

06

Wat de twee andere secretarissen-generaal betreft kan nog vermeld worden dat Schrieke, die wel lid van de NSB was geweest, na de oorlog ter dood werd veroordeeld (later omgezet in 20 jaar gevangenisstraf) en dat Frederiks (geen NSB’er) op 11 januari 1946 eervol ontslag kreeg. Met behoud van wachtgeld!

07

08

Ja, zo ging dat nu eenmaal in het naoorlogse Nederland, waar invloedrijke lieden die zwaar met de Duitse bezetter hadden gecollaboreerd, maar geen lid waren geweest van de NSB, weer de beste baantjes toegeschoven kregen, zoals een andere naaste medewerker van Reichskommissar Seyss-Inquart die werkloze mannen naar Duitsland stuurde om in de oorlogsindustrie te gaan werken en in 1959 zelfs minister-president werd.

Zie mijn artikel: Van collaborateur tot minister-president.

Gerard

Jonkvrouw Dolly Dibbets: verraadster, spionne en maîtresse van Seyss-Inquart

De op 16 januari 1898 in Tandjong Poera (Nederlands-Indië) geboren Jonkvrouw Dora (‘Dolly’) Dibbets was de echtgenote van mr. Wibo Godfried Peekema, de regeringsgemachtigde voor Algemene Zaken in Nederlands-Indië. Het echtpaar woonde voor de oorlog op de Grisseeweg 15 te Batavia en volgens mensen die ‘mooie Dolly’ in Indië hebben gekend was zij een bekende figuur in het Batavia van de jaren ’30 en trok zij door haar buitensporigheden en excentriciteiten sterk de aandacht.

DollyPaard

Op 18 januari 1939 gingen Wibo Godfried en Dolly met het passagiersschip ‘Christiaan Huygens’ naar Nederland, waar Wibo in Den Haag hoofd van de juridische afdeling werd op het Ministerie van Koloniën.
Nadat de Duitsers ons land waren binnengevallen en Wilhelmina en haar regering op 13 mei 1940 op de vlucht waren geslagen, ging Wibo Godfried hen de volgende dag achterna. Echter zonder zijn Dolly.
Maar zij was beslist niet van plan om op hem te wachten tot de oorlog voorbij was, want al vrij spoedig was Dolly de maîtresse van de Duitse Rijkscommissaris Seyss-Inquart en had zij ook nog eens een nauwe relatie met de foute Haagse hoofdcommissaris van politie Hamer, die op zijn beurt weer samenwerkte met de Duitse Abwehr. Omstreeks die tijd ging Dolly ook spioneren voor SS-Sturmbannführer Joseph Schreieder van het Referat IV E van de Gestapo in Den Haag. Eén van de belangrijkste figuren van het Englandspiel. Voor hem was Dolly een waardevolle aanwinst, mede ook vanwege de brieven die ze via Portugal van haar man uit Londen toegestuurd kreeg. Die werden namelijk ongecensureerd met de diplomatieke post verstuurd en daarin stonden zaken over de Londense ballingenregering waar Schreieder veel belang in stelde. En door Dolly’s verraad kon de Gestapo in de herfst van 1941 ook nog eens een Haagse verzetsgroep oprollen, waarvan een aantal verzetsstrijders in Duitse gevangenschap de dood vonden.

DollyVerzet

Ook maakte Dolly een aantal ‘spionagereizen’ naar België en Spanje.  Zo kreeg zij in 1942  van de Abwehrstelle-Brussel opdracht naar Madrid te gaan om daar amoureuze relaties aan te knopen met de daar aanwezige Amerikaanse officieren om aldus iets te weten te komen over de Geallieerde offensieve plannen.

Nadat Wibo Godfried na de oorlog vernam wat zijn vrouw allemaal had uitgespookt, diende hij een eis tot echtscheiding in. Dat blijkt namelijk uit een notitie van de secretaris-generaal van Justitie Van Angeren. Op 29 juni 1945 schreef hij: “Mr. Peekema heeft een eis tot echtscheiding tegen zijn echtgenote ingediend, die onder verdenking staat van hulp aan de vijand en door de politie wordt gezocht”. Want Dolly was via de ‘Rattenlijn’ gevlucht . Ruim twee weken later werd ze op 14 juli 1945 in een hotel in Milaan gearresteerd. Pas op 7 augustus 1948 stond zij terecht en werd er 15 jaar gevangenisstraf tegen haar geëist, maar dat werd op 17 augustus teruggebracht naar 8 jaar (minus de 3 jaar voorarrest) en verlies van kiesrechten voor het leven.

