Tagarchief: Verzet

Zwarte bevrijding voor veel onschuldige meisjes.

Na de bevrijding in mei 1945 zijn nogal wat onschuldige meisjes kaalgeschoren en zwaar mishandeld door buurtbewoners. In de meeste gevallen door toedoen van jonge mannen die het niet konden verkroppen dat hun geliefden de verkering hadden uitgemaakt en rondbazuinden dat het ‘moffenhoeren’ waren geweest.

01

02

Ook zijn er vlak na de bevrijding tientallen verzetsvrouwen, waaronder koeriersters, publiekelijk mishandeld en kaalgeschoren. Zij hadden tijdens de oorlog relaties aangeknoopt met Duitse officieren om inlichtingen los te krijgen die voor het verzet van groot belang waren (aanklikken voor vergroting).

03

Overigens is het een feit dat de ijver van de zogeheten ‘goede vaderlanders’ waarmee zij hun wraaklust en woede koelden op ‘moffenhoeren’ vaak te maken had met het overschreeuwen van hun eigen lafheid tijdens de bezetting en verdringing van schuldgevoel.

Gerard

De raadselachtige dood van de man die teveel wist over de Nederlandse ballingenregering.

In Laren werd op vrijdag 28 juni 1946 de auto van de auteur en oud-verzetsman Eduard Veterman (45) verpletterd door een legertruck. Zijn vrouw Katy Veterman-van Witsen, die zwanger was van haar tweede kind, werd uit de auto geslingerd en was op slag dood. Eduard overlijdt later die avond aan zware verwondingen in het Sint Jansziekenhuis te Laren.

01

02

Tijdens de oorlog leidde Veterman vanuit zijn woning aan de Keizersgracht 763 de verzetsgroep Luctor et Emergo, later omgedoopt tot Fiat Libertas. Veterman vervaardigde honderden persoonsbewijzen voor onderduikers, geallieerde piloten en de in ons land gedropte agenten. Circa 2000 persoonsbewijzen van hoge kwaliteit in anderhalf jaar. Ook stond Veterman in verbinding met de Nederlandse geheime dienst in Londen, maar ergerde zich mateloos aan hun amateurisme. En dat niet alleen. Ook ‘die whisky drinkende nietsnutten ‘, zoals hij de gevluchte regering noemde, kon geen goed bij hem doen.
Door verraad werd Veterman echter in 1943 door de Gestapo opgepakt en later overgebracht naar Duitsland, waar hij in 1945 in Lüttringhausen door de Amerikanen werd bevrijd.
Terug in Nederland kreeg Veterman op 13 juli 1945 van prins Bernhard de opdracht om de geschiedenis van de Binnenlandse Strijdkrachten te gaan schrijven, maar nadat was gebleken dat Veterman ook nog wat andere ‘zaken’ naar voren zou gaan brengen werd de opdracht op 25 augustus 1945 weer ongedaan gemaakt.
Maar Veterman liet het er niet bij zitten en begon op eigen initiatief direct  een zeer kritisch boek te schrijven, getiteld ‘Balans der Misère’, over de Nederlandse ballingenregering in Londen, de inlichtingendienst aldaar, het Englandspiel en de collaboratie en corruptie van hooggeplaatsten die tot aan D-Day collaboreerden met de Duitse bezetter om daarna plotseling, bij kerend getij, ‘het verzet’ in te gaan.
Toeval of niet, maar een paar dagen nadat kolonel Jan Somer van de inlichtingendienst nog tevergeefs had getracht hem de mond te snoeren was Veterman dood. Zijn manuscript bleek na de begrafenis verdwenen te zijn…………..

03

04

05

06

07

Opmerking:

Toen na Vetermans dood het vermoeden van een liquidatie al sterker werd, is van hogerhand het verhaal de wereld ingebracht dat er door ex-NSB’ers, die in Vetermans garage in Utrecht zouden hebben gewerkt, geknoeid was met de remkabel van zijn auto . Maar later onderzoek heeft uitgewezen dat er destijds in de betreffende garage geen ex-NSB’ers hebben gewerkt. Die zaten in 1946 nog geïnterneerd in kampen voor politieke delinquenten.

