Categorie archief: Nederland

De mythe van onze ‘joods-christelijke cultuur’.

Volgens velen is de Nederlandse cultuur gefundeerd op een joods-christelijke traditie. Hoe vaak hoor je dat niet zeggen, maar het is een feit dat het woordje ‘joods’ er (als schuldgevoel) pas na de Tweede Wereldoorlog aan het woord ‘christelijk’ is toegevoegd, of zoals de oud-journalist/auteur Carel Brendel in zijn boek schrijft: “De joods-christelijke cultuur is een constructie van na 1945. Voor die tijd hadden cultuurhistorici het alleen over het christelijke Avondland. Als goedmakertje voor de massamoord op miljoenen Europese joden kreeg de christelijke cultuur een joods voorvoegsel. De samenvoeging heeft iets hypocriets, want bijna tweeduizend jaar lang vormde het vervolgen van joden een vast onderdeel van deze christelijke cultuur.” En in zijn rubriek in het dagblad Trouw schreef Willem Breedveld: “Pas na de Tweede Wereldoorlog ontdekte het christendom zijn joodse wortels en ging, ’bij wijze van goedmakertje’ over onze joods-christelijke cultuur spreken.” De Nijmeegse hoogleraar Peter Raedts sprak, in gelijke trant, van ’een doekje voor het bloeden’ . Raedts: “De term joods-christelijke traditie, of beschaving, is typisch een begrip van na de Tweede Wereldoorlog. Voor de oorlog werd er gewoon over christelijke traditie gesproken. Die nieuwe term was vooral bedoeld om het gemeenschappelijke in de joodse en christelijke tradities te benadrukken. Maar de term wil ook vooral duidelijk maken dat de vijandschap tussen joden en christenen fout was: dat een gruwelijk misverstand de Europese cultuur beheerst heeft, en dat die tot Auschwitz heeft geleid. Het was natuurlijk heel goed en sympathiek om met die term de vijandschap te willen veroordelen. Maar als je onvriendelijk wilt zijn, kun je ook zeggen dat het een doekje voor het bloeden is.” En de Joodse columniste Anet Bleich ging zelfs zover de toevoeging ’joods’ een overbodig en ’hypocriet toevoegsel’ te noemen. Saillant detail is dat volgens de toenmalige minister Ella Vogelaar (Wonen, Wijken en Integratie) ook het woord ‘islamitisch’ eraan toegevoegd kan worden omdat volgens haar de islamitische cultuur zich dusdanig diepgaand in de Nederlandse samenleving heeft genesteld dat gesproken kan worden van een land dat uitgaat van een ‘joods-christelijke-islamitische traditie’. Ja, zo kunnen we nog wel even doorgaan. Later we het dus maar gewoon houden zoals het altijd al is geweest, namelijk dat de Nederlandse cultuur gefundeerd is op de traditie van het christelijke Avondland, of nog beter, dat de Nederlandse cultuur haar oorsprong vindt in de christelijke traditie, aangevuld met het humanisme en de Verlichting.

Gerard

JoodsChristelijk

De toenmalige Nederlandse regering gaf opdracht tot de productie van mosterdgas.