Dolly15jaar

Dolly8jr

Als men bedenkt dat de journalist en NSB-propagandist Max Blokzijl (61) die nooit iemand heeft verraden, maar alleen vanwege zijn pro-Duitse praatjes voor Radio Hilversum de doodstraf heeft gekregen en op 16 maart 1946 werd geëxecuteerd, en dat in hetzelfde jaar dat Dolly maar 8 jaar kreeg een andere verraadster ook voor het vuurpeloton stond, dan is de straf van Dolly wel behoorlijk laag uitgevallen.

D1

Het lijkt er dus verdacht veel op dat Dolly’s adelijke titel, en het feit dat topambtenaar Wibo Godfried in Londen tot de directe omgeving van koning Wilhelmina had behoord, hierbij een rol hebben gespeeld.

Tot slot kan nog gemeld worden dat Dolly vervroegd uit de gevangenis is ontslagen en na haar vrijlating bij haar dochter in Rijnsburg is ingetrokken. Dolly is op 19 maart 1953 op 55-jarige leeftijd overleden.

DollyDood

Gerard

Van collaborateur tot minister-president.

Terwijl de puinhopen van het door de Duitsers gebombardeerde Rotterdam nog nasmeulden werd Jan de Quay benoemd tot tijdelijk regeringscommissaris voor de organisatie van de Arbeid op het Departement van Sociale Zaken. Hiermee was hij een van de naaste medewerkers van Seyss-Inquart, de Rijkscommissaris voor de bezette Nederlandse gebieden.

01

Al een maand na zijn benoeming riep De Quay werkloze mannen op om in Duitsland te gaan werken. In een vraaggesprek voor de radio op 25 juni 1940 noemde hij het werken in Duitsland “een Nederlands belang”.

02

Nadat was gebleken dat er weinig animo bestond om in de Duitse oorlogsindustrie te gaan werken, gaf De Quay in augustus 1940 het waarnemend hoofd van zijn Departement opdracht om alle gemeentebesturen onder de aandacht te brengen dat werklozen geen uitkering meer kregen als ze weigerden naar Duitsland te gaan.

03

Naast zijn functie op het Departement voor Sociale Zaken (waar De Quay nog tot eind september 1940 zou blijven) vormde hij, samen met Einthoven en Linthorst Homan, en in overleg met Rijkscommissaris Seyss-Inquart, op 24 juli 1940 de Nederlandse Unie.
In het weekblad De Unie maakte De Quay daarna propaganda voor het Nationaal-Socialisme en voor de Winterhulp van de NSB. Voorts werd de Nederlandse bevolking opgeroepen loyaal te zijn met de Duitse bezetter.

Hieronder een schrijven d.d. 12 december 1940 en ondertekend door De Quay, Einthoven en Linthorst Homan (het ‘Driemanschap’) aan de leiders van de Gewestelijke, Stedelijke en plaatselijke secretariaten van de Nederlandse Unie over de gedragslijn van de Unie, waarin een “loyale houding tegenover de bezettende Duitse overheid” voorop werd gesteld en dat niet gedoogd zou worden dat Unie-leden zich aansloten bij “zogenaamde geheime organisaties” (het verzet). Voor Unie-leden die zich hier niets van aantrokken was geen plaats. De leiding van de Unie schroomde daarom ook niet om deze lieden met “alle haar ten dienste staande middelen uit haar rijen te verwijderen”.

04

Op 18 januari 1941 werden de leden van de Nederlandse Unie in het Unie-blad nogmaals ernstig gewaarschuwd om geen lid te worden van verzetsgroepen “waarmede het volksbelang niet is gebaat”.

04b

De Quay keerde zich van het begin af fel tegen de parlementaire democratie. In het nieuwe Europa onder Duitse leiding zou Nederland als een herboren natie een plaats moeten vinden. Dat liet  hij dan ook op 16 november 1940 duidelijk blijken in zijn weekblad.

05

Duitslands eindoverwinning stond voor De Quay vast. Na Hitlers inval in Rusland op 22 juni 1941 schreef De Quay een paar weken later in zijn Unie-blad: “Het Duitse Rijk volgt in het Oosten zijn aloude vastelandsbestemming en wij twijfelen niet, dat het ginds een grote taak te verrichten zal hebben”.

