Tagarchief: Wim Klinkenberg

Over de verdwenen Oranje-documenten en de BVD.

Op woensdag 12 maart 1980 werden uit het huis van onderzoeksjournalist Wim Klinkenberg alle documenten gestolen die nogal compromitterend waren voor de toenmalige koningin Emma,  koningin Wilhelmina en prins Hendrik. De inbreker werd op heterdaad betrapt door de werkster (Klinkenberg zelf was op reis naar Vietnam en zou in de loop van de dag terugkeren). Op het moment dat zij rond 9 uur binnenkwam was de inbreker bezig dozen vol documenten door te snuffelen. De man bedreigde de vrouw, die daarna onmiddellijk naar de benedenbuurvrouw op de eerste etage ging om de politie te bellen, maar de inbreker had intussen wat hij hebben wilde en verdween met twee tassen gevuld met documenten. Toen Klinkenberg later thuis kwam kon de werkster hem een goed signalement van de inbreker geven, waaruit hij opmaakte dat het om een hem bekende medewerker van de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) ging. De man moet uren in Klinkenbergs huis gebivakkeerd hebben en zeer selectief de documenten hebben zitten doorlezen.
De documenten – meer dan 800 stuks – waren afkomstig uit de nalatenschap van baron Wittert van Hoogland (1875-1959), die in de jaren ’20 lid was van de Eerste Kamer. Hij was ook zeer goed bevriend met prins Hendrik van wie hij heel wat informatie had gekregen. Klinkenberg had kort voordat hij op reis ging het historisch hoogst belangwekkende materiaal ontvangen uit handen van een vriend van de eveneens overleden echtgenote van de baron. Deze was op Klinkenberg attent gemaakt door diens kort daarvoor verschenen biografie over prins Bernhard. Over de overdracht van de documenten waren verschillende telefoongesprekken gevoerd. Klinkenberg had genoeg redenen om aan te nemen dat de BVD zijn telefoon had afgeluisterd en aldus op de hoogte moet zijn gekomen dat hij in het bezit was van de zeer gevoelige documenten. Aangezien er geen braaksporen waren moet de inbreker de beschikking hebben gehad over een valse sleutel en moet hij precies hebben geweten wat hij zocht, aangezien hij minder belangrijke stukken uit de nalatenschap van de baron in het huis van de journalist had achtergelaten.
Ondanks dat Klinkenberg – op grond van de door zijn werkster gegeven signalement – zeker wist dat de inbreker een hem bekende BVD’er moet zijn geweest, was de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken, en hoofd van de BVD, Hans Wiegel niet bereid de zaak te laten onderzoeken (zie het Tweede Kamerverslag). In ieder geval is de dader nooit gepakt en zijn de documenten tot op de dag van vandaag nog steeds spoorloos. Volgens Klinkenberg is met de diefstal zeer belangrijk bewijsmateriaal voor de Nederlandse geschiedschrijving verloren gegaan.

Opmerking: Aangezien Klinkenberg de 800 documenten vlak voor zijn reis had ontvangen, had hij nog geen tijd gehad om alles te kopiëren.

Gerard

KlinkBVD1

KlinkBVD2

Advertenties

Het verhaal over prins Claus dat niemand mocht lezen.

Na grondig onderzoek in de Duitse archieven over de jonge jaren van Claus von Amsberg publiceerde de journalist Wim Klinkenberg begin december 1965 zijn bevindingen (3 pagina’s) in de Panorama dat op 11 december 1965 zou verschijnen, maar kort nadat het blad op 3 december 1965 van de persen was gerold moest het alweer uit de roulatie worden genomen. Dit gebeurde op last van oud-premier Jan de Quay, na een telefoontje van de toenmalige minister-president Cals (De Quay was in 1965 namelijk president-commissaris was van De Spaarnestad waar de Panorama werd uitgegeven). Het onderzoek van Klinkenberg over het Nazi-verleden van Claus week namelijk nogal af van hetgeen de historicus Loe de Jong in opdracht van de Nederlandse regering had verricht. Cals zou van de inhoud van Klinkenbergs artikel op de hoogte zijn gekomen via een ambtenaar op een van de ministeries. De uitgeverij De Spaarnestad had namelijk de gewoonte adverteerders (zoals het bewuste ministerie) een exemplaar van Panorama te sturen, voordat dit weekblad de kiosken bereikte. Zo kreeg ook de ambtenaar het artikel onder ogen. Hij raakte bij lezing dusdanig geschokt wat hij over Claus en diens familie vernam dat hij het nodig achtte het blad aan zijn superieuren door te geven. Zo bereikte het ook minister-president Cals.
De 420.000 exemplaren werden daarna als oud papier verkocht aan een strokartonfabriek in het Groningse Oude Pekela, maar een aantal werknemers van de fabriek zag er wel brood in en verkocht het verboden blad voor een gulden. Weer anderen gaven een exemplaar weg aan vrienden. Op een gegeven moment dook het verboden blad ook op in andere steden, zoals Groningen, Leeuwarden, Amsterdam, etc. Ook werd de prijs steeds hoger. Eind december 1965 werd er al 50 tot 60 gulden voor het verboden blad betaald. Indertijd een behoorlijk bedrag, waar ondergetekende bijna een week voor moest werken……..

Opmerking: Op internet wordt geregeld een Panorama van 11 december 1965 aangeboden. Meestal voor meer dan 50 euro, maar kijk uit. Het weekblad is namelijk na het verbod opnieuw gedrukt en verschenen, maar met een geheel ander artikel op de plaats waar aanvankelijk het verhaal over Claus had gestaan.

Gerard

01

02

03

04