Tagarchief: Prins Bernhard

Prins Bernhard was in 1965 mogelijk betrokken bij de oprichting van het ‘Vrijwilligerslegioen Nederland’.

In de zomer van 1965  was kapitein-KNIL b.d. Henk Ulrici, “in opdracht van hoge militaire autoriteiten”, druk bezig met het oprichten van een Nederlands vrijwilligerskorps om in Vietnam zij aan zij met de Amerikanen tegen de communistische Viet Cong te vechten. Met een verwijzing naar het voormalige SS-Freiwilligen Legion ‘Niederlande’ werd dit korps al gauw het ‘Vrijwilligerslegioen Nederland’ genoemd.

01

Ulrici, die in de oorlog deel had uitgemaakt van Bernhards verzetslegertje, had tijdens de koloniale oorlog in Indonesië vooral naam gemaakt met het executeren van Indonesiërs, waaronder op 9 augustus 1949 zelfs een zwangere vrouw, genaamd Odah. In een interview met de Haagse Post heeft hij in augustus 1965 hierover gezegd: “Krijgsgevangenen maakte ik nooit. Ik joeg ze allemaal over de kling”.

Begin augustus 1965 had Ulrici al 95 aanmeldingen voor zijn huurlingenlegertje binnengekregen: “Mensen die liever vandaag dan morgen naar Vietnam willen gaan”, aldus Ulrici, “hieronder zijn officieren en onderofficieren van het KNIL, oud-mariniers, Engelsen en Duitsers met gevechtservaring” (men hoeft zich niet af te vragen wat voor figuren dit waren……GdB).
Ook vond Ulrici dat Noord-Vietnam platgegooid moest worden met atoombommen, waarbij hij liet doorschemeren dat dit eigenlijk ook voor China gold.

02

03

Over de oprichting van het vrijwilligerskorps heeft het Tweede Kamerlid Hans Bruggeman op 13 augustus 1965 nog een aantal vragen gesteld aan de minister van Defensie Piet de Jong. Ondanks dat de minister hiervan op de hoogte was, was het hem niet bekend wie de opdrachtgevers waren en met wie Ulrici hierover in gesprek was. “Bij de Regering bestaan geen plannen tot oprichting van een vrijwilligerskorps voor de oorlog in Vietnam”, aldus De Jong.

04

Ulrici’s commentaar op 20 augustus 1965: “Ik had wel verwacht dat de minister van Defensie alle plannen over een vrijwilligerskorps voor Vietnam zou ontkennen” (op 5 augustus had de Telegraaf nog op de voorpagina gemeld: ‘Den Haag denkt aan vrijwilligerskorps’, dat zes dagen later gevolgd werd door  een scherpe Russische reactie).

05

06

Nadat medio september 1965 was gebleken dat het aantal aanmeldingen toch nog wat tegenviel, heeft een teleurgestelde Ulrici tegen een journalist van het dagblad Trouw gezegd dat hij contact ging opnemen met prins Bernhard. “Als die adviseert ermee op te houden, zal ik dat onmiddellijk doen”, aldus Ulrici. Blijkbaar heeft Bernhard hem dit advies gegeven, want kort daarna was het hele plan voor een ‘Vrijwilligerslegioen Nederland’ van de baan. Twee maanden daarvoor had Ulrici nog tegen de Haagse Post gezegd: “Dacht je dat ik ga als de Prins niet voor 100% achter me staat?”

07

08

Gerard

Nabestaanden gekwetst door rede prins Bernhard op 4 mei 1955.

001

Tijdens de dodenherdenking op vrijdagmiddag 4 mei 1955 in de Haagse Ridderzaal verkondigde prins Bernhard in een toespraak dat herdenken geen ziekelijk stilstaan bij het verleden mocht zijn. “Wij moeten er voor waken dat dit gedenken niet ontaardt in het periodiek doen herleven van gevoelens van vijandschap en wrok jegens hen die aanleiding waren tot het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog”, aldus de Prins. Amper 10 jaar na het einde van de Duitse bezetting kwam deze uitspraak voor de duizenden nabestaanden die in de oorlog hun dierbaren hadden verloren keihard aan. En de voormalige verzetskrant ‘De Waarheid’ schreef nog dezelfde dag verontwaardigd: “Met andere woorden: ons volk moet naar de mening van de regering de Hitler-bende, die aanleiding was voor de laatste oorlog en de moordaanslag op ons land, niet langer haten.”