Gerard

 

De verboden Hannie Schaft-herdenking. Regering-Drees zette het leger in tegen ex-verzetsstrijders.

Hannie

Ieder jaar in november vindt er de Hannie Schaft-herdenking plaats, maar in 1951 was het door de regering-Drees nog streng verboden om deze communistische verzetsstrijdster te herdenken.

01

Desondanks kwamen er op 25 november 1951 ruim 5000 mensen naar de herdenking, waarvan het  overgroot merendeel uit voormalige verzetsstrijders bestond. Toen de stoet op weg was naar Hannie’s graf op de erebegraafplaats in Bloemendaal werden ze echter tegengehouden door pantserwagens en met stenguns gewapende marechaussees.

02

03

04

Een van de bedreigde deelneemsters aan de herdenking in 1951 was de voormalige verzetsvrouw Truus Menger:

“Ik was heel erg opgewonden die dag. Overal om ons heen liepen agenten, maar toen ik achterom keek zag ik dat de rij steeds dikker werd. Op de Zeeweg in Bloemendaal werden we opgewacht door een macht aan politie, gewapende marechaussee en soldaten met stenguns. Maar het ergste vond ik dat er vier pantserwagens stonden. Als je ziet hoe die geschutskoepel langzaam naar je toedraait, en er een machinepistool op je wordt gericht, dan voel je toch wel een hele nare dreigende, stemming, hoor. De tranen liepen mij over de wangen en ik ben naar een van die pantserwagens gehold waar een blonde jongen met een heel bleek smoeltje op zat. Ik schreeuwde hem toe: ‘Had je echt op mij willen schieten? Ik had mijn leven voor je willen geven! Voor jullie, voor de jeugd! Hannie heeft haar leven voor jullie gegeven. Die jongen draaide zijn hoofd om van schaamte. Het was het gezicht van een jongen die niet wilde schieten, maar als hij opdracht had gekregen wel had geschoten. Ik heb in de oorlog vreselijke dingen gezien maar dit heeft mij persoonlijk het meest geraakt. Het gevoel dat je niemand meer bent. Er werd getwijfeld aan onze integriteit, het enige wapen in onze strijd tegen het nazisme. Ik was erg in de war die dag en de dagen daarna. Ik bleef maar huilen.”

05

Enkele dienstplichtige soldaten, die ook in de stoet meeliepen, werden ter plekke door de Militaire Politie gearresteerd en gevangen gezet.

06

Bloemen en kransen die ’s middags op de Haarlemse Grote Markt waren gelegd, werden later die dag door de politie afgevoerd naar de vuilnisbelt.

07

Een paar dagen later stuurde het Verenigd Verzet 1940-1945 een fel telegram naar de regering-Drees, waarin zij protesteerde “tegen de schandelijke gebeurtenissen voor en tijdens de herdenking en tegen het vertrappen en op de mesthoop gooien van de bloemen bestemd voor één der beste strijdsters voor Vrijheid en onafhankelijkheid van ons land”.

08

Het telegram werd echter voor kennisneming aangenomen.

09

Zeven voormalige verzetsstrijders stonden in januari 1952 terecht wegens het overtreden van Artikel 461. Ze waren namelijk op 25 november 1951 – de avond van de herdenking – door de politie gearresteerd toen ze over het hek van de begraafplaats waren geklommen en alsnog bloemen op Hannie’s graf hadden gelegd.

10

Gerard

Over de verdwijning van ‘V-frau’ Miep Oranje.

De op 6 mei 1923 te Bloemendaal geboren Maria (“Miep”) Oranje  woonde met haar vader, die kapitein was bij de Stoomvaart-Maatschappij Nederland, haar stiefmoeder (Miep’s eigen moeder was in november 1930 op 37-jarige leeftijd overleden) en haar oudere zuster Henrina Cornelia (“Henny”) sinds april 1935 in een hoekwoning op de Braamweg 110 in Soest.

