Tagarchief: Staatsgreep

Over NAVO-Luns (NSB-stamboeknummer 5399) en het ‘staatsgreep-plan’ medio jaren ’70.

Nadat sinds 1955 voormalige Duitse Nazi’s, waaronder de oorlogsmisdadigers Speidel, Heusinger en Von Kielmansegg hoge NAVO-posten toegewezen hadden gekregen  – zie mijn artikel: Over het werven van Duitse Nazi’s bij de NAVO – kwam begin maart 1979 aan het licht dat ook de Nederlandse secretaris-generaal van de NAVO, en voormalig minister van Buitenlandse Zaken,  Joseph Luns een geestverwant was geweest van Hitler, Goebbels en Mussert.

Luns1

Luns2

Luns3

Echter, een jaar nadat de katholieke kerkleiding in Nederland het lidmaatschap van de NSB had verboden, en een maand voordat de Nederlandse bisschoppen per herderlijk schrijven hadden aangekondigd dat aan NSB’ers in het vervolg de heilige sacramenten zouden worden geweigerd, heeft de vroom-gelovige katholiek Luns zich in april 1936 laten uitschrijven. Blijkbaar dus niet omdat hij tot inkeer was gekomen.

Luns4

Saillant detail is, dat Luns rond 1975 is benaderd door hoge Nederlandse NAVO-officieren in Brussel in een poging via hem greep te krijgen op de politieke ontwikkelingen in Nederland. Ze deden een beroep op hem om zich ‘als sterke man’ aan het hoofd van een politieke beweging te zetten met als voornaamste doel ‘het rode gevaar’ te keren, zoals ze het toenmalige Kabinet-Den Uyl noemden. Luns is kort daarna naar Den Uyl gestapt om hem te waarschuwen. Met een ‘aanbeveling’ om maar niet teveel op Defensie te bezuinigen…….
De coup is uiteindelijk niet doorgegaan en er zijn geen maatregelen tegen de betrokken officieren genomen.

Luns5

Gerard.

Advertenties

Liquidatie van PVDA-voorzitter Koos Vorrink moest sein tot staatsgreep zijn.

Eind 1979 werd bekend dat de voormalige premier Gerbrandy, generaal Kruls en vice-admiraal Helfrich begin 1947 van plan waren geweest om middels een gewelddadige staatsgreep de regering-Beel omver te werpen.

01

De reden was hun onvrede met de op 15 november 1946 gesloten overeenkomst van Linggadjati, het akkoord tussen de Commissie-Generaal namens de Nederlandse regering en de leiding van de eenzijdig uitgeroepen Republiek Indonesië. Volgens Gerbrandy was deze overeenkomst een verraad aan de beginselen van koningin Wilhelmina’s rede op 7 december 1942. Immers, volgens de koningin zou Indonesië een eigen status krijgen binnen het Koninkrijk. Dus moest het binnen het rijksverband blijven, dat volgens Gerbrandy met de Linggadjati-overeenkomst totaal niet het geval was. Aangezien hiermee het “Koninkrijk werd verkwanseld” vond hij het dan ook “zowel de plicht als het recht om de regering ten val te brengen en het roer te wenden”. In april 1947 kreeg Gerbrandy ook de steun van organisaties van oud-militairen en voormalige leden van de Binnenlandse Strijdkrachten. Met name de rechter sector.

02

Blijkens een rapport van de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) over de jaren 1947-1948 had Gerbrandy in de organisatie de schuilnaam ‘Gerrit’ en om “de spanning onder het volk te brengen” was in overleg met hem besloten PVDA-voorzitter Koos Vorrink te liquideren, waarna het uur X zou zijn aangebroken. Voor het geval de staatsgreep zou slagen waren de functies al verdeeld. Zo zou Gerbrandy weer minister-president worden en vice-admiraal Helfrich minister van Marine. Onmiddellijk na het uur X zouden Gerbrandy en Helfrich naar koningin Wilhelmina gaan om haar op de hoogte stellen van de situatie. Echter, toen de complotteurs contact opnamen met een Haagse politieofficier – aan wie na het slagen van de coup de functie van hoofdcommissaris was toegedacht – kregen ze van hem te horen dat hij uit betrouwbare bron had vernomen dat ‘de zaak’ al bekend was bij de inlichtingendiensten BVD en MID. Daarop werd de staatsgreep afgelast.
Uiteindelijk liet Gerbrandy c.s. het bij een smeekschrift, ondertekend door 240.000 mensen, en werd een verzoekschrift aan de Tweede Kamer gericht om de leden van de regering te laten vervolgen wegens schending van de Grondwet. Dat werd overigens voor kennisgeving aangenomen. Toen Gerbrandy daarna voor de radio de regering nogmaals beschuldigde van ongrondwettig handelen, kreeg hij voor twee maanden een spreekverbod.