002

003

Saillant detail is dat prins Bernhard aan het slot van zijn herdenkingsrede enkele versregels citeerde van de Vlaamse priester-dichter Cyriel Verschaeve. Genoemde priester was tijdens de oorlog een zware collaborateur die vlak na de bevrijding op de vlucht sloeg en onderdook in Oostenrijk. In 1946 werd hij door het tribunaal in Brugge bij verstek ter dood veroordeeld.

004

005

Gerard

Prins Bernhard, Pieter Menten en de verdwenen brief.

Nadat de Nederlandse SS’er en oorlogsmisdadiger Pieter Nicolaas Menten op 16 mei 1945 in Bloemendaal door de Binnenlandse Strijdkrachten was gearresteerd, en opgesloten in het Haarlemse huis van bewaring, heeft prins Bernhard een schriftelijk verzoek ingediend om hem vrij te laten. De brief was gericht aan kapitein mr. L. Erades, de Militair Commissaris voor Inbewaringstelling en Vrijlating in het District Haarlem.
Dit blijkt uit de verklaring van mevrouw C. Koning-Stroink (die daar in de jaren 1945-1946 chef de bureau was) tegenover de Commissie-Schöffer die in de jaren 1977-1978 onderzoek deed naar de oorlogsmisdaden van Menten in Polen.
Volgens mevrouw Koning was ze enorm geschrokken toen Bernhards brief binnenkwam: “Ik holde er ontzet mee naar mr. Erades en hij vertrouwde mij toe om zelf aan de Prins te schrijven, dat als de zaak van de heer P.N. Menten in behandeling was genomen wel zou worden meegedeeld of hij al dan niet in vrijheid zou worden gesteld” (interview met mevrouw C. Koning-Stroink).
In ieder geval kwam Menten op 13 oktober 1945 alweer vrij. Maar toen mevrouw Koning in januari 1946 het dossier-Menten weer in handen kreeg, bleek dat zowel de prinselijke pleitbrief als de kopie van haar antwoord uit het dossier verdwenen te zijn.

Menten1

Menten2

Menten3

Menten4

Gerard

Prins Bernhard, kapitein Westerling en King Kong.

Op 23 oktober 1944 wordt Raymond Westerling, de latere commandant van het Korps Speciale Troepen in Nederlands-Indië, als sergeant ingelijfd bij de staf van prins Bernhard in het inmiddels bevrijde België, waar hij samen met sergeant Dicky Bendien belast zal worden met het recruteren en trainen van commando’s.

01

Als Westerling zich dezelfde dag op het hoofdkwartier van prins Bernhard meldt, wordt hij door de Prins voorgesteld aan Christiaan Lindemans, alias King Kong, die later de geschiedenis in zal gaan als dubbelspion en de ‘Verrader van Arnhem’. Twee dagen later, op 25 oktober 1944, gaan Westerling, Bendien en Lindemans naar Noord-Frankrijk om daar de verjaardag van Lindemans te vieren, die de dag daarvoor 32 jaar was geworden. In Lille bezoekt het gezelschap een bordeel, maar als Lindemans zich daar met een Franse dame heeft afgezonderd, neemt Westerling – die Lindemans niet helemaal vertrouwt – een kijkje in diens aktetas. Westerlings wantrouwen wordt bevestigd als hij in de tas een zwarte agenda aantreft met Duitse aantekeningen in code.
Westerling: “Kort hierna zijn Bendien en ik naar de Prins gestapt en hebben onze verdenkingen uitgesproken. Hoewel de Prins de neiging had om kwaad op ons te worden, luisterde hij aandachtig. ‘Blijf hem in de gaten houden’, was alles wat hij zei”.  (Informatie van kapitein Westerling in 1984.)

Een van degenen die Lindemans ook niet vertrouwde was de Britse inlichtingenofficier captain Peter Baker. Begin september 1944 had hij al aan prins Bernhard een overtuigend bewijs gevraagd naar de betrouwbaarheid van Lindemans. De Prins zond Baker echter een kort briefje met de woorden: ‘King Kong is all right’. Hier ging Baker uiteraard niet mee akkoord en wilde dat de Prins een antecedentenonderzoek naar Lindemans deed. Maar dat werd grof van de hand gewezen. Baker zal later in 1955 in zijn oorlogsmemoires ‘My Testament’ dan ook schrijven: “Three times I referred his credentials back to Prince Bernhard. The third time I was rudly told to stop doubting the loyalty of one of Queen Wilhelmina’s most gallant fighters”.

