Categorie archief: Collaboratie

Van ‘Oostlandveroveraar’ tot minister van Defensie en lid van de Eerste Kamer.

Het was op vrijdag 21 november in het oorlogsjaar 1941 dat ir. Cornelis (Kees) Staf – de president-directeur van de Nederlandsche Heidemaatschappij en directeur van Culano (Commissie Uitzending Landbouwers naar Oost-Europa) – de kameraden Oostlandboeren uitgeleide deed in hotel Terstege te Oldenzaal. Het ging er feestelijk aan toe. Een stafmuziekcorps van de Duitse Wehrmacht speelde vrolijke marsmuziek en om het kwartier schalde het schone lied “Naar het Oosten moeten we rijden” door de zaal.
Het hoogtepunt van de bijeenkomst was de rede van Staf. “Zorg ervoor“, zo riep hij pathetisch uit, “dat door de geest waarvan gij blijk geeft, ginds steeds groter gebieden aan de Nederlanders worden gegeven.”
Landesbauernführer Graf Grothe, NSB-boerenleider Roskam en andere aanwezige Nazi-kopstukken knikten goedkeurend. Met ‘ginds’ bedoelde Staf de door het Duitse leger op ‘de Bolsjewisten’ veroverde gebieden, waar al het landbouwgrond was ‘beschlagnahmt’.

Staf01

Staf02

De volgende dag vertrok de eerste groep van ruim honderd boeren naar het Oostland.

Staf03

Staf04

Staf05

Staf06

Maar een paar jaar later vonden velen van hen de dood tijdens de Russische opmars. En degenen die in 1945 wel in Nederland terugkwamen, werden direct geïnterneerd in een van de vele NSB-kampen.
Maar dat gold niet voor Kees Staf. Hij mocht dan wel de hele oorlog gecollaboreerd hebben met de vijand, lid van de NSB was hij nooit geweest. En dat feit werd dusdanig gewaardeerd dat hij vlak na de bevrijding alweer benoemd werd tot directeur-generaal van het ministerie van Landbouw.

Staf07

En van 15 maart 1951 tot 22 december 1958 was Staf zelfs minister van Oorlog en Marine (later Defensie) in de kabinetten Drees en Beel.

Staf08

Overigens werd in die jaren door de voormalige verzetskrant De Waarheid nog wel regelmatig op het duistere oorlogsverleden van Staf gewezen.

Staf09

Staf10

Tot slot kan nog gemeld worden dat in 1959 – het jaar dat een andere collaborateur minister-president werd (zie hier) – Kees Staf beëdigd werd als lid van de Eerste Kamer en dat koningin Juliana hem op 9 juni van dat jaar ook nog eens benoemde tot Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

Staf11

Staf12

Gerard

 

 

Advertenties

De nationaal-socialistische jeugdzonde van Joop den Uyl.

