Van collaborateur tot minister-president.

Terwijl de puinhopen van het door de Duitsers gebombardeerde Rotterdam nog nasmeulden werd Jan de Quay benoemd tot tijdelijk regeringscommissaris voor de organisatie van de Arbeid op het Departement van Sociale Zaken. Hiermee was hij een van de naaste medewerkers van Seyss-Inquart, de Rijkscommissaris voor de bezette Nederlandse gebieden.

01

Al een maand na zijn benoeming riep De Quay werkloze mannen op om in Duitsland te gaan werken. In een vraaggesprek voor de radio op 25 juni 1940 noemde hij het werken in Duitsland “een Nederlands belang”.

02

Nadat was gebleken dat er weinig animo bestond om in de Duitse oorlogsindustrie te gaan werken, gaf De Quay in augustus 1940 het waarnemend hoofd van zijn Departement opdracht om alle gemeentebesturen onder de aandacht te brengen dat werklozen geen uitkering meer kregen als ze weigerden naar Duitsland te gaan.

03

Naast zijn functie op het Departement voor Sociale Zaken (waar De Quay nog tot eind september 1940 zou blijven) vormde hij, samen met Einthoven en Linthorst Homan, en in overleg met Rijkscommissaris Seyss-Inquart, op 24 juli 1940 de Nederlandse Unie.
In het weekblad De Unie maakte De Quay daarna propaganda voor het Nationaal-Socialisme en voor de Winterhulp van de NSB. Voorts werd de Nederlandse bevolking opgeroepen loyaal te zijn met de Duitse bezetter.

Hieronder een schrijven d.d. 12 december 1940 en ondertekend door De Quay, Einthoven en Linthorst Homan (het ‘Driemanschap’) aan de leiders van de Gewestelijke, Stedelijke en plaatselijke secretariaten van de Nederlandse Unie over de gedragslijn van de Unie, waarin een “loyale houding tegenover de bezettende Duitse overheid” voorop werd gesteld en dat niet gedoogd zou worden dat Unie-leden zich aansloten bij “zogenaamde geheime organisaties” (het verzet). Voor Unie-leden die zich hier niets van aantrokken was geen plaats. De leiding van de Unie schroomde daarom ook niet om deze lieden met “alle haar ten dienste staande middelen uit haar rijen te verwijderen”.

04

Op 18 januari 1941 werden de leden van de Nederlandse Unie in het Unie-blad nogmaals ernstig gewaarschuwd om geen lid te worden van verzetsgroepen “waarmede het volksbelang niet is gebaat”.

04b

De Quay keerde zich van het begin af fel tegen de parlementaire democratie. In het nieuwe Europa onder Duitse leiding zou Nederland als een herboren natie een plaats moeten vinden. Dat liet  hij dan ook op 16 november 1940 duidelijk blijken in zijn weekblad.

05

Duitslands eindoverwinning stond voor De Quay vast. Na Hitlers inval in Rusland op 22 juni 1941 schreef De Quay een paar weken later in zijn Unie-blad: “Het Duitse Rijk volgt in het Oosten zijn aloude vastelandsbestemming en wij twijfelen niet, dat het ginds een grote taak te verrichten zal hebben”.

06

Na een ideologisch conflict met Seyss-Inquart werd de Nederlandse Unie in december 1941 verboden en De Quay van juli 1942 tot juni 1943 gevangen gezet in een internaat in Sint-Michielsgestel, waar ook andere ‘dwarsliggende’ prominenten zaten. Hier werden de dagen gevuld met cursussen, lezingen en discussiegroepjes over de meest uiteenlopende onderwerpen. In Sint-Michielsgestel maakte De Quay deel uit van de ‘Heren 17’ die over de politieke toekomst van Nederland spraken. Volgens de ex-gevangene Leonard de Waal was het daar “een soort gedwongen Rotary”.

Na de bevrijding van het zuiden van Nederland werd De Quay in oktober 1944 alweer voorzitter van het College van Algemene Commissarissen voor Landbouw, Nijverheid en Handel en van 5 april tot 23 juni 1945 minister van Oorlog in het Kabinet-Gerbrandy (minister- president Drees wilde De Quay daarna echter niet in zijn kabinet hebben vanwege diens oorlogsverleden).

In ieder geval vormde De Quay’s verregaande collaboratie voor koningin Wilhelmina geen beletsel om hem op 1 november 1946 te benoemen tot Commissaris van de Koningin in de provincie Noord-Brabant, dat hij tot 1959 zou blijven.

07

08

Van 19 mei 1959 tot 24 juli 1963 was De Quay minister-president en minister van Algemene Zaken in het kabinet dat zijn naam droeg.

09

10

11

Jan Wolkers zou later in zijn boek ‘Zwarte Bevrijding’ schrijven: “Wie tijdens de bezetting voorspeld had dat een lid van het driemanschap, dat de Nederlandse Unie had opgericht, na de oorlog doodleuk minister-president zou worden, zou, en terecht, door het gezamenlijke verzet gefusilleerd zijn wegens ondermijnend defaitisme”.

Gerard

Advertisements