02

Bernhard bleef  Wilhelmina’s meest dappere strijder dus vertrouwen. Er was zelfs sprake van gevoelens van vriendschap voor de dubbelspion. Frits Philips schreef in zijn memoires dat Lindemans tijdens het eten bij de Bernhard aan tafel zat en volgens kolonel Th.A. Boeree zat hij zelfs op het bed van de Prins als deze zich stond te scheren.

Ondanks de vele waarschuwingen die de Bernhard te horen kreeg, bleef Lindemans opdrachten voor hem uitvoeren. Zelfs na de mislukte geallieerde luchtlanding in Arnhem op 17 september 1944 kreeg hij van de Prins op 22 september 1944 een opdracht om naar Eindhoven te gaan, wat ook nog eens bewezen kan worden met een briefje van Bernhards adjudant Kas de Graaf,  waarin te lezen staat: ‘Houder dezes, Lindemans Christiaan Anthonius, geb. 24 oktober 1912 te Rotterdam, meldt zich met een aantal Nederlandse verzetslieden (gewapend), die lange tijd illegaal en actief in België gewerkt hebben en waarvoor hij persoonlijk instaat te Eindhoven bij den Majoor van Houten in opdracht van ZKH Prins Bernhard der Nederlanden. Voornoemde Lindemans commandeert de groep en kan in het actieve verzetsverband worden opgenomen. Hoofdkwartier ZKH Prins Bernhard – De res. Kapitein K. de Graaf’.

03

Uiteindelijk wordt Lindemans op 28 oktober 1944 door de Britse Secret Service gearresteerd op Chateau Wittouck, het hoofdkwartier van prins Bernhard in het Belgische Vilvoorde.

Tot slot kan nog gemeld worden dat Westerling zich vanwege zijn eed niet wilde uitlaten over de missies die Lindemans, in opdracht van prins Bernhard, dwars door de linies naar het door de Duitsers bezette Nederlands gebied maakte. Westerling: “Waar die missies betrekking op hadden? Daar laat ik mij liever niet over uit. Zie het maar als een soort erecode. In elk geval ben ik ervan overtuigd dat de zaak-King Kong  in een pot zit waarvan de deksel nooit opengaat. De link met de Prins, hè”. (Informatie van kapitein Westerling in 1984.)

Gerard

De mislukte moordaanslag op prins Bernhard.

Midden in de oorlog kwam Bernhard, tijdens zijn bezoek aan een Britse aluminiumgieterij in Nottingham, oog in oog te staan met een communistische werknemer die hem wilde doodschieten. Het ooggetuigenverslag van een voormalige werknemer, genaamd Gabriel Lancaster, is in 2005 uitgezonden door de BBC.

Gabriel Lancaster: “Whilst working in the aluminium foundry, with a small gang making moulds for castings, we were to have a visit by Prince Bernhard of the Netherlands, who had escaped from Holland after being a notorious supporter of the Nazis, to be made a senior officer in the R.A.F., being a pilot. On the morning of the visit, one member of the gang, an acclaimed Communist, appeared with a loaded revolver, with the intention of putting an end to this fascist prince. He was disarmed with some difficulty and the royal visit proceeded without incident”.
(Bron:  BBC, vrijdag 9 December 2005.)

AgentOr1

Het relaas van Gabriel is in 2010 verwerkt in het Nederlandse stripverhaal ‘Agent Orange’ door Erik Varekamp en Mick Peet.

AgentOr2

Gerard

De prinselijke doofpot.

In de herfst van 1978 kreeg Nieuwe Revu-journalist Ton Kors gevoelige informatie in handen, waaruit bleek dat prins Bernhard in 1938 – op verzoek van de Duitse Sicherheitsdienst – inlichtingen over de Nederlandse defensie had verstrekt. Met name over de verdediging van de Hollandse Waterlinie. Voor deze gegevens zou Bernhard 100.000 Reichsmark hebben gekregen. Persoonlijk uitbetaald door Nazi-bankier Hjalmar Schacht met wie Bernhard datzelfde jaar ook naar Engeland was geweest.

