Tagarchief: Tweede Wereldoorlog

15 mei 1940: Amsterdam liep uit om de Duitse bezetter te verwelkomen.

Terwijl ruim 2.200 gesneuvelde Nederlandse soldaten en circa 2.000 omgekomen burgers nog boven de aarde stonden, en mijn dienstplichtige vader na 5 dagen zware gevechten tegen een Duitse overmacht in een krijgsgevangenkamp zat opgesloten, hield het Duitse leger op 15 mei 1940 zijn intocht in Amsterdam. Na een mededeling van burgemeester De Vlugt in de ochtendkranten over de tijd van aankomst gingen duizenden Amsterdammers naar de binnenstad. Tijdens de intocht stond het Rokin, de Dam, het Damrak, de Reguliersbreestraat, etc. dan ook afgeladen met nieuwsgierigen. En de vijand werd niet vergeten. Overal deelden meisjes en vrouwen wat lekkers uit aan de vijandelijke soldaten, behulpzame Amsterdammers probeerden een defecte Duitse stafauto te repareren en de Amsterdamse politie wees de bezetter trouw de weg.

Amsterdam1940

Gerard

 

Advertenties

“Van dat tuig is er nooit één ter verantwoording geroepen!”

Met instemming van de Nederlandse ballingenregering in Londen heeft de NS jarenlang meegewerkt aan de belangen van de Duitse bezetter met het vervoeren van joden naar Westerbork, het wegvoeren van Nederlandse arbeidskrachten en het vervoer van Duitse troepen en wapens door heel Nederland.
Zie ook: Deportaties naar Westerbork moesten doorgaan van de Nederlandse ballingenregering.

Pas in het vierde oorlogsjaar, op 17 september 1944, riep de ballingenregering via Radio Oranje, ‘in het volle besef van de moeilijkheden die daardoor ontstaan’ op tot een spoorwegstaking. Dat was overigens 4 dagen na het laatste grote transport met 279 joden, waaronder 77 ontdekte ondergedoken kinderen naar Westerbork op 13 september 1944.
De bedoeling achter de staking was het lamleggen van het Duitse troepentransport in verband met de geallieerde luchtlandingen bij Arnhem. Aan de oproep gaven 30.000 personeelsleden van de NS gehoor en legden het werk neer.

wp6Op donderdag 5 oktober 1944 erkende premier Gerbrandy voor Radio Oranje dat de spoorwegstaking voor een belangrijk deel oorzaak zal zijn van een te verwachten hongersnood.

02

Hij zou gelijk krijgen, want als gevolg van de staking konden uit Groningen het graan en de aardappelen niet meer naar het westen van Nederland worden vervoerd. Ook voor de scheepvaart was het onmogelijk om via het IJsselmeer het broodnodige voedsel uit het noorden te vervoeren, aangezien de schepen door geallieerde vliegtuigen werden beschoten. Tot overmaat van ramp bevroren eind november 1944 ook nog eens alle waterwegen dicht. En de honger begon al meer aan de magen te knagen.

03

Ondanks dat al na een paar weken was gebleken dat de spoorwegstaking totaal geen effect had op het verloop van de strijd van de geallieerden tegen nazi-Duitsland, en ondanks dat begin januari 1945 al talloze Nederlanders de hongerdood waren gestorven, weigerden koningin Wilhelmina en haar ballingenregering het stakingsparool in te trekken: “Het was aan het volk de plicht te gehoorzamen. Zulks in weerwil van de moeilijkheden in de voedselvoorziening”.
Radio Oranje: ‘De regering wenst nogmaals met nadruk te wijzen op de noodzaak van een onverzwakte voortzetting van de spoorwegstaking, die dient te geschieden in weerwil van de grote moeilijkheden van de voedselpositie’.

04

Uiteindelijk kwam er eind januari 1945 ruim 5000 man Duits spoorwegpersoneel – dat noodgedwongen was vrijgemaakt van het vervoer van manschappen en materieel naar het Oostfront – naar ons land om in ieder geval de gaarkeukens in het dichtbevolkte westen des lands te bevoorraden.