06

Na een ideologisch conflict met Seyss-Inquart werd de Nederlandse Unie in december 1941 verboden en De Quay van juli 1942 tot juni 1943 gevangen gezet in een internaat in Sint-Michielsgestel, waar ook andere ‘dwarsliggende’ prominenten zaten. Hier werden de dagen gevuld met cursussen, lezingen en discussiegroepjes over de meest uiteenlopende onderwerpen. In Sint-Michielsgestel maakte De Quay deel uit van de ‘Heren 17’ die over de politieke toekomst van Nederland spraken. Volgens de ex-gevangene Leonard de Waal was het daar “een soort gedwongen Rotary”.

Na de bevrijding van het zuiden van Nederland werd De Quay in oktober 1944 alweer voorzitter van het College van Algemene Commissarissen voor Landbouw, Nijverheid en Handel en van 5 april tot 23 juni 1945 minister van Oorlog in het Kabinet-Gerbrandy (minister- president Drees wilde De Quay daarna echter niet in zijn kabinet hebben vanwege diens oorlogsverleden).

In ieder geval vormde De Quay’s verregaande collaboratie voor koningin Wilhelmina geen beletsel om hem op 1 november 1946 te benoemen tot Commissaris van de Koningin in de provincie Noord-Brabant, dat hij tot 1959 zou blijven.

07

08

Van 19 mei 1959 tot 24 juli 1963 was De Quay minister-president en minister van Algemene Zaken in het kabinet dat zijn naam droeg.

09

10

11

Jan Wolkers zou later in zijn boek ‘Zwarte Bevrijding’ schrijven: “Wie tijdens de bezetting voorspeld had dat een lid van het driemanschap, dat de Nederlandse Unie had opgericht, na de oorlog doodleuk minister-president zou worden, zou, en terecht, door het gezamenlijke verzet gefusilleerd zijn wegens ondermijnend defaitisme”.

Gerard

Over de Nederlandse ballingenregering, Drees en het verraad.

Na de bevrijding van zuidelijk Nederland was de latere PVDA-premier Willem Drees eind 1944 lid van het College van Vertrouwensmannen dat door de Nederlandse ballingenregering vanuit Londen was ingesteld, en tot taak had om tot de terugkeer van de regering als haar vertegenwoordiger in Nederland op te treden en te voorkomen dat er na de Duitse capitulatie een gezagsvacuüm zou ontstaan. Hierbij werd er intensief onderhandeld met Seyss-Inquart, de Reichskommissaris für die besetzten niederländischen Gebiete. Met name ook wat betreft het uitschakelen van het goed georganiseerde communistische verzet. De Nederlandse regering in ballingschap was namelijk bevreesd voor een ‘coup van het Rode gevaar’. De macht moest na een Duitse nederlaag namelijk weer in “vertrouwde” handen komen. Om dat te bereiken ging men letterlijk over lijken en was men er zelfs niet vies van om met de Duitse vijand samen te werken. Door de Vertrouwensmannen en Seyss-Inquart werd in april 1945 dan ook besloten dat de Britten voor Amersfoort en de Canadezen bij de Grebbeberg halt zouden houden en dus niet verder zouden oprukken naar het westen. Hierdoor konden de Duitsers nog wat communistische verzetsstrijders uit de weg te ruimen, waarvan hun namen met medewerking van de Haarlemse BS-commandant mr. Nico Sikkel (zwager van de minister-president in ballingschap Pieter Gerbrandy) aan de Duitse Sicherheitsdienst (SD) waren doorgegeven. Zo zijn er tussen 14 en 18 april 1945 alsnog 35 ‘gevaarlijke’ communistische verzetsstrijders, waaronder Hannie Schaft (op 17 april 1945), door de Duitsers gefusilleerd.
Zie ook mijn vorige artikel.

Hieronder een uittreksel van het in mei 1951 verschenen 5e rapport van de Parlementaire Enquêtecommissie Regeringsbeleid 1940-1945 over Drees c.s. en Seyss-Inquart.

DreesSeyss

Saillant detail is dat in april 1945 – toen het Russische Rode Leger voor de poorten van Berlijn stond – Drees het moment vond aangebroken dat de geallieerden schouder aan schouder met de Nazi’s de Russen tot staan gingen brengen. Volgens Van Heuven Goedhart (partijlid van Drees en ook een van de Vertrouwensmannen) had Drees in april 1945 tijdens een vergadering van het College in Voorburg toen letterlijk gezegd: “De Russen komen nu wel gevaarlijk dichtbij. Het wordt tijd dat de Duitsers met ons mee gaan doen”.

Drees1945knip

Gerard