De smadelijke vlucht van de Oranjes en de Nederlandse regering in mei 1940.

Vlak voor de Duitse inval in Nederland schreef prinses Juliana aan de destijds bekende auteur Hendrik Willem van Loon: “Onze plaats is hier in Nederland, of er gevaar dreigt of niet. Wij zullen nooit onze post verlaten”. En dat terwijl de vlucht naar Engeland al vanaf november 1939 was geregeld (klik hier voor meer informatie). Volgens Juliana was het Huis van Oranje in de vijf eeuwen van haar bestaan voor geen enkel gevaar op de vlucht geslagen. Blijkbaar was ze ‘vergeten’ dat haar voorvader stadhouder Willem V in 1795 met zijn gezin naar Engeland was gevlucht toen de Franse troepen door de Hollandse Waterlinie waren gestoten. Saillant detail is dat  ten tijde van Juliana’s schrijven aan Van Loon,  haar echtgenoot prins Bernhard – slechts vergezeld van één ondergeschikte – al de vluchtroute had geïnspecteerd (bron: historicus J.G. Kikkert in zijn boek ‘De Prins in Londen’, p.10). Drie dagen na de Duitse inval, toen er nog dagelijks honderden Nederlandse soldaten sneuvelden, namen de Oranjes de benen. Met de Nederlandse regering in hun kielzog. Nadat het gezelschap in Engeland was aangekomen verwoordde dr. H. Colijn, de politiek hoofdredacteur van het christelijke dagblad De Standaard, op 15 mei 1940 in een fel redactioneel artikel de woede van het overgrote deel van de bevolking over deze smadelijke vlucht. Colijn besloot zijn artikel met: “We zullen nu maar niet gewagen van de ongrondwettige daad om de zetel van de Regering buiten het Rijk te vestigen, hoewel er gelegenheid bestond om hem te verplaatsen naar veiliger gebied binnen het Rijk. Omtrent dit alles zullen t.z.t. de verantwoordelijkheden vastgesteld moeten worden. Maar voorlopig blijven we zitten met een in het gevestigd buitenland Kabinet dat – zo we ons niet sterk vergissen – het vertrouwen van waarschijnlijk 95 procent van het Nederlandse volk mist”. Tijdens de bezetting beweerde Radio Oranje dat ze wel hadden moeten vluchten omdat de Duitsers van plan waren de koninklijke familie en de regering gevangen te nemen om ze daarna per transportvliegtuig af te voeren naar Berlijn. Dat was gebleken uit een op 10 mei 1940 onderschept document, beweerde men (de zogeheten ‘Von Sponeck-papieren’). Een hardnekkig verhaal dat nog steeds de ronde doet om de lafhartige vlucht goed te praten. Maar in de archieven zal men tevergeefs naar dit document zoeken. Op de ‘Fahndungsliste’, waar men altijd naar verwijst, staan wel de namen van personen die bij aankomst van de Duitsers gearresteerd moesten worden, doch hieronder bevinden zich niet de namen van de koninklijke familie en regeringspersonen.

Gerard

JulaVlucht1

JulaVlucht2

JulaVlucht3

Advertenties