05

06

Op bevel van Wilhelmina en haar ballingenregering heeft de zinloze spoorwegstaking 8 maanden geduurd en zijn duizenden mannen, vrouwen en kinderen van de honger gestorven.
Alleen al in één Rotterdamse wijk (Crooswijk) waren het er 6.913.

De auteur Jan Cremer, die als kind tijdens de hongerwinter ook te lijden heeft gehad, zal in 1983 in zijn boek ‘De Hunnen’ schrijven:

De Nederlandse regering had ons vanuit Londen de grote spoorwegstaking bevolen. Dat was even makkelijk, om vanuit het veilige Engeland de lakens uit te delen aan de onderdrukte landgenoten overzee.
Even vertellen hoe het moet! Met de champagne in de koeler en een vette fazant op tafel. Vanuit de diepe fauteuil, een glas drank in de ene hand, een vette bolknak in de andere, bevelen snauwen voor de microfoon. Vanuit Londen werden we op het dagelijks luisterkwartiertje gecommandeerd. De bevolking werd opgeroepen om dit te doen, om dat te doen…… Dan kwam Hare Majesteit met haar dikke lijf vanachter de slagroomtaart vandaan en deed ook nog even een duit in het zakje, “Landgeneuten……..” Ze wenste ons veel kracht toe en moed te houden, we moesten ons niet laten vertrappen door de Duitse laars en verzet blijven plegen.
Heel wat mensen aan deze kant van de Noordzee baalde van deze opruiende taal. Behalve een paar halvegare oranjeklanten, maar die vonden alles prachtig, interessant, van enorm belang wat Hare Majesteit verkondigde. Die lieten zich ook opjutten en droegen oranje speldjes, die riepen zelfs nog “leve de koningin” voor het vuurpeloton. De regering in ballingschap, aan de overkant van de Noordzee en wij hier met de blote vuist tegen het Herrenvolk de kastanjes uit het vuur halen; die leefden daar totaal buiten de realiteit.
En opeens mocht er van die Londense kliek niet meer met de treinen worden gereden, wat resulteerde in een hongerwinter. Half Nederland crepeerde van de honger en vroor dood op straat. Er kwamen sowieso al geen kolentransporten meer uit de Limburgse mijnen door de bevrijding van het zuiden van Nederland, dus er was geen licht, geen gas, de fabrieken sloten de poorten, en de bevolking mocht thuis op ’n houtje gaan zitten bijten. Maar er was eten genoeg, maar geen vervoer. In Groningen lagen de aardappels te rotten, huizenhoge bergen goede aardappels, de hele aardappeloogst lag te rotten omdat de treinen niet meer mochten rijden op bevel van Hare Majesteit. De rogge lag te beschimmelen. De boeren kregen de aardappels niet meer naar de Amsterdamse gaarkeukens getransporteerd omdat de NS plat was gegaan. Ouden van dagen, vrouwen en kinderen, vooral de armen stierven door voedselgebrek, vroren dood in die strenge winter.
Door het bevel tot de spoorwegstaking door die Londense emigrantenkliek stierven duizenden onschuldige burgers de hongerdood. Van dat tuig is er nooit één ter verantwoording geroepen!

 

Zie ook mijn artikel: Amerikanen weigerden begin 1945 voedsel te droppen voor de hongerende Nederlandse bevolking.

En klik hier voor het verhaal van Bert van Vondel wiens zusje Sophia in de hongerwinter overleed.

Gerard

 

Een wereldvreemde historica.

In 2005 beweerde de Indonesische historica Imelda K. Salim tegenover de Jakarta Post dat de meeste Nederlanders en Indische Nederlanders tijdens de Japanse bezetting (1942-1945) naar Nederland zijn gegaan.
Dus circa 300.000 mannen, vrouwen en kinderen naar het door Nazi-Duitsland bezette Nederland? Blijkbaar heeft deze mevrouw nog nooit van de Jappenkampen, de Birma-spoorlijn, etc. gehoord.