Miep1

Na in 1940 haar MULO-diploma behaald te hebben, ging Miep naar de HBS-A op het Baarnsch Lyceum om na haar eindexamen in 1942 geografie te gaan studeren in Utrecht .

Miep2

Miep, die zeer anti-Duits was, zat al vrij spoedig na de Nederlandse capitulatie in 1940 in het verzet. Onder de schuilnamen ‘Edith’ en ‘Netty’ was ze als koerierster eerst actief bij de Landelijke Raad van Verzet en de kleine verzetsgroep ‘Rolls Royce’. Daarna deed ze verzetswerk voor de Landelijke Ondergrondse. Ze was dus goed op de hoogte van veel illegale activiteiten in Nederland. In december 1943 werd Miep echter gearresteerd en overgebracht naar het Amsterdamse bureau van de Sicherheitsdienst (SD) aan de Euterpestraat. Daar stelde de SD’er Herbert Oelschlägel haar voor de keus: naar het concentratiekamp of werken voor de SD. Miep koos voor het laatste en leverde als ‘V-Frau’ heel wat verzetsstrijders aan de Duitsers uit. Zo zijn er circa 200 landgenoten slachtoffer geworden van deze Soester verraadster van wie er velen zijn gefusilleerd of omgekomen in een concentratiekamp. Ook de verzetsgroep ‘KP-Soest’ onder leiding van Wim Lengton, werd begin 1944 door haar verraad opgerold. Lengton wist nog te ontsnappen en onder te duiken in Amersfoort, maar werd in de nacht van 12 op 13 februari 1944 alsnog door de Duitse Sicherheitsdienst van zijn bed gelicht en op 14 april 1944 op de Waalsdorpervlakte gefusilleerd.
Blijkens een latere oproep in de krant schijnt Miep in juli 1944 spoorloos verdwenen te zijn, maar uit mijn onderzoek is gebleken dat zij pas op 7 september 1944 (dus toen de geallieerden aan de Nederlandse grens stonden) ter waarborging van haar veiligheid door de SD-Amsterdam naar Duitsland is gezonden, waar ze tot januari 1945 in dienst was bij het Deutsche Rote Kreuz. Sindsdien is er van Miep Oranje niets meer vernomen.

Miep3

Na de oorlog deden er allerlei wilde verhalen de ronde. Zo zou Miep na haar gevangenneming in mei 1945 ondervraagd zijn door de Britse inlichtingenofficier majoor Windham Wright met wie ze een verhouding kreeg en met hem naar Kenia en Tanzania zijn vertrokken. Dat is niet juist. Uit mijn onderzoek is gebleken dat Windham Wright – die na de oorlog in 1945 met zijn gezin aan de Bloemkampweg in Wassenaar woonde – in 1946 weer naar Engeland is teruggekeerd. Volgens een ander verhaal zou Miep na de oorlog vanwege haar talenkennis in Duitsland gerekruteerd zijn door de CIA. Zij zou daar in het huwelijk zijn getreden met een Amerikaanse officier en later met hem naar de VS zijn vertrokken, maar na grondig archiefonderzoek door een Amerikaanse journalist (mailvriend) kan dat verhaal ook naar het rijk der fabelen worden verwezen.

Naar aanleiding van mijn eerdere artikel over Miep Oranje kreeg ik op 25 juni 2014 van een voormalige opsporingsambtenaar belangrijke informatie toegestuurd. Hij wist mij te melden dat Miep Oranje vlak voor het einde van de oorlog vanuit Duitsland weer naar Nederland was teruggekeerd. In april 1945 is zij in het Gelderse Scherpenzeel bij de boerderij van de familie van Ommering in handen gekomen van verzetslieden die haar hadden herkend. Nog uit de tijd dat Miep bij de Landelijke Ondergrondse zat. Vanwege haar verraad werd na onderling overleg besloten haar uit de weg te ruimen. Volgens de opsporingsambtenaar zou zij “ergens in de buurt van die boerderij gedumpt zijn”. Haar lichaam is echter nooit gevonden.

Gerard

Nederlandse ballingenregering was betrokken bij het uitschakelen van communistische verzetsstrijders.