01

In november 1978 heeft Ton Kors contact opgenomen met het Tweede Kamerlid Waltmans met het verzoek of hij daaromtrent vragen wilde stellen aan de regering. Na overleg met Kamervoorzitter Vondeling heeft Waltmans daarna een onderhoud gehad met premier Van Agt en hem gevraagd de zaak grondig te laten onderzoeken. Maar ondanks dat Waltmans het gevoel had dat Van Agt het ook een belangrijke zaak vond, was  de regering niet van plan om het gevraagde onderzoek in te gaan stellen.

02

03

04

Zie ook: Omgetoverd van een jong invloedrijk lid van Hitlers lijfwacht in een prins der Nederlanden.

Gerard

Over de mogelijke Amerikaanse betrokkenheid bij de ‘stadhoudersbrief’.

Tussen 1941 en 1943 heeft prins Bernhard een aantal malen de Verenigde Staten van Amerika bezocht. Volgens diverse bronnen, waaronder Jeanette Kamphorst, die in dienst is geweest bij de Britse Secret Intelligence Service (SIS), heeft Bernhard tijdens zijn tweede bezoek (van 20 tot en met 25 april 1942) op 24 april 1942 een brief aan Hitler geschreven, waarin hij zichzelf aanbood het ‘Stadhouderschap’ over Nederland op zich te nemen. De brief is later via Londen en Portugal naar Berlijn gestuurd. Na de oorlog zou het bestaan van deze brief tegenover de SIS bevestigd zijn door generaal Eberhart Schöngarth (Befelhshaber der Sicherheitspolizei und des SD). Vlak voor zijn executie is de bewuste brief in Berlijn teruggevonden. Gezien het onderstaande is het overigens niet zo verwonderlijk dat prins Bernhard zijn brief uitgerekend in Amerika heeft geschreven en niet in Londen. En dat de brief ook vanuit de VS verzonden is.
Al tijdens een eerder bezoek aan de VS  – op 8 juni 1941 – heeft de Prins kennis gemaakt met de latere CIA-chef Allen Dulles. Via Dulles kwam hij ook in contact met Bill Donovan (de oprichter van de OSS, de voorloper van de CIA) en McGeorge Bundy (Army Intelligence). Bill Donovan was op dat moment namens de Amerikaanse regering een inlichtingendienst aan het opzetten voor spionage in Europa. Tevens had Bernhard een ontmoeting met John McCloy, die belast was met de informatievoorziening voor de Amerikaanse regering. Aangezien Bernhard destijds ook verscheidene malen te gast is geweest op het Witte Huis, is het dus niet uitgesloten dat hij de ‘stadhoudersbrief’ op instigatie van president Roosevelt c.s. geschreven heeft.

Opmerking: Op 23 april 1942 heeft de Prins ’s avonds op het Witte Huis een onderhoud gehad met president Roosevelt en diens adviseurs. Dat was de dag voordat Bernhard op 24 april 1942 zijn brief aan Hitler schreef.

StadhRoosev

De geallieerden mochten dan wel gezamenlijk tegen Duitsland optrekken, ze hadden wel degelijk hun eigen agenda hoe Europa er na de oorlog moest uitzien. Feit is dat de Amerikanen de Britten niet meer de kans wilde geven hun vooroorlogse economische superioriteit in Europa te herstellen. Het was voor hen dus van belang de pro-Amerikaanse Bernhard als ‘Stadhouder’ (en bondgenoot!) in het strategisch gelegen Nederland te hebben. Daar kwam nog bij dat hij als rabiaat anti-communist voor Amerika van groot belang zou kunnen zijn met het oog op een eventuele communistische staatsgreep na de Duitse capitulatie. Het is namelijk een feit dat Bernhards vrienden, jhr. W.G. Röell en J. Schimmelpenninck, in mei 1940 in Nederland zijn achtergebleven met ‘fondsen’ van de Prins voor het formeren van een legertje bestaande uit achtergebleven adelborsten. Bij een eventuele terugtrekking van de Duitse troepen moest er een keurtroep klaar staan om de zaak over te nemen met het doel Nederland te behoeden voor een linkse staatsgreep.

Zie ook: Over de executie van Willem Röell en de zwijgende prins Bernhard.