JakPost

Gerard

Over het verbod van het noemen of gebruiken van de namen van de Oranjes.

In tegenstelling tot België en Denemarken, waar de vorsten wel op hun post waren gebleven, trad op 17 september 1941 in Nederland de verordening in werking dat het noemen of gebruiken van de namen van de op 13 mei 1940 gevluchte Oranjes voortaan verboden was.

01

Deze verordening werd op 3 januari 1942 gevolgd door een verbod van de betreffende namen voor straten, pleinen, parken, waterwegen, scholen, etc.

02

03

04

Overigens gold het in de eerste jaren van de Duitse bezetting als een ‘verzetsdaad’ om pasgeborenen te vernoemen naar de gevluchte Oranjes.

06

Sommige jongetjes kregen zelfs alle voornamen van prins Bernhard. En dat waren er nogal wat.

07

Maar na oktober 1942 konden de voornamen van de Oranjes niet meer bij de burgerlijke stand ingeschreven worden. Behalve dan als men een ouder of grootouder wilde vernoemen die één van dezelfde namen had.

08

09

Gerard

 

 

Over de foute politie.

Tijdens de Duitse bezetting was de Nederlandse politie de vijand uiterst behulpzaam bij de jacht op onderduikers en het ophalen van joden. Na de oorlog bleven de dienders,  ongestraft dienstdoen en  maakten nog promotie ook. Mits ze natuurlijk geen lid waren geweest van de NSB.

Clipboard01

Zo heb ik medio jaren ’90, toen ik voor een artikel een onderzoekje deed, een oud-Griffier van het Bijzonder Gerechtshof geïnterviewd die mij een paar interessante stukken heeft laten zien, waaronder een rapport over circa 300 Nederlandse politiemannen, onder wie maar 14 NSB’ers, die hulp verleenden aan de Duitsers bij de arrestatie van joden in Den Haag. De arrestanten werden naar de Paviljoensgracht 27 gebracht, vanwaar hun transport naar het doorgangskamp Westerbork werd geregeld. Door de Duitsers zijn in Den Haag in totaal circa 2.000 Haagse joden opgepakt; door de Nederlandse politie circa 15.000,  waaronder ruim 2100 kinderen. Slechts een klein aantal Haagse Joden overleefde de concentratiekampen. De Nederlandse politiemannen deden dit werk graag op vrije dagen en op de zondag, want dan kon men extra declareren. Na de bevrijding werden de politiemannen niets verweten, alleen de 14 die lid waren geweest van de NSB moesten terecht staan en kregen zware straffen.

Hier een voorbeeld over de naoorlogse rechtspraak.

Eind 1946 moest een NSB-politieman terechtstaan voor het ophalen van 2 joden. Normaliter zat de betreffende politieman altijd achter zijn bureau, maar door ziekte van een collega moest hij een keer invallen om de twee joden op te halen. Voor de rechter erkende hij dit ook. “Maar,” zo vroeg hij aan de president, “Edelachtbare, hoe zit dat nu? Ik ben inderdaad een keer ingevallen om twee joden op te halen, maar de anderen van ons bureau hebben er honderden opgehaald en zij doen momenteel nog steeds dienst.” “Dat zit zo,” antwoordde de president, “de anderen deden het met tegenzin, maar omdat u lid van de NSB was deed u het met plezier.”
De politieman kreeg 5 jaar gevangenisstraf, oneervol ontslag en ontzetting uit de kiesrechten voor het leven. Zijn jodenjagende collega’s die – omdat ze geen lid waren geweest van de NSB – als ‘goede vaderlanders’ werden beschouwd hebben tot aan hun pensioen bij de politie dienst gedaan.

(Klikken om te vergroten.)

Clipboard02

Gerard