De Nederlandse regering in ballingschap (ook wel ‘het Londense emigrantencomité’ genoemd) blijkt aan het einde van de Tweede Wereldoorlog betrokken te zijn geweest bij het uitschakelen van de goed georganiseerde communistische verzetsstrijders omdat men na de bevrijding bevreesd was voor een ‘coup van het Rode gevaar’.
Oud-verzetsman Jan Brasser: “Bij toeval kreeg ik de richtlijnen voor de OD-top onder ogen. Hier stond het zwart op wit: Als de Duitsers verslagen zijn is het onze taak om een ieder die niet sympathiseert met het Huis van Oranje en toch bepaalde machtsposities wil bekleden, desnoods met wapengeweld te weren”.
Aldus zijn er heel wat van deze verzetsstrijders verraden aan de Duitse Sicherheitsdienst (SD) waardoor velen, waaronder Hannie Schaft, vlak voor het einde van de oorlog zijn gefusilleerd. Hier de feiten:

In september 1944 besloot de Nederlandse regering in Londen de verschillende takken van het verzet te bundelen. Deze bundeling, de Binnenlandse Strijdkrachten (de BS), stond onder commando van prins Bernhard. Het nog niet bevrijde gedeelte van Nederland werd ingedeeld in gewesten. Noord-Holland ten zuiden van het Noordzeekanaal was Gewest 12. Dit gewest was een belangrijk industrieel gebied met het grootste Nederlandse staalbedrijf (Hoogovens), veel andere industrie, de sluizen van IJmuiden en de visserij, maar tevens met een uitstekende, goed georganiseerde en bewapende communistische verzetsbeweging. En juist hier werd mr. Nico Sikkel (de zwager van de minister-president in ballingschap Gerbrandy) – in een dubbelrol van verzetsman en collaborateur – benoemd tot Gewestelijk commandant van Gewest 12.

01

Als Hoofdkwartier nam Sikkel de Oudkatholieke kerk aan de Haarlemse Kokstraat en zorgde persoonlijk voor een zendinstallatie. Marconist Dick de Lee werd belast met het contact met Londen van wie Sikkel zijn instructies kreeg. Eén van die instructies was een besluit van het Kabinet-Gerbrandy dat “alle middelen gebruikt mochten worden om het communistische verzet te breken”.

02

03

Als zijn adjudanten nam Sikkel de Velser rechercheurs Kuntkes en Haak aan die bijna de gehele oorlog gemene zaak met de Duitsers hadden gemaakt, waaronder het opsporen van onderduikers en joden, maar zich nu – in de nadagen van de Duitse bezetting – bij het verzet hadden aangesloten. Terwijl Sikkel zoveel mogelijk in de schaduw bleef, speelden Kuntkes en Haak een grote rol bij het actief uitleveren van communistische verzetsstrijders aan de Duitse SD, waarvan de meesten de oorlog niet hebben overleefd.

04

Op verzoek van een aantal voormalige verzetsstrijders heeft de officier van Justitie mr. Grasso in 1951 de zaak op zich genomen en werden Kuntkes en Haak na een gerechtelijk vooronderzoek geschorst. Tevens werd besloten deze twee politiemensen te vervolgen. Ook voor het verraad van Hannie Schaft! In de tenlastelegging staat namelijk: “Er is ook actief verraad in het spel geweest doordat Kuntkes haar naam zou hebben doorgespeeld aan de SD, met als doel deze intelligente en uiterst actieve communiste uit te schakelen”.

05

Om ‘procedurele redenen’ is het echter nooit tot een veroordeling gekomen. Op 17 januari 1955 meldde de commissaris van politie van het Hoofdbureau IJmuiden W.Sepp in een persbericht “dat aangezien de militaire auditie geen gronden had gevonden tot het treffen van enige maatregel tegen betrokkenen de beide politie-ambtenaren met ingang van heden weer in dienst zijn getreden”………… 

06

Zie ook mijn artikel: Over de Nederlandse ballingenregering, Drees en het verraad.

Gerard