Aangezien Hitler en Bernhard elkaar persoonlijk kenden, en de Prins ook nog eens van april 1933 tot januari 1937 lid was geweest van de NSDAP (Mitglieds-nr. 2583009), de SA en de SS, hoopten de Amerikanen dat Hitler op de ‘stadhoudersbrief’ zou ingaan.

Hitler

Lijfw2017

Over Jeanette Kamphorst (Secret Intelligence Service).

Cornelia Gijsberta (“Jeanette”) Kamphorst, alias de Zwarte Panter, speelde tijdens de Duitse bezetting een actieve rol in het verzet. Tevens was ze agente van de Britse Secret Intelligence Service (SIS). Jeanette was getrouwd met een hotelhouder en aangezien in het hotel veel hoge Duitse officieren kwamen, kreeg ze heel wat te horen. Alle belangrijke informatie gaf ze via een geheime zender door aan de SIS in Londen. Na de oorlog ging Jeanette, vanwege haar kennis van de Duitse taal, in 1945 voor de SIS naar Berlijn, waar ze uit hoofde van haar functie een brief in handen kreeg die prins Bernhard op 24 april 1942 aan Hitler had geschreven en waarin hij zijn diensten aanbood om het ‘Stadhouderschap’ over Nederland op zich te nemen. Over deze brief had Jeanette, die toen op Mallorca woonde, een interview met onderzoeksjournalist Jan Pijper. Het interview stond op 29 december 1978 uitgebreid in de Nieuwe Revu. Nu wil het geval dat de Nieuwe Revu werd uitgegeven door de VNU, waar Charles de Roy van Zuydewijn (de oom van Edwin) daar de topman was. Zodra prins Bernhard vernam dat Charles’ neef Edwin een huwelijkskandidaat van prinses Margarita was, zou hij alles op alles hebben gezet om hem buiten de koninklijke familie te houden en toen dat niet lukte om Edwin zwaar te beschadigen, maar dit terzijde.
Hieronder volgt een gedeelte van het vraaggesprek dat Jan Pijper in 1978 had met de toen 65-jarige Jeanette Kamphorst over de ‘stadhoudersbrief’:

Pijper: “Is die brief bij Hitler terechtgekomen?”
Kamphorst: “Hij is in Berlijn gekomen.”
Pijper: “Hoe is die brief weer in Nederland teruggekomen?”
Kamphorst: “Daar kan ik geen antwoord op geven.”
Pijper: “Kennelijk heeft u de brief van prins Bernhard uit 1942 in uw bezit gehad.”
Kamphorst: “Ja. Het is een aanbod van de Prins aan Hitler om namens hem Nederland te besturen.”
Pijper: “Zijn er kopieën van die brief?”
Kamphorst: “Er zijn kopieën bij verschillende vrienden van mij in Nederland.”
Pijper: “Is die brief met de hand geschreven?”
Kamphorst: “Ja.”
Pijper: “Ondertekend door prins Bernhard?”
Kamphorst: “Ja.”
Pijper: “Staan er nog meer handtekeningen onder die brief?”
Kamphorst: “Ja.”
Pijper: “Van wie?”
Kamphorst: “Dat zeg ik niet.”
Pijper: “U praat wel over die brief, maar u geeft hem niet om het te publiceren. Waarom?”
Kamphorst: “Ik heb orders uit Engeland om dat niet te doen.”
Pijper: “Van wie?”
Kamphorst: “Van de Secret Intelligence Service.”
Pijper: “Werkte u voor de Engelse geheime dienst?”
Kamphorst: “Ja, inderdaad.”
Pijper: “Heeft u nog contacten met hen?”
Kamphorst: “Ja.”