03

De historicus dr. L. de Jong schreef later over Gerbrandy’s staatsgreep-plan: ‘Hij die in zijn jonge jaren ‘de rode advocaat van Sneek’ was genoemd, associeerde zich tijdens de worsteling met de Republiek Indonesië met de meest conservatieve elementen in den lande. Uit zijn vage plannen voor een staatsgreep sprak zijn strijdbaarheid, maar dat is dan ook het enige positieve dat men er in kan ontwaren. Hij zou, had hij die plannen kunnen doorzetten, aan de afloop van de worsteling met de Republiek niets hebben veranderd maar wel in Nederland een beroering en een verwarring hebben geschapen, naar welker omvang men slechts kan gissen’.

Desondanks werd Gerbrandy op 13 april 1955  ‘voor bewezen diensten’ door koningin Wilhelmina benoemd tot minister van Staat en nam hij in 1956 plaats in een commissie die een oplossing moest vinden voor de Greet-Hofmans-affaire.

04

Saillant detail is dat na de poging tot staatsgreep het Indië-beleid van de regering harder werd. Op 20 juli 1947 werd de overeenkomst van Linggadjati opgezegd om de volgende dag over te gaan tot een grootschalig militair ingrijpen op Java en Sumatra (Eerste Politionele Actie).

05

06

En ruim een jaar later gaf de regering-Drees opdracht om in de nacht van 18 op 19 december 1948 met een ‘blizkrieg’ de Republiek Djokja aan te vallen (Tweede Politionele Actie). Zie hierover mijn artikel: “Erger dan Hitler in 1940”.

07

Over het staatsgreep-plan nog het volgende:
Nadat eind 1979 uit het geheime document ook nog was gebleken dat de grote steden in 1947 in staat van alarm waren gebracht, heeft het kamerlid Waltmans op 8 december 1979 hierover vragen gesteld aan minister-president Van Agt. In zijn antwoord op 11 december 1979 verklaarde Van Agt dat de ministerraadsnotulen van 1947 geen enkel gegeven bevatten dat zou kunnen duiden op vrees voor een staatsgreep en het alvast alarmeren van burgemeesters. Van Agt zag dan ook geen aanleiding voor een onderzoek.

08

Met dit ongeloofwaardige antwoord ging de Tweede Kamer akkoord, en ging weer over tot de orde van de dag.

Maar in het Stadsarchief van de gemeente Amsterdam liggen wel degelijk een aantal documenten van de toenmalige Amsterdamse burgemeester d’Ailly die het tegendeel bewijzen. De burgemeester heeft in de loop van 1947 namelijk “geheime inlichtingen, zelfs van ministers” ontvangen omtrent plannen tot een staatsgreep, die zouden uitgaan van kringen die sterk gekant waren tegen het beleid van de regering. “De aanwijzingen dat er iets op til was”, zo luidt het verklarend schrijven, “waren zo sterk dat hij het nodig achtte de proclamatie op te stellen”.

09

Gerard

Operatie Zwarte Tulp: De Nederlandse betrokkenheid bij de staatsgreep van Bouterse.