Voormalig PVDA-premier Joop den Uyl stond in de jaren ’30 sympathiek tegenover Hitler en het Duitse nationaal-socialisme. Als middelbare scholier schreef hij in 1935 dat Hitler voor hem een inspiratiebron was omdat zich ‘rond de Führer een herboren, zelfbewust volk had geschaard dat zich niet alleen door materiële waarden liet leiden’.
Net als Anton Mussert van de NSB was ook Den Uyl indertijd voorstander van de vorming van een Dietsland, de vereniging van Nederland en Vlaanderen met een autoritair regime, zonder het parlementaire stelsel, ‘waar duizenden onbevoegden hun stem even sterk laten gelden als de ter zake kundigen’. Vandaar dat Den Uyl ook zeer geïnteresseerd was in het Verdinaso (het Verbond van Dietsche Nationaal Solidaristen), zonder er overigens lid van te worden. Net zomin als hij ooit lid is geworden van de NSB, al vond hij het verkeerd dat de regering-Colijn ambtenaren had verboden lid te zijn van deze nationaal-socialistische beweging.
Vanaf oktober 1938 schreef de inmiddels economie studerende Den Uyl pro-Duitse stukjes in het studentenblad Libertas ex Veritate, dat nog tot felle reacties heeft geleid. Volgens hem lieten Frankrijk en Engeland zich leiden door economische belangen, terwijl Duitsland gegronde bezwaren had tegen de vernedering na de Eerste Wereldoorlog. En nadat de Duitse dominee Martin Niemöller, die zich tegen Hitler had gekeerd, naar het concentratiekamp  Sachsenhausen was gestuurd, vond Den Uyl dat diens verzet tegen Hitler nu ook weer niet geïdealiseerd moest worden.
In juni 1939 ging Den Uyl voor twee maanden naar de Duitse havenstad Kiel voor een zomercursus economie aan het ‘Institut für Handel und Weltwirtschaft’. Volgens onderzoekster Anet Bleich wandelde hij in zijn vrije tijd vrolijk door de straten van Kiel, terwijl Praag al door Duitse troepen was bezet, de Kristallnacht – de door de Nazi-overheid geïnitieerde pogrom tegen de Duitse joden – had plaatsgevonden, de Neurenbergse rassenwetten van kracht waren en ieder officieel stuk van het ‘Institut für Handel und Weltwirtschaft’, dus ook Den Uyls collegekaart, van een stempel met hakenkruis was voorzien. Maar Den Uyl stond open voor de ‘positieve kanten’ van het nieuwe Duitsland onder Hitler en wilde het ‘genuanceerd beoordelen’. In Duitsland werd hij ook enthousiast over de Hitler-Jugend, bij wie hij een ‘verlangen naar pure humaniteit’ bespeurde.
Eind augustus 1939 keerde Den Uyl, ‘na een interessante en gelukkige tijd’, naar huis terug. Met het hakenkruis in zijn Duitse getuigschrift gestempeld.
Pas na de Duitse inval in Nederland op 10 mei 1940 nam hij afstand van het nationaal-socialisme, maar dat nam niet weg dat hij in 1942 assistent-accountant werd bij het Rijksbureau Prijsvorming Chemische Producten van het departement van Economische Zaken dat onder leiding stond van secretaris-generaal Hans Hirschfeld, de naaste medewerker van Reichskommissar Seyss-Inquart. Den Uyl heeft zich toen ook nog loyaal verklaard aan de Duitse bezetter door de ‘loyaliteitsverklaring voor ambtenaren’ te tekenen.

Uyl1

Pas toen de geallieerden na D-Day in 1944 aan de winnende hand waren ging Den Uyl ‘in het verzet’ als medewerker van het illegale blad De Nieuwe Vrijheid, maar bleef wel tot het einde van de Duitse bezetting onder Hirschfeld werken. Voor meer informatie over Hirschfeld, zie mijn artikel: Van Nazi-handlanger tot lid van de Navo-commissie.

Uyl2

Uyl3

Gerard

 

Bij verstek ter dood veroordeelde Nederlandse oorlogsmisdadiger kreeg iedere maand zijn AOW thuisgestuurd.

Wilhelm A. Bos uit Vlagtwedde was tijdens de Duitse bezetting als wachtmeester van de Arbeits Kontrole Dienst in Emmen belast met de opsporing van mannen die zich onttrokken hadden aan de Arbeitsinsatz. Door diens toedoen werden honderden mannen gearresteerd. Velen belandden in Duitse concentratiekampen, waaruit zij nimmer terugkeerden.
Na de bevrijding werd Bos medio mei 1945 gearresteerd en opgesloten in een NSB-kamp in Boertange, maar wist kort daarna te ontsnappen naar Duitsland. Op 8 maart 1949 werd hij alsnog bij verstek ter dood veroordeeld.
Mr Schrager, de advocaat-fiscaal bij het bijzonder gerechtshof in Assen, noemde Bos destijds één van de grootste Nederlandse misdadigers wiens dossier druipt van het bloed.

01

In juli 1978 ontdekten twee journalisten van de Winschoter Courant de verblijfplaats van de inmiddels 74-jarige Wilhelm Bos. Hij bleek te wonen in Hattingen, een stadje in Duitse Ruhrgebied. Maar ze ontdekten ook dat Bos al 9 jaar lang vanuit Nederland zijn AOW per postwissel toegestuurd kreeg. Dit ondanks dat hij nog steeds in het opsporingsregister van Justitie als voortvluchtige, ter dood veroordeelde, oorlogsmisdadiger te boek stond.

02

Ter voorbereiding van uitlevering aan Nederland heeft de Assense officier van Justitie mr. Van Oldebeek daarna Duitsland nog om de aanhouding van Wilhelm Bos gevraagd, maar daaraan werd door het ministerie van Justitie in Bonn geen gevolg gegeven. De reden van het Duitse besluit was dat Bos in Nederland was veroordeeld en in Duitsland geen strafbare feiten had gepleegd. Volgens Bonn was deze dubbele strafbaarheid een eerste voorwaarde in het internationale uitleveringsrecht.

03

Naar aanleiding van vragen van het toenmalige Tweede Kamerlid Ineke Haas-Berger, antwoordde de minister van Justitie De Ruiter dat Bos ook zijn recht op AOW behield. Volgens de door de sociale wetgeving gestelde eisen had iedere Nederlander, ongeacht zijn strafblad, op zijn 65ste jaar recht op AOW. Mits er natuurlijk premie was betaald. En dat had Wilhelm Bos sinds de invoering van de AOW op 1 januari 1957 iedere maand gedaan. En hij bleek ook nog zijn Nederlandse staatsburgerschap te hebben behouden.

04

Saillant detail is dat uit het antwoord van minister de Ruiter tevens is gebleken dat diens voorganger Van Agt al twee jaar eerder, dus in 1976, op de hoogte was over de verblijfplaats van Wilhelm Bos in Duitsland en het feit dat hij daar een AOW-uitkering kreeg.

0506

Gerard

Schuldige en onschuldige ‘moffenmeiden’.

Moffenmeiden of moffenhoeren werden ze genoemd. De vrouwen en meisjes die tijdens de bezetting een relatie hadden aangeknoopt met een Duitse soldaat. Na de bevrijding zijn duizenden van hen onder het toeziend oog van een joelende menigte in het openbaar mishandeld, kaalgeschoren en besmeurd met pek.

00a

Filmpje:

00b

JulDuitser

Maar ook menig vrouw of meisje die nog nooit met een Duitser was omgegaan is in de meidagen van 1945 vernederd. Vaak waren het jaloerse ex-partners of rancuneuze buren die hadden rondgebazuind dat de betreffende vrouw of meisje ‘een moffenhoer’ was. Nadat achteraf was gebleken dat ze geheel onschuldig waren, kregen ze een pruik voor hun kaalgeknipte hoofdjes. Soms gevolgd door een rehabilitatie in de plaatselijke krant. Maar voor een enkeling kwam het te laat omdat zij kort na de zware vernedering een einde aan haar leven had gemaakt.

01

marietje

Ook zijn er vlak na de bevrijding tientallen verzetsvrouwen, die tijdens de oorlog relaties hadden aangeknoopt met Duitse officieren om inlichtingen los te krijgen die voor het verzet van groot belang waren, publiekelijk mishandeld en kaalgeschoren.

(Klikken voor vergroting)

03

Aangezien het gedrag van de gemiddelde Nederlander tijdens de bezetting vrij slap en meegaand is geweest, wordt de volkswoede die indertijd op de ‘moffenmeiden’ werd gekoeld ook wel gezien als een stuk overschreeuwen van het eigen falen en verdringing van het eigen schuldgevoel.

04

Clipboard03

05

Gerard

Van Nazi-handlanger tot Nederlands lid van de Navo-commissie.

Samen met Karel Frederiks en Jaap Schrieke was Hans Hirschfeld tijdens de bezetting één van de drie Nederlandse secretarissen-generaal van de door Hitler aangestelde Seyss-Inquart, de Reichskommissar für die besetzten niederländischen Gebiete. Dat de volgzame Hirschfeld een joodse vader had, was voor de notoire antisemiet Seyss-Inquart blijkbaar geen probleem.
Op 28 oktober 1941 was Hirschfeld medeondertekenaar van de onderstaande proclamatie met een ernstige waarschuwing richting het Nederlandse verzet. Dreigend lieten hij en de andere twee secretarissen-generaal, Frederiks en Schrieke, weten dat aanslagen op goederen van de Duitse Wehrmacht, de voedselvoorziening en het verborgen houden van neergeschoten geallieerde vliegers streng zouden worden bestraft. Onder de aanlagen op de voedselvoorziening werd overigens ook bedoeld de overvallen door het verzet op distributiekantoren om voedselbonnen te verkrijgen voor de vele onderduikers. Wat het verborgen houden van neergeschoten vliegers betreft, liet men waarschuwend weten dat dit reeds de terechtstelling van de schuldigen tot gevolg heeft gehad.
En onderaan de proclamatie werd door de directeur-generaal van politie aan iedere Nederlander een beloning van 1000 gulden uitgeloofd voor het geven van inlichtingen welke zouden kunnen leiden tot de arrestatie van ‘schadelijke elementen’ (de verzetsstrijders).

(Klikken om te vergroten.)

01

De proclamatie leidde uiteraard tot felle reacties in de illegale pers. Zo noemde de verzetskrant ‘Slaet op den trommele’ in november 1941 de secretarissen-generaal Hirschfeld, Frederiks en Schrieke eerloze landverraders die hun best deden zo veel mogelijke de Duitsers ter wille te zijn, ‘ondanks de wetsverkrachtingen, ondanks de afgrijselijke jodenmoordpartij, ondanks de gevangenneming en internering van vele onschuldigen’, etc.

02

Ondank dat Hirschfeld als gewillig werktuig van de Duitse bezetter ervoor gezorgd had dat het Nazi-regime Nederland kon inschakelen voor de oorlogseconomie, en leeg kon zuigen, werd deze lakei van Seyss-Inquart na de oorlog niet gestraft omdat hij geen lid van de NSB was geweest…….Op 14 december 1949 werd hij zelfs door de regering-Drees benoemd tot Hoge Commissaris in Indonesië.

03

Zoals te verwachten was, leidde dit tot felle protesten in de voormalige verzetskranten. Zo werd Hirschfeld na zijn benoeming in twee cartoons in De Waarheid afgebeeld als hakenkruis en dollarteken.

04

Maar van al die protesten trok minister-president Drees (PVDA) zich niets aan, want op 1 oktober 1951 werd Hirschfeld benoemd tot lid van de Navo-commissie.

05

De voormalige verzetskrant De Waarheid kon het echter niet nalaten om haar lezers nog even Hirschfelds oorlogsverleden in herinnering te brengen.

06

Wat de twee andere secretarissen-generaal betreft kan nog vermeld worden dat Schrieke, die wel lid van de NSB was geweest, na de oorlog ter dood werd veroordeeld (later omgezet in 20 jaar gevangenisstraf) en dat Frederiks (geen NSB’er) op 11 januari 1946 eervol ontslag kreeg. Met behoud van wachtgeld!

07

08

Ja, zo ging dat nu eenmaal in het naoorlogse Nederland, waar invloedrijke lieden die zwaar met de Duitse bezetter hadden gecollaboreerd, maar geen lid waren geweest van de NSB, weer de beste baantjes toegeschoven kregen, zoals een andere naaste medewerker van Reichskommissar Seyss-Inquart die werkloze mannen naar Duitsland stuurde om in de oorlogsindustrie te gaan werken en in 1959 zelfs minister-president werd.

Zie mijn artikel: Van collaborateur tot minister-president.

Gerard

Jonkvrouw Dolly Dibbets: verraadster, spionne en maîtresse van Seyss-Inquart

De op 16 januari 1898 in Tandjong Poera (Nederlands-Indië) geboren Jonkvrouw Dora (‘Dolly’) Dibbets was de echtgenote van mr. Wibo Godfried Peekema, de regeringsgemachtigde voor Algemene Zaken in Nederlands-Indië. Het echtpaar woonde voor de oorlog op de Grisseeweg 15 te Batavia en volgens mensen die ‘mooie Dolly’ in Indië hebben gekend was zij een bekende figuur in het Batavia van de jaren ’30 en trok zij door haar buitensporigheden en excentriciteiten sterk de aandacht.

DollyPaard

Op 18 januari 1939 gingen Wibo Godfried en Dolly met het passagiersschip ‘Christiaan Huygens’ naar Nederland, waar Wibo in Den Haag hoofd van de juridische afdeling werd op het Ministerie van Koloniën.
Nadat de Duitsers ons land waren binnengevallen en Wilhelmina en haar regering op 13 mei 1940 op de vlucht waren geslagen, ging Wibo Godfried hen de volgende dag achterna. Echter zonder zijn Dolly.
Maar zij was beslist niet van plan om op hem te wachten tot de oorlog voorbij was, want al vrij spoedig was Dolly de maîtresse van de Duitse Rijkscommissaris Seyss-Inquart en had zij ook nog eens een nauwe relatie met de foute Haagse hoofdcommissaris van politie Hamer, die op zijn beurt weer samenwerkte met de Duitse Abwehr. Omstreeks die tijd ging Dolly ook spioneren voor SS-Sturmbannführer Joseph Schreieder van het Referat IV E van de Gestapo in Den Haag. Eén van de belangrijkste figuren van het Englandspiel. Voor hem was Dolly een waardevolle aanwinst, mede ook vanwege de brieven die ze via Portugal van haar man uit Londen toegestuurd kreeg. Die werden namelijk ongecensureerd met de diplomatieke post verstuurd en daarin stonden zaken over de Londense ballingenregering waar Schreieder veel belang in stelde. En door Dolly’s verraad kon de Gestapo in de herfst van 1941 ook nog eens een Haagse verzetsgroep oprollen, waarvan een aantal verzetsstrijders in Duitse gevangenschap de dood vonden.

DollyVerzet

Ook maakte Dolly een aantal ‘spionagereizen’ naar België en Spanje.  Zo kreeg zij in 1942  van de Abwehrstelle-Brussel opdracht naar Madrid te gaan om daar amoureuze relaties aan te knopen met de daar aanwezige Amerikaanse officieren om aldus iets te weten te komen over de Geallieerde offensieve plannen.

Nadat Wibo Godfried na de oorlog vernam wat zijn vrouw allemaal had uitgespookt, diende hij een eis tot echtscheiding in. Dat blijkt namelijk uit een notitie van de secretaris-generaal van Justitie Van Angeren. Op 29 juni 1945 schreef hij: “Mr. Peekema heeft een eis tot echtscheiding tegen zijn echtgenote ingediend, die onder verdenking staat van hulp aan de vijand en door de politie wordt gezocht”. Want Dolly was via de ‘Rattenlijn’ gevlucht . Ruim twee weken later werd ze op 14 juli 1945 in een hotel in Milaan gearresteerd. Pas op 7 augustus 1948 stond zij terecht en werd er 15 jaar gevangenisstraf tegen haar geëist, maar dat werd op 17 augustus teruggebracht naar 8 jaar (minus de 3 jaar voorarrest) en verlies van kiesrechten voor het leven.

Dolly15jaar

Dolly8jr

Als men bedenkt dat de journalist en NSB-propagandist Max Blokzijl (61) die nooit iemand heeft verraden, maar alleen vanwege zijn pro-Duitse praatjes voor Radio Hilversum de doodstraf heeft gekregen en op 16 maart 1946 werd geëxecuteerd, en dat in hetzelfde jaar dat Dolly maar 8 jaar kreeg een andere verraadster ook voor het vuurpeloton stond, dan is de straf van Dolly wel behoorlijk laag uitgevallen.

D1

Het lijkt er dus verdacht veel op dat Dolly’s adelijke titel, en het feit dat topambtenaar Wibo Godfried in Londen tot de directe omgeving van koning Wilhelmina had behoord, hierbij een rol hebben gespeeld.

Tot slot kan nog gemeld worden dat Dolly vervroegd uit de gevangenis is ontslagen en na haar vrijlating bij haar dochter in Rijnsburg is ingetrokken. Dolly is op 19 maart 1953 op 55-jarige leeftijd overleden.

DollyDood

Gerard

Van collaborateur tot minister-president.

Terwijl de puinhopen van het door de Duitsers gebombardeerde Rotterdam nog nasmeulden werd Jan de Quay benoemd tot tijdelijk regeringscommissaris voor de organisatie van de Arbeid op het Departement van Sociale Zaken. Hiermee was hij een van de naaste medewerkers van Seyss-Inquart, de Rijkscommissaris voor de bezette Nederlandse gebieden.

01

Al een maand na zijn benoeming riep De Quay werkloze mannen op om in Duitsland te gaan werken. In een vraaggesprek voor de radio op 25 juni 1940 noemde hij het werken in Duitsland “een Nederlands belang”.

02

Nadat was gebleken dat er weinig animo bestond om in de Duitse oorlogsindustrie te gaan werken, gaf De Quay in augustus 1940 het waarnemend hoofd van zijn Departement opdracht om alle gemeentebesturen onder de aandacht te brengen dat werklozen geen uitkering meer kregen als ze weigerden naar Duitsland te gaan.

03

Naast zijn functie op het Departement voor Sociale Zaken (waar De Quay nog tot eind september 1940 zou blijven) vormde hij, samen met Einthoven en Linthorst Homan, en in overleg met Rijkscommissaris Seyss-Inquart, op 24 juli 1940 de Nederlandse Unie.
In het weekblad De Unie maakte De Quay daarna propaganda voor het Nationaal-Socialisme en voor de Winterhulp van de NSB. Voorts werd de Nederlandse bevolking opgeroepen loyaal te zijn met de Duitse bezetter.

Hieronder een schrijven d.d. 12 december 1940 en ondertekend door De Quay, Einthoven en Linthorst Homan (het ‘Driemanschap’) aan de leiders van de Gewestelijke, Stedelijke en plaatselijke secretariaten van de Nederlandse Unie over de gedragslijn van de Unie, waarin een “loyale houding tegenover de bezettende Duitse overheid” voorop werd gesteld en dat niet gedoogd zou worden dat Unie-leden zich aansloten bij “zogenaamde geheime organisaties” (het verzet). Voor Unie-leden die zich hier niets van aantrokken was geen plaats. De leiding van de Unie schroomde daarom ook niet om deze lieden met “alle haar ten dienste staande middelen uit haar rijen te verwijderen”.

04

Op 18 januari 1941 werden de leden van de Nederlandse Unie in het Unie-blad nogmaals ernstig gewaarschuwd om geen lid te worden van verzetsgroepen “waarmede het volksbelang niet is gebaat”.

04b

De Quay keerde zich van het begin af fel tegen de parlementaire democratie. In het nieuwe Europa onder Duitse leiding zou Nederland als een herboren natie een plaats moeten vinden. Dat liet  hij dan ook op 16 november 1940 duidelijk blijken in zijn weekblad.

05

Duitslands eindoverwinning stond voor De Quay vast. Na Hitlers inval in Rusland op 22 juni 1941 schreef De Quay een paar weken later in zijn Unie-blad: “Het Duitse Rijk volgt in het Oosten zijn aloude vastelandsbestemming en wij twijfelen niet, dat het ginds een grote taak te verrichten zal hebben”.

06

Na een ideologisch conflict met Seyss-Inquart werd de Nederlandse Unie in december 1941 verboden en De Quay van juli 1942 tot juni 1943 gevangen gezet in een internaat in Sint-Michielsgestel, waar ook andere ‘dwarsliggende’ prominenten zaten. Hier werden de dagen gevuld met cursussen, lezingen en discussiegroepjes over de meest uiteenlopende onderwerpen. In Sint-Michielsgestel maakte De Quay deel uit van de ‘Heren 17’ die over de politieke toekomst van Nederland spraken. Volgens de ex-gevangene Leonard de Waal was het daar “een soort gedwongen Rotary”.

Na de bevrijding van het zuiden van Nederland werd De Quay in oktober 1944 alweer voorzitter van het College van Algemene Commissarissen voor Landbouw, Nijverheid en Handel en van 5 april tot 23 juni 1945 minister van Oorlog in het Kabinet-Gerbrandy (minister- president Drees wilde De Quay daarna echter niet in zijn kabinet hebben vanwege diens oorlogsverleden).

In ieder geval vormde De Quay’s verregaande collaboratie voor koningin Wilhelmina geen beletsel om hem op 1 november 1946 te benoemen tot Commissaris van de Koningin in de provincie Noord-Brabant, dat hij tot 1959 zou blijven.

07

08

Van 19 mei 1959 tot 24 juli 1963 was De Quay minister-president en minister van Algemene Zaken in het kabinet dat zijn naam droeg.

09

10

11

Jan Wolkers zou later in zijn boek ‘Zwarte Bevrijding’ schrijven: “Wie tijdens de bezetting voorspeld had dat een lid van het driemanschap, dat de Nederlandse Unie had opgericht, na de oorlog doodleuk minister-president zou worden, zou, en terecht, door het gezamenlijke verzet gefusilleerd zijn wegens ondermijnend defaitisme”.

Gerard