JEANAUSW

JEANETTE

Opmerking: Eind jaren ’90 heb ik zelf ook nog onderzoek gedaan naar Jeanette Kamphorst en de bewuste brief. Van een familielid van Jeanette heb ik toen vernomen dat de originele brief zich in het (geheime) dossier-Menzies bevindt. Wijlen Sir Stewart Menzies was tijdens de oorlog het hoofd van de Secret Intelligence Service (afdeling MI6). En een zekere Lientje T. uit Brabant – die tijdens de bezetting voor de Sicherheitsdienst had gewerkt – heeft over de beweringen van Jeanette verklaard: “Ik zou graag zeggen dat het niet waar is, omdat ik hier niets meer mee te maken wil hebben. Maar het is wèl waar. Ik heb Lages en Schöngarth of Lages óf Schöngarth dat inderdaad over prins Bernhard horen zeggen”. Dit klopt ook met het verhoor van generaal Eberhart Schöngarth (Befelhshaber der Sicherheitspolizei und des SD) door MI6 in 1945, waarin hij het bestaan van de bewuste brief heeft opgebiecht en dat deze in Berlijn te vinden was. Overigens heeft de vroegere Telegraafman en voormalig medewerker van de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD)  Jan Heitink in 1981 op La Caserne, het hoofdkwartier van de Franse inlichtingendienst in Parijs, een kopie van de ‘stadhoudersbrief’ in handen gehad. De brief was ondertekend door prins Bernhard èn prinses Juliana. Het hoofd van de Franse inlichtingendienst (sectie Benelux) verzekerde Heitink dat de brief echt was. Heitink heeft hierover na zijn pensionering op 2 juni 2003 een schriftelijke verklaring afgelegd.

Heitink

Gerard

Nederlandse ballingenregering stuurde koffie naar prins Bernhards moeder in Nazi-Duitsland.

Terwijl tijdens de Duitse bezetting niemand in Nederland meer wist hoe echte koffie smaakte, en massaal genoodzaakt was met surrogaat (eikeltjes-koffie) genoegen te nemen, werd prinses Armgard in Nazi-Duitsland – op nadrukkelijke instructie van haar zoon prins Bernhard – regelmatig voorzien van echte Braziliaanse koffie door onze ballingenregering in Londen. Hier de feiten:

Op 30 maart 1942 verzoekt de minister van Buitenlandse Zaken, Eelco van Kleffens, in brief aan zijn gezant in Rio de Janairo, Willem Daniëls, ‘te willen zorgdragen dat. zodra mogelijk beginnend, eens in de 14 dagen een zending van een pond koffie wordt ontvangen door Uw ambtgenoot te Bern. U gelieve de hiervoor te maken onkosten eens in de drie maanden bij Uw geregelde declaraties in rekening te brengen. De eerste zending zoude U per luchtpost kunnen doen, terwijl een gelijktijdige verzending op gezette tussenpozen per zeepost zoude kunnen plaats vinden. Op den duur zouden tegen de tijd dat aangenomen mag worden dat de gezant in Bern, jhr. J.J.B. Bosch Ridder van Rosenthal, geregeld in het bezit komt van zeepost zendingen, de luchtpost zendingen kunnen vervallen’. Dat was namelijk goedkoper. Ook bij de Londense ballingen werd op de kleintjes gelet.
De Braziliaanse gezant bevestigt het schrijven op 24 april 1942 en meldt dat hij er voor zal zorgdragen. In de kantlijn staat geschreven: ‘C koffiezending Prinses zur Lippe’. De zendingen komen op gang.
Op 28 augustus 1942 meldt gezant Rosenthal uit Bern dat hij ‘enige dagen geleden twee pakken koffie uit Lissabon had ontvangen bestemd voor de moeder van Z.K.H. Prins Bernhard der Nederlanden’. Hij vertelt verder dat hij zijn Zweedse collega bereid had gevonden ‘één dezer pakken, plusminus 2 kg., met een koerier naar Berlijn mee te geven’.
Maar dat mislukt. Op 2 oktober 1942 meldt Rosenthal dat zijn Zweedse collega ‘mij heden het pakket koffie terugzond met de mededeling dat de Zweedse legatie in Berlijn niet in staat was het pakket aan zijn bestemming te doen geworden’.
Maar de Nederlandse diplomatieke dienst is niet voor een gat te vangen. In de met Rijksmaarschalk Hermann Göring bevriende pro-Duitse Zwitser Carl Burckhardt van het Internationale Rode Kruis vindt men de ideale persoon om de koffie te doen vervoeren. Op 28 november 1942, acht maanden na het begin van de operatie, kan gezant Rosenthal vanuit Bern melden ‘dat enige paketten zijn doorgezonden en afgeleverd. Ik verwacht de rest geregeld te doen volgen. De moeder en de broeder van Z.K.H. verkeren in goede gezondheid en vroegen om foto’s van het Koninklijk gezin welke ik zal toezenden’. Grote vreugde alom bij Bernhard en de ballingenregering dat de zending gelukt is. Maar begin 1944, een paar maanden voor D-Day, beginnen de zendingen koffie blijkbaar wat te stagneren. Dat kan worden opgemaakt uit deze zin in een vertrouwelijk schrijven van 2 maart 1944 van de minister van Buitenlandse Zaken Van Kleffens aan Daniëls, de gezant in Rio de Janairo, waarin onder meer staat te lezen: ‘Hare Doorluchtige Hoogheid heeft deze koffie wegens gezondheidsredenen dringend nodig’.
Of prinses Armgard in verband met de oorlogssituatie daarna nog meer zendingen koffie heeft gekregen vermeldt de geschiedenis helaas niet.

Gerard (mede met dank aan wijlen Wim Klinkenberg).

Prinses Armgard met haar beide zoons Bernhard en  Aschwin, beroepsofficier in Hitlers elite-bataljon Brandenburg (oktober 1936).

Armgard2

Armgard1

Tevergeefse Nederlandse poging om prins Bernhard van de NSDAP-ledenlijst te schrappen.

Enkele maanden voor de troonsbestijging van prinses Juliana heeft de regering-Drees, door tussenkomst van topambtenaar drs. C. Adriaanse van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, bij Washington een poging gedaan om prins Bernhard van de NSDAP-ledenlijst te schrappen. De ledenlijst was in 1945 door de Amerikanen in Berlijn in beslag genomen en opgestuurd naar Washington.
Adriaanse heeft op 28 juni 1948 het verzoek overgebracht aan de Amerikaanse ambassadeur in Den Haag en er nadrukkelijk op gewezen dat eventuele publiciteit over Bernhards lidmaatschap van een Nazi-partij, zo vlak voor de troonsbestijging, voor de Nederlandse regering buitengewoon onaangenaam was. Het antwoord, gedateerd 10 augustus 1948, was negatief.  Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken wees erop dat de naam van Bernard niet alleen voorkwam op de lijst van NSDAP’ers in Nederland, maar ook op de zogenoemde wereldlijst. Omdat die grote lijst breed was verspreid, ook buiten de Verenigde Staten, “is het gevoelen dat het niet praktisch is de onderhavige lijst te veranderen door zijn naam te schrappen. Zou in de toekomst worden overwogen een nieuwe editie uit te brengen dan zou opnieuw kunnen worden overwogen de naam te schrappen”.
Voor zover bekend is dat nooit gebeurd.

Gerard

NSDAP2

Bernhard (NSDAP-Mitgliedsnummer 2583009), zijn broer Aschwin (beroepsofficier en NSDAP-Mitgliedsnummer 3854038) en prinses Juliana (oktober 1936).

NSDAP1

Over het legertje van prins Bernhard.

“Met zijn plannetje om roverhoofdman te spelen voorzie ik nog vele moeilijkheden”. Met deze zin karakteriseerde de minister van Oorlog Lidth de Jeude in augustus 1944 in Londen de door koningin Wilhelmina doorgedreven benoeming van prins Bernhard tot bevelhebber van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten (de BS). En de minister zou later gelijk krijgen. Door onvoldoende selectie konden allerlei figuren zich bij Bernhards legertje aansluiten. Zijn BS had namelijk een enorme werfkracht en iedere ‘goede vaderlander’ (dus geen leden van de NSB) was welkom. Onder hen waren zelfs zwarthandelaren, collaborateurs en bekeerde leden van de NSB, maar die – nu de geallieerden aan de winnende hand waren –  zich geroepen voelden om ook ‘in het verzet’ te gaan. Het aanmelden bij de BS was totaal geen probleem. Je moest bijvoorbeeld voor twee tafeltjes verschijnen. Aan het ene werd gevraagd of je een goed Nederlander was. Na het ‘ja’ kwam je bij het tweede tafeltje, waar de oranje-armband werd uitgereikt, Voor de goede orde: in mei 1945 waren er in heel Nederland circa 200.000 BS’ers, terwijl het aantal werkelijke verzetsstrijders nooit meer dan circa 40.000 mannen en vrouwen had geteld. Voor veel echte verzetsmensen leek het of ineens iedereen in het verzet had gezeten. Daar hadden ze al die voorgaande jaren nooit iets van gemerkt………… En op 7 mei 1945 ging het op de Dam in Amsterdam goed mis met Bernhards ongedisciplineerde legertje (klik hier voor meer bijzonderheden).

02BennoBS

Zie ook: De Oranjegestapo van de Prins.

Gerard