Nederlandse officieren waren het brein achter de staatsgreep die op 25 februari 1980 Desi Bouterse in Suriname aan het bewind bracht. Daarnaast hebben zij tijdens en na de staatgreep een actieve rol gespeeld in Suriname. In een zeer vertrouwelijk rapport d.d. 7 september 1981, dat is opgesteld door majoor Koen Koenders van de Contra-Inlichtingendienst (CID), en ondergetekende heeft ingezien, wordt gesteld dat de toenmalige Nederlandse militaire attaché in Suriname, kolonel Hans Valk, niet alleen de geestelijke vader van de coup-Bouterse was, maar dat hij al in 1979 getracht had een aantal Surinaamse officieren ertoe aan te zetten zich van de gekozen Surinaamse regering-Arron te ontdoen. Toen de officieren (genoemd worden de namen van de luitenants Bottse, Van Roy en Cairo) op zijn voorstellen niet ingingen, probeerde Valk het verder bij de onderofficieren. Met de groep rond Desi Bouterse vond Valk een williger oor. Samen met de kapiteins Arnold Clements en Kees Briaire van de Nederlandse militaire missie in Suriname, dat overigens onder verantwoordelijkheid van de Nederlandse ambassade viel, zou Valk de Surinaamse onderofficieren met raad en daad hebben bijgestaan bij het plegen van de coup. Een uur na de geslaagde staatsgreep, aldus nog steeds het CID-rapport, bevonden de plegers van de coup zich ten huize van kapitein Arnold Clements. Ook Valk heeft zich na de staatsgreep nog direct met de Surinaamse politiek bemoeid. In een kazernekamertje heeft hij Bouterse door wekenlange gesprekken ‘opgeleid’ tot leider van Suriname. De Nederlandse ambassadeur in Suriname, jhr. Max Vegelin van Claerbergen, die op de hoogte was met de activiteiten van Valk en de andere Nederlandse officieren, heeft er daarna nog met kracht naar gestreefd hun aandeel in de coup in de doofpot te houden. Overigens werd Valk 3 maanden later (mei 1980) inlichtingenofficier bij het NAVO-hoofdkwartier in Brussel.

(Klikken voor vergroting.)

01

02

En mocht u zich nog afvragen of ook de Nederlandse overheid bij de staatsgreep betrokken is geweest dan moet u (‘in verband met het belang van de Staat of zijn bondgenoten’) wachten tot 2060. Pas dan worden alle stukken van 1980 tot 1984 openbaar gemaakt. In ieder geval heeft de vroegere Surinaamse president Venetiaan in december 2002 over de staatsgreep gezegd: “Het is gebeurd vanuit een kleine achterkamer in Nederland en gecoördineerd door een zekere Valk”.

03

04

De mysterieuze dood van klokkenluider Peter Meyer.

Een van degenen die goed op de hoogte was van de rol van de Nederlandse officieren, het handelen van het Nederlandse ministerie van Defensie en van de regering in Den Haag, was de ambassade-medewerker Peter Meyer die in buitenlandse dienst van Defensie naar Paramaribo was uitgezonden. En hij wist ook alles over ‘Operatie Zwarte Tulp’. Nadat Peter Meyer in het najaar van 1981 in Nederland was teruggekeerd werd hij constant geschaduwd door de Militaire inlichtingendienst, werd zijn telefoon afgetapt en probeerde men hem op allerlei manieren dwars te zitten. Saillant detail is dat de in opspraak geraakte Joris Demmink – voordat hij in 1982 naar Justitie overging – destijds Suriname-coördinator op het ministerie van Defensie was. Kort nadat de Peter Meyer in 1983 had verklaard dat Nederlandse officieren een leidende rol hadden gespeeld bij de coup-Bouterse stierf hij 15 juni van dat jaar, bij wat de politie een ‘eenzijdig ongeval’ noemde. De nieuwe Volkswagen van Peter zou op de Westlandseweg in Delft plotseling stuurloos zijn geraakt. Hij werd 33 jaar. Vlak voor zijn dood had hij nog tegen zijn broer Hans gezegd het gevoel te hebben dat hem iets zou overkomen: “Ik ben mijn leven niet meer zeker. De Nederlandse staat zou er heel wat voor over hebben als mij een ongeluk zou overkomen. Ze zijn hier nog erger dan de KGB”. Ondanks dat er al meer getwijfeld werd over de oorzaak van het ongeval maakte het ministerie van Defensie bekend “geen enkele aanleiding te zien nader onderzoek te gelasten naar de achtergronden van de dood van Meyer”.

05

06

07

08

09

Gerard