In 1937 werd in opdracht van de toenmalige minister van Koloniën in Batujajar (Nederlands-Indië) begonnen met de bouw van een fabriek met een productie-installatie voor mosterdgas.
In 1939 was de fabriek gereed en begon men met de productie van het gas met zijn lugubere herinneringen aan de massale dood en verminking op de slagvelden van de Eerste Wereldoorlog.
Vlak voor de Japanse inval op Java in maart 1942 werd een voorraad van 45.000 liter mosterdgas opgeslagen in tanks in een bunker op het fabrieksterrein.  Aangezien de bunker uitstekend was verborgen hebben de Japanners het nooit ontdekt.
Nadat Nederland op 27 december 1949 de soevereiniteit over Nederlands-Indië had overgedragen aan Indonesië, heeft de Nederlandse regering onder het motto ‘wat niet weet, wat niet deert’ gezwegen over de bunker met het levensgevaarlijke strijdgas.
Pas in 1977 heeft de Indonesische regering om opheldering verzocht omdat was gebleken dat de grond bij de voormalige fabriek was verontreinigd en de vegetatie aangetast. Ook had de plaatselijke bevolking verteld dat er indertijd in een fabriek door de Nederlanders ‘iets verdachts’ werd geproduceerd.
In opdracht van de toenmalige minister van Defensie Scholten vertrok in 1978 in het diepste geheim een onderzoeksteam van het TNO naar Batujajar en werd in Nederland een speciale verbrandingsoven gebouwd dat met het marinebevoorradingsschip Hr.Ms. Poolster naar Indonesië werd getransporteerd. Van juni tot september 1979 zijn de TNO-chemici bezig geweest met het vernietigen van de 45.000 liter mosterdgas.
Nadat eind 1981 het een en ander in de publiciteit was gekomen, werd door het ministerie van Buitenlandse Zaken glashard beweerd dat Nederland in de jaren 1939-1942 geen internationale verdragen had geschonden door het mosterdgas te produceren.

Mosterd1

Mosterd2

Mosterd3

Gerard

Nederlandse regering was medeschuldig aan de vele slachtoffers van de Watersnoodramp in 1953.

Door de geallieerde bombardementen in de herfst van 1944 op Duitse Bunkers om de toegang naar Antwerpen veilig te stellen, hadden de toch al in slechte staat zijnde Zeeuwse dijken het nog eens extra zwaar te verduren gekregen. Na de bevrijding vonden talrijke deskundigen, waaronder dr. ir. Johan van Veen, dan ook dat de dijken met spoed hersteld moesten worden, want een ramp lag op de loer. Maar daar was op dat moment geen geld voor omdat de koloniale oorlog in Nederlands-Indië ruim 830 miljoen gulden per jaar kostte. In september 1948 werd er zelfs 2 miljard gulden voor uitgetrokken. Dus het herstel van de dijken moest nog maar even uitgesteld worden, vond de regering, want het wingewest Indië moest koste wat het kost behouden blijven.

Zeeland1

Na bijna vijf jaar vergeefse strijd werd Nederlands-Indië op 27 december 1949 officieel de Republiek Indonesië. Maar nu moesten de meer dan 125.000 Nederlandse soldaten nog naar Nederland worden vervoerd. En ook dat kostte een kapitaal. Pas medio 1951 was het troepentransport afgerond.

En waar de deskundigen al jaren voor gewaarschuwd hadden werd bewaarheid toen tijdens een hevige storm in de nacht van 31 januari op 1 februari 1953 de nog steeds niet herstelde dijken doorbraken. Een groot deel van Zeeland, West-Brabant en de Zuid-Hollandse eilanden liep onder water, waarbij meer dan 1800 mensen en duizenden dieren verdronken. 100.000 mensen verloren hun huis en bezittingen. Opgeofferd om Nederlands koloniale wingewest te behouden. Ook het dagblad De Waarheid was die mening toegedaan. Volgens die krant had de ramp niet hoeven te gebeuren wanneer de dijken waren verhoogd, maar het herstel van het koloniale gezag werd voor de ‘wederopbouw’ blijkbaar van groter belang geacht.

Zeeland2

Zeeland3

Zeeland4

Voor meer informatie over Drees en de koloniale oorlog, zie: “Erger dan Hitler in 1940”.

Gerard

Amerikaanse ‘napalm-piloten’ kregen op paleis Soestdijk een hartelijke ontvangst.

Terwijl begin 1966 door de Amerikaanse terreurbombardementen op dichtbevolkte woonwijken, scholen en ziekenhuizen inmiddels al 400.000 Noord-Vietnamese mannen, vrouwen en kinderen om het leven waren gekomen (bron: New York Times), bleef de Nederlandse regering pal achter het Amerikaanse Vietnam-beleid staan.

01

02

03

Op maandag 21 november 1966 werden zelfs twee Amerikaanse Vietnam-piloten op de vliegbasis Soesterberg voor hun oorlogsmisdaden beloond met een hoge onderscheiding. ‘Helden in de lucht’, kopte een jubelende Telegraaf.

04

Nadat de kapel van de Koninklijke Luchtmacht nog een paar vrolijke marsen had gespeeld, werden de gedecoreerde ‘helden’ door een enthousiaste prins Bernhard ontvangen op paleis Soestdijk.

05

Gerard

Nederland was te vol.

Toen eind 1949 de Nederlandse bevolkingsomvang de ‘gevaarlijke grens’ van bijna 10 miljoen inwoners had bereikt vond de regering, onder leiding van PVDA-premier Willem Drees, dat de tijd was aangebroken dat men beter kon gaan emigreren want “Nederland werd te vol”. In zijn nieuwjaarstoespraak van 1950 zei Drees: “Een deel van ons volk moet het aandurven zijn toekomst te zoeken in grotere gebieden dan eigen land”. Ook koningin Juliana wees er in 1950 in de troonrede op: “De sterke bevolkingsgroei en de beperktheid van de beschikbare grond blijven een krachtdadige bevordering der emigratie eisen”.

01

De overheid maakte het dan ook gemakkelijk door voor de emigranten vaak de overtocht te betalen plus enkele honderden guldens zakgeld mee te geven. Met deze ‘oprotpremie’ emigreerden alleen al in de jaren ’50 meer dan een half miljoen Nederlanders naar Zuid-Afrika, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland. Toen tijdens het bezoek van koningin Juliana aan Prescott (Canada) in april 1952 een journalist haar vroeg of de emigratie naar Canada zou worden voortgezet, werd dit door haar beaamd “omdat dit noodzakelijk was om het hoofd te bieden aan de overbevolking”.

02

03

Maar  vanwege de agressieve politiek van de regering-Drees in verband met de kwestie Nieuw-Guinea kreeg het ‘overbevolkte Nederland’ vanaf 1954 er nog eens ruim 300.000 mensen uit Indonesië bij toen iedereen met de Nederlandse nationaliteit (waaronder ondergetekende) het land moest verlaten. Aangezien de Nederlandse regering, met de PVDA voorop, deze repatrianten liever zag gaan dan komen, werd er besloten om ze te laten emigreren naar Brazilië. De bedoeling was om ze daar ergens onder te brengen in een gebied langs de Amazone. “Want daar is een klimaat dat deze mensen eigen is”, jubelde de toenmalige regeringscommissaris B.W. Haveman (PVDA) in de media.

05

Uiteindelijk is van dit onzalige plan niets terechtgekomen en werd er daarna ook niet meer aan bevolkingspolitiek gedaan.

06

Mede doordat de werkgevers in de jaren ’60 en ’70 behoefte hadden aan goedkope arbeidskrachten uit voornamelijk Marokko en Turkije begon de bevolking nogmaals sterk te groeien. Er werden in genoemde landen zelfs wervingskantoren geopend om de mensen, en later hun gezinnen, naar Nederland te halen. Toen Nederland in 1979 uiteindelijk circa 14 miljoen inwoners telde, herhaalde de koningin in haar troonrede nogmaals dat Nederland vol was. Ja, zelfs ten dele overvol, maar er werd niet meer opgeroepen om te gaan emigreren.

07

Inmiddels telt Nederland sinds 21 maart 2016 om 11:40 uur 17 miljoen geregistreerde (!) inwoners en is daarmee het dichtstbevolkte land van Europa met ruim 500 inwoners per vierkante kilometer, waarvan de Randstad ruim 1270 inwoners per vierkante kilometer telt.  Koplopers zijn hier Amsterdam en Den Haag. Daar wonen respectievelijk ruim 5000  en 6300 inwoners per vierkante kilometer.

08